image00003

Hans Boogers: de Blijde Boodschap blijven uitdragen

Dit artikel verscheen in ons parochie-tijdschrift: Tussentijds Magazine

De verhuisdozen zijn uitgepakt, het appartement ingericht, de installatie achter de rug. Hans Boogers, de nieuwe pastoor van de samenwerkende katholieke parochies in Utrecht, kan aan de slag. Reden voor een uitgebreid kennismakingsgesprek.

Na zeven jaar in Zwolle is nu Utrecht zijn standplaats. Al bij de eerste kennismaking in levende lijve maakt hij een ontspannen en vrolijke indruk. Niet voor niets werd er in Kampen en Zwolle gesproken over de ‘lachende pastoor’. Hij neemt alle tijd voor het interview. En ook de wat minder leuke onderwerpen gaat hij niet uit de weg.

Voor het fotomoment is een afspraak gemaakt in de parochiecentrum. Hij voelt zich op zijn gemak, is vrolijk, attent en alert. Bij een rondje door de kerk maakt hij makkelijk een praatje, iemand stelt zich voor, en al in het gesprek wordt de persoon bij naam genoemd. ‘Ik kan heel goed gezichten en namen onthouden, soms ontschiet me de naam van iemand, maar het verhaal dat bij die persoon hoort heb ik wel paraat.’

Dertig jaar geleden

‘Ik ben tot priester gewijd op 29 juni in1988, het is wel heel bijzonder dat ik op 29 juni 2018 in Utrecht geïnstalleerd word.’ Boogers vertelt over zijn jeugd, geboren in 1958 in Amsterdam, de oudste van een gezin van drie, met twee zussen. De eerste jaren opgegroeid in Amstelveen, daarna verhuisde het gezin naar Noordwijkerhout. Het gezin kerkt bij de Victorparochie, een proefkerk voor Nederlandse liturgie. ‘Dat heeft mij gevormd, ik ben niet opgegroeid met Latijn in de kerk.’

Het gezin verhuist naar Driebergen waar de boslucht misschien heilzamer is. Boogers komt terecht op De Breul, een bekend Jezuïetencollege in Zeist. Het gezin gaat daar naar de kerk bij Arca Pacis, een heel open gemeenschap, oecumenisch gericht en verbonden aan Kerk en Wereld in Driebergen. ‘Ik voelde me er vrij, maar merkte ook dat ik als jongere in de minderheid was.’

Na de middelbare school besluit hij om aan de HEAO te gaan studeren. Het blijkt geen succes. Hij krijgt via via een baan bij de Nederlandse Middenstands Bank (NMB), haalt zijn boekhouddiploma en gaat vervolgens in militaire dienst. Na zijn afzwaaien komt hij terecht in Veenendaal waar hij weer kan werken bij de bank. Jong als hij is, is hij druk met het vinden van zijn eigen weg. In Veenendaal kerkt hij bij lokale parochie die geleid wordt door een heel inspirerende pastoor. Het zeer protestantse Veenendaal kent een kleine katholieke minderheid en dat heeft zo zijn keerzijde: ‘Ik wilde daar lid worden van een volleybalclub. Ik kreeg een vraag over mijn geloof en vertelde dat ik katholiek was, toen kon ik daar niet terecht.’

Hij ontmoet er ook Theo van der Sman, een priesterstudent die zijn opleiding volgt in Antwerpen. Ze hebben diepe gesprekken, waarbij ook de vraag valt of het priesterschap niet wat voor hem zou zijn. ‘

‘Daardoor begon het bij mij te spoken. Priester worden? Ik had eigenlijk heel veel positieve ervaringen met pastores en later met pastoraal werkenden. Het trok me wel, maar er was ook twijfel. Ik ben ook verliefd geweest.’ In diezelfde tijd neemt bisschop Ernst het initiatief tot het oprichten van een priester- en diakenopleiding in Bovendonk. Boogers schrijft zich in met het doel om diaken te worden. Als diaken komt hij in Colombia terecht. ‘Terug in Nederland had ik het erover bij de bank, daar was de reactie: we zien dat wel in je. Dat voelde als een bevestiging, zo van: dit is jouw weg. Maar het was geen makkelijke keuze.’ Een mystieke ervaring in het Belgische klooster Chevretogne gaf de doorslag. Boogers wil er niet dieper op ingaan, te intiem. Hij volgde zijn priesteropleiding in Bovendonk en in Utrecht en werd in 1989 tot priester gewijd door kardinaal Simonis.

‘Hoe het was voor mijn ouders dat ik een roeping had? Ze hadden voor mij een toekomstbeeld met een schoondochter en kleinkinderen. Ze waren bezorgd, maar hun houding was ook: als dit jouw weg is, is het goed.’ Ze hadden gelijk: ‘Bij mijn priesterwijding moest ik plat op de grond liggen. Dit klopt, dat voelde ik toen heel sterk. Ik sta nog steeds achter mijn keuze, ik heb er nog geen dag spijt van gehad!’

Groot gebied

Boogers was 7 jaar pastoor in Zwolle bij de Thomas à Kempisparochie, de afgelopen jaren zag hij zijn werkgebied tot twee keer toe uitbreiden met de Norbertusparochie en de Heilige Christoffel (zie kader). Voor zijn installatie in Zwolle was hij ruim zeven jaar pastoor in de Achterhoek.

Het werkgebied dat hij verlaten heeft is totaal anders dan wat hem in het Utrechtse staat te wachten. Maar er zijn zeker ook overeenkomsten. Ook in het oosten van het land speelt de problematiek van krimp. Steeds minder katholieken weten de weg naar de kerk te vinden en diegenen die wel elke zondag in de kerk zitten zijn vaak ouder.

‘Zwolle is behoorlijk internationaal, je ziet daar ook meer mensen met een andere culturele achtergrond. Maar als je bij een doop in Oldenmark komt, is iedereen weer heel blank.’ Wat valt hem verder op in de gemeenschappen die hij achterlaat? ‘Ze zijn sterk in diaconale activiteiten, de sfeer is sympathiek en leergierig.’

Ook hij werd geconfronteerd met tekorten en kerksluiting. De eens katholieke Zwolse Verrijzeniskerk werd in 2011 overgenomen door de Christelijk gereformeerden. Ook het personeelsbestand moest inkrimpen van 9 naar 3 pastores. ‘Toen de kerk sloot, hebben we gedurende 6 weken elke zondag de mensen met een bus meegenomen naar de andere gemeenschap om ze een plek te geven. Dat was een succes; de mensen weer werden weer actief!’

Ook veranderde zijn rol als pastoor: ‘Mijn werkgebied werd zo groot, je kunt niet overal zijn, de mensen moeten meer zelf doen. Wel ben je nog belangrijk als inspirator en stimulator.’

Daarnaast werd in 2015 de gemeenschap in Dronten geconfronteerd met een zeer vervelende situatie, die zelfs de landelijke media haalde. Een transgendervrouw werd benoemd tot penningmeester van het kerkbestuur. Boogers: ‘Ik verkeerde in de veronderstelling dat dat niet uitmaakte. Maar ik ben teruggefloten door de aartsbisschop en moest haar ontslaan. Ik ben in de pers letterlijk neergezet als een slecht persoon. Het ging om de huisregels van de kerk, hoe ga je daar verstandig mee om? Heel pijnlijk, en zeker niet goed voor de gemeenschap. Het is zo’n verhaal dat alleen maar verliezers kent.’

Maar hij heeft ook veel waardering mogen ondervinden. Bij zijn afscheid, uitgesmeerd over verschillende vieringen in de verschillende gemeenschappen, kreeg hij mooie woorden en complimenten mee: ‘We gaan je missen, we zullen je herinneren als inspirerend, goedlachs, steunend en verbindend.’

Utrecht

En dan nu Utrecht. Hij is goed bekend met de stad. ‘Een mooie plek, met een rijke christelijke geschiedenis en heel veel cultuur, daar hou ik van!’ En verder? Hij zei het al eerder: ‘Ik wil eerst luisteren, wat speelt er hier? Natuurlijk ligt er een pastorale visie. Die wil ik verdiepen, hoe geef je dat handen en voeten? Dat kost veel energie, maar het uitgangspunt, het verhaal van Emmaüs, is zo mooi. Ik wil daarbij aansluiten, wat kan ik daarin betekenen?’ Maar er zit ook druk achter: ‘De ontwikkelingen gaan snel, bijvoorbeeld met de kathedraal en de Augustinus, dat is als springen op een rijdende trein!’

Wat houdt hem op de been? ‘Het geloof in een liefdevolle Christus die wil genezen en nieuwe kansen biedt. Mijn geloof is er altijd heel sterk geweest, het hoort bij mijn levenswijze.’ Wat wenst hij de gemeenschappen toe? ‘Dat zij met elkaar de Blijde Boodschap van Christus blijven uitdragen.’

Van een groot gebied naar een grote stad

Van 2011 tot en met juni 2018 was Hans Boogers pastoor van maar liefst drie parochies, liggend in drie provincies: Gelderland, Overijssel en Flevoland. In 2011 werd Boogers pastoor in Zwolle van de Thomas à Kempis parochie, bestaande uit twee Zwolse gemeenschappen (waaronder die van de befaamde ‘Peperbus’) en gemeenschappen in Herfte-Wythmen, Kampen, IJsselmuiden, Hattem en Hasselt. In 2013 kwam daar de Heilige Norbertusparochie bij, bestaande uit zes gemeenschappen in Biddinghuizen, Dronten, Lelystad, Nunspeet-Elburg-’t Harde (twee gemeenschappen) en Swifterband. In 2015 kwam de parochie Sint Christoffel erbij, deze bestaat uit een vijftal gemeenschappen, te weten in Kuinre, Oldemarkt, Steenwijk, Steenwijkerwold en Vollenhove. Op 15 juni is Ton Huitink hier gestart na zijn installatie in Dronten.

Tekst en foto’s: Adeline Riesselman

UKBW

De kinderboeken van Dorothé Cras

Dit artikel verscheen in ons parochie-tijdschrift: Tussentijds Magazine

Dorothé Cras (50) is sinds 2012 eigenaar van de Utrechtse Kinderboekwinkel. Ze is geboren en getogen in Utrecht en actief kerkganger in de Pauluskerk. Met pastor Gérard Martens en twee andere vrijwilligers leidt ze het vormselproject voor kinderen in groep 7 en 8. Een gesprek over vriendschap, haar eigen favoriete jeugdboek en boeken die kunnen helpen bij geloofsopvoeding.

‘Het thema van de Kinderboekenweek (2018) is vriendschap, dat leent zich uitstekend voor gesprek met kinderen van elke leeftijd.’ Cras lacht en dat zal ze vaker doen tijdens het gesprek. ‘Het motto bij vriendschap in deze week is ‘Kom erbij!” Dan gaat het dus het over nieuwkomers, vluchtelingen, eigenlijk over elk kind dat zic nog welkom moet voelen.’

Gezeten aan het hoofd van een grote tafel op de zolderetage van het pand aan de Ganzenmarkt bergt ze met een vies gezicht een schoteltje met onbestemde inhoud weg -het lijkt nog het meest op kaarsvet- ‘achtergelaten gisteravond, vermoedelijk.’ De zolder is een beetje een geheime ruimte, je komt er niet als klant. Wel dient hij als tijdelijke behuizing voor een paar jongeren met een status die wachten op een huis: ‘Heeft mijn zoon geregeld, en ik bied ze graag onderdak aan voor een korte periode, maar ja; wel de zooi opruimen he? Nou ja, verder ziet het er heel netjes uit.’ Weer die lach.

Kikker

‘Jip en Janneke, nijntje en vooral de prentenboekjes over Kikker van Max Velthuis kent iedereen en gaan op een mooie manier over vriendschap. Met heel jonge kinderen kun je al over vriendschap praten, terwijl je voorleest. Kikker gaat over bang zijn, wie is jouw vriendje, wat doe je voor hem of haar? Wanneer laat hij of zij jou in de steek? Hoe maak je het goed? Uitgeverij Lemniscaat komt voor de grotere kinderen met een boek over vriendschap en vluchtelingen: ‘Jij en ik’; Verschillende auteurs schrijven over vriendschap en vluchtelingen. Jan Terlouw schreef over de hongervluchtelingen in de Tweede Wereldoorlog, een ander over de Vlaamse vluchtelingen in de Eerste wereldoorlog. Annet Huizing schreef over een nieuwe jongen in de klas, uit het AZC, terwijl een van de vaders in protest gaat. Het boek geeft een andere kijk op het actuele thema vluchten. We kunnen ons nu soms zo overrompeld voelen door alles wat er gebeurt, maar het is helaas iets van alle tijden.’ Voor het derde jaar op rij zou zomaar weer een Utrechtse auteur de Gouden griffel kunnen ontvangen: ‘Grote kanshebber is wat mij betreft Annet Schaap met ‘Lampje’, een prachtig verhaal over een meisje van tien, de dochter van een vuurtorenwachter. Haar vader drinkt veel, elke avond moet zij de lampjes van de toren aan doen. Op een nacht zijn de lucifers op en brandt de lamp niet…en wat er dan gebeurt…’

Vriendschap

Het boek over vriendschap uit mijn eigen jeugd dat mij het meest is bijgebleven is ‘We gingen bramen plukken’, maar de schrijver herinner ik me niet eens. (Doris Buchanan Smith, red.) Het ging over een jongetje dat doodging door een bijensteek. Zijn beste vriendje is er ondersteboven van. Maar mijn allermooiste boek was ‘Momo en de tijd-spaarders’ van de Duitse auteur Michael Ende. Het gaat over grijze mannen met grijze pakken die iedereen de tijd afpakken, iedereen wordt steeds gehaaster. Niemand heeft meer tijd voor vriendschap of een ontmoeting. Ik las het toen ik 13 was, het is dus zeker 30 jaar oud en nog steeds actueel. Het is een heel levensbeschouwelijk boek.’

Tips

Cras krijgt regelmatig vragen welke boeken geschikt zijn bij geloofsopvoeding. ‘Kinderbijbels worden regelmatig verkocht, als doopcadeautje, of rond Pasen, als kinderen met vragen bij hun ouders komen. Die ouders willen iets uitleggen en weten het zelf niet goed. Ook mensen zonder gelovige achtergrond kopen een bijbel, ze willen dat hun kinderen ‘het verhaal’ kennen. Bijvoorbeeld over het leven van Jezus, het nieuwtestamentische verhaal. Het is vooral een culturele belangstelling voor de verhalen. Waar komen onze kunst, gebouwen, kerken en spreekwoorden vandaan? Ze vertellen vaak dat ze er zelf ‘niks meer aan doen’. Rond Kerst verkoop ik vooral veel kerstboeken, maar minder bijbels. Blijkbaar is het kerstverhaal helder en makkelijk te vertellen. De kennis van klanten is wisselend. Soms weten mensen veel en zijn ze kritisch, anderen zijn nieuwsgierig. Ik denk wel dat als je je kinderen iets van de maatschappij en cultuur wil laten begrijpen het terecht is dat je de bijbel leest. Ik probeer de mensen altijd iets te vertellen over hoe de verschillende bijbels werken. Vroeger werkte ik op een bijzonder neutrale school, daar ligt niks vast. Daar werd elk jaar bedacht: wat vieren we, hoe doen we dat? Dat doe je misschien minder op een van oudsher katholieke school. Het is zoeken, mijn eerste baan was op een protestantschristelijke school waar 90 % van de leerlingen Islamitisch was en waar elke dag braaf begon met een bijbel verhaal. Dat was lastig en ook zoeken naar een oplossing.’

Kinderen en Levensbeschouwing.

‘Religie is ook een soort antwoord op het leven na de dood. Ik vind het altijd mooi om vanzelfsprekendheid ter discussie te stellen. Ik wil kinderen graag veel informatie geven, zodat ze zelf keuzes kunnen maken. Je hebt je rituelen, je leeft voor, neemt deel aan kerkdiensten, brandt een kaarsje. Met mijn eigen zoon heb ik veel verhalen voorgelezen, uit drie kinderbijbels. Hij is ook mee geweest naar de kerk. Ik had daar het kinderkoortje, mijn man speelde piano. Ik vind de christelijke baby-bijbel waarin kinderen springen en zingen voor de Heer zelf wat minder aansprekend. Ik sprak erover met een dominee en we kwamen tot de conclusie: Het is goed om kinderen voor te lezen, maar je moet er wel met ze over in gesprek kunnen gaan, en niet alleen maar een tekst zenden. Maar dat is een keus. Zo denk ik erover: meegeven wat je waardevol vindt, geen dogma’s, met oog voor je medemens. Zo zijn we bij het thema vriendschap; ‘wat gij niet wil, dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Kinderen denken na over het leven. Ze kijken net even anders. Simpel: hoe kijk je naar een kopje koffie, waar is het kopje van gemaakt, hoe komt die koffie erin, waar bestaat koffie uit? Kinderen pikken er altijd andere dingen uit.’

Tips van Dorothé

  • Tip 1 Wie gelooft wat? (2017), Het grote Kijkboek van Christendom tot Islam van Anna Wills en Nors Tomm is een prachtig kijk -en zoek voor over de 5 grote wereldreligies, op een vrolijke manier in beeld gebracht. Er zit veel informatie in ook voor kinderen van 10, 11 jaar. Maar ook met een zesjarige kun je details bekijken.
  • Tip 2 Wat is de achternaam van God? Voor kinderen van 8,9 jaar. Met veel foto’s en vragen van kinderen. Leuk om bij een communie te geven in plaats van Geronimo Stilton.
  • Tip 3: Franciscus en de dieren van Piet Grobler. Het verhaal vind ik eerlijk gezegd niet zo spannend, maar door de prachtige illustraties is het toch heel inspirerend en geeft het aanleiding bij deze mens- en heilige stil te staan.

Tekst: Liesbeth de Moor

IMG-2394

Waarom draag jij dat kruis?

Dit artikel verscheen in ons parochie-tijdschrift: Tussentijds Magazine

Anton (64) krijgt veel vragen over de rozenkrans op zijn rechterhand en -pols: ‘Zelfs als ik bij de supermarkt in de rij sta, willen mensen erover weten.’ Wat is zijn verhaal? ‘Jaren geleden was ik heel, heel depressief. Mijn moeder heeft toen veel voor mij gebeden. Toen het weer beter met me ging, wilde ze me een cadeau geven. Ik heb gekozen voor deze tattoo, een jongen uit Polen heeft ‘m voor mij gezet. Ik ben er heel blij mee.’

Anton groeide op in een katholiek gezin: ‘Ik was misdienaar en zong in het kerkkoor.’ Een echte kerkganger is hij niet, maar toch laat het geloof hem niet los: ‘Thuis heb ik een kruisbeeld en natuurlijk een beeld van Maria!’

Tekst en foto: Adeline Riesselmann

Irak-0021c

Contacten voor Kankercentrum Kirkuk

Je zult maar 8 jaar oud zijn, kanker krijgen, in een ziekenhuis terechtkomen dat te weinig middelen heeft om je goed te helpen, en dan ook nog op een zaal terechtkomen waar allemaal vrouwen met borstkanker liggen. Als je in Kirkuk of omgeving woont kan dat je gebeuren. Maar er is ook goed nieuws. In die stad woont Khalil Ibrahim, die het op zich nam om dit ziekenhuis te helpen waar maar mogelijk.Hij kan veel omdat hij een geweldige man is die graag toneel speelt. Rond Kerstmis brengt hij als kerstman geschenken aan alle kinderen die er ziek liggen te zijn. Enkele malen per jaar loopt hij er als clown rond, ook om geschenken uit te delen aan de zieke kinderen, en aan hun broertje of zusje als die net op bezoek zijn. Even een glimlacht toveren op hun gezicht, „zodat ze die laatste maanden van hun leven ook even een gelukkig moment kennen”.

Khalil, diaken in het bisdom Kirkuk, krijgt veel steun van zijn bisschop, de Chaldeeuws katholieke aartsbisschop van Kirkuk Yousif Thomas Mirkis. In Utrecht kennen we hem, 27 augustus zal hij er ook weer zijn, hier bij ons in Utrecht. Hij en Khalil hopen nu heel erg op hulp, om bij dat oncologische ziekenhuis een aparte zaal te kunnen bouwen en inrichten voor de kinderen. Want nu liggen de kinderen gewoon op zaal tussen volwassen mensen, vooral veel vrouwen.

Tot 1991 waren de ziekenhuizen van Irak de beste in de hele regio, uit de buurlanden kwam men naar Irak. 1991 stelde de VN een boycot op tegen Irak, die duurde tot 2003. Een totale boycot, zelfs geen medicijn mocht het land in. In 1991 werden de Iraakse soldaten die zich uit Koeweit terugtrokken, bestookt met verarmd uranium. Tot 2002 had kinderleukemie zich al vervijfvoudigd, en borstkanker neemt nog steeds toe.

Particuliere ziekenhuizen hebben zich inmiddels een beetje weten te herstellen, de staatsziekenhuizen kampen nog met veel tekorten. Daar komen de arme mensen terecht. Het bisdom Kirkuk-Sulaymaniyah staat voor diverse opgaven, in een land waar de armste bevolkingsgroep het hardst werden getroffen door boycot en oorlogen, en waar hulp uit buitenlanden het laatste aankomt bij diezelfde groepen.

Sinds twee jaar pogen we als Utrechtse parochie samen met enkele andere organisaties in Nederland hen te helpen. Het bisdom zelf kan de eigen opgaven en onkosten goed aan; ook de 4000 IDP’s vingen ze 3 jaar lang prima op. Tevens probeert dat kleine bisdom – 7000 leden – te helpen waar te veel ellende en te weinig hulp samenkomen. Dat gaat hun krachten vaak te boven.
Dan vragen ze buitenlanden om hulp.

display_image

Schamen

Dit artikel verscheen in ons parochie-tijdschrift: Tussentijds Magazine

Mirjam van Noord groeit op in Oog in Al en gaat naar de Pauluskerk. Ze zingt in het jongerenkoor, ze is lid van het bestuur van het jongerenkoor en ze is lector. Ze zit nu in de vijfde op het Christelijk Gymnasium Utrecht en weet nog niet wat ze daarna wil studeren.

Op school komt de rooms-katholieke kerk niet vaak op een positieve manier in beeld. We leren over de Spaanse inquisitie, over kruistochten, over het pausdom dat een ‘speelbal van de adel’ zou zijn geweest en over de manieren waarop het christendom werd verspreid. Ik vind het jammer, want ik merk aan mezelf – en bij anderen – dat we ons op een of andere manier schamen om het geloof.

Hoewel ik naar een christelijke school ga, weet elke leerling dat je niet moet rondbazuinen dat je gelovig bent of gelovig bent opgevoed. Geloven in God is raar. Dat God niet zou bestaan is voor gymnasiasten wellicht een erg aannemelijke gedachte. We leren eerst over de Griekse en Romeinse goden die niet bestaan; dat zijn enkel mythes. Waarom zou die christelijke God dan wél bestaan?

Daarna leren we alles over de evolutietheorie en dat elk verschijnsel natuurlijk te verklaren is. Dat er een grote macht zou zijn die hemel en aarde gemaakt heeft, klinkt dan niet meer logisch.

Of God bestaat, durf ik niet met 100% zekerheid te zeggen. Maar als je het mij vraagt, gaat godsdienst niet over verklaren maar over geloven. Ik zie in mijn eigen gemeenschap dat mensen een vriend hebben in God. Dat zij liefde vinden door God. Dat zij steun kunnen vinden in hun geloof. Of God de mens geschapen heeft, is voor mij dan niet meer belangrijk. Dat is wat mij betreft niet de essentie van het christendom.

Waar het om draait, is het omzien naar elkaar, het vormen van één gemeenschap, je naasten liefhebben, zorgen voor de wereld. Door het christendom leren we dat het belangrijk is rekening te houden met elkaar. Dat we houden van de wereld en dat we samen proberen die wereld mooier te maken. De kerk is een plek waar liefde in overvloed is. Ikzelf heb er niet alleen vriendschappen gevonden, maar ook een thuis.

Waarom zouden we ons daarvoor moeten schamen?

derk

Het werk van Derk

Dit artikel verscheen in ons parochie-tijdschrift: Tussentijds Magazine

‘Ik ben een man met het syndroom van Down en mijn leven is het waard om te leven.’ Iets meer dan een jaar geleden sprak Frank Stephens deze woorden voor het Amerikaanse congres in Capitol Hill in Washington. Het filmpje op werd een wereldwijde hit met meer dan 96.000 likes op Facebook. In zijn betoog uit Stephens zijn bezorgdheid over het feit dat IJsland en Denemarken nu vrijwel volledig ‘down-vrij’ zijn. Ook in de Verenigde Staten wordt nu bijna 85% van de zwangerschappen met Downsyndroom baby’s voortijdig beëindigd. En dat terwijl ook Down-kinderen en -volwassenen een mooi en volwaardig kunnen leven leiden. In onze eigen parochie hebben we daar levend bewijs van: Derk Wessels (1972). Wessels is kunstenaar en parochiaan van de Pauluskerk in Tuindorp. Een gesprek met Wessels en zijn ouders, Peter en Trees, over zijn leven en werk.

Toen Derk bijna 47 jaar geleden werd geboren, was het nog helemaal niet vanzelfsprekend dat hun ouders zelf voor de opvoeding van hun Down-kind zorgden. Derk was nog maar net geboren toen zijn ouders door de huisarts werd aangeraden om hem meteen op een lijst voor een instelling te zetten. Volgens hem was het veel te moeilijk om zo’n kind zelf op te voeden. Toch besloten zijn ouders om dat advies niet op te volgen. Zo had Derk het geluk om in een normale omgeving op te groeien en was hij zelfs het eerste Down-kind in Nederland dat gewoon naar de lagere school ging. Toen allesbehalve vanzelfsprekend.

Katten

Op de speciale school waar hij eerst heen ging viel Derk niet op, maar op de gewone lagere school werd hij wel gezien. ‘Dat was bij juf Dorothee!’ vult Derk snel aan terwijl hij rondgaat met een schaal koekjes. Het was op die lagere school dat Derk begon te tekenen. Vooral met potlood, maar later ook met krijt. Eerst viel het niet op dat Derk talent had, maar het was wel duidelijk dat zijn tekeningen erg sterk waren. Toen hij in die periode een keer bij zijn juf bleef logeren, tekende hij haar katten. Die tekening vond zijn juf toen zo mooi dat ze ‘m liet inlijsten. En zo merkten ook zijn ouders voor het eerst op dat Derk talent had.

Corneille

Na de basisschool kwam Derk op de Daalse Hoek in Maarssen terecht. Daar werkten toen verschillende begeleiders met een kunstzinnige achtergrond. Via hen kon er een atelier geregeld worden waar Derk echt aan de slag kon, maar daar moest hij wel eerst een proeve van bekwaamheid voor doen. Toen Derk in het atelier de met verf besmeurde werkjassen zag hangen, deed hij er meteen één aan en de kunstenaar was geboren. Tot ieders verbazing wilde hij schilderen en dat terwijl hij eerder vooral met potlood had gewerkt. Toen moeder Trees hem later die dag kwam halen werd opgemerkt dat zijn stijl op die van Corneille leek. De begeleider liet haar het na het andere schilderij zien. Het was wel duidelijk dat Derk mocht blijven. Het zou het begin worden van een mooie schilderscarrière. ‘Maandag, dinsdag en woensdag ga ik naar het atelier’, legt Derk uit, maar schilderen is niet het enige wat hij daar doet. Hij maakt ook linosneden en soms schrijft hij zelfs verhalen. Eén van die verhalen, een kinderboek genaamd ‘Bob is de weg kwijt’, werd gepubliceerd met Dirks eigen illustraties.

Dit is Bob de walvis.
Hij bibbert.
Hij is bang.
Bob is dronken van de zee.
Hij gaat heel langzaam.
Hij is de weg kwijt.
Andere dieren ziet hij niet.
Bob wil naar huis.
– Derk Wessels in “Bob is de weg kwijt”

De Vogel

Op tafel ligt nog een ander dik boek met in blauwe letters de woorden ‘Werk van Derk’. Het is een prachtig overzicht van een keuze uit zijn oeuvre. Op één van de eerste pagina’s staat een foto van Derk in een mooi pak met een lintje op zijn borst. Is Derk dan soms een ridder? Hij knikt. ‘Ja, van Oranje-Nassau!’, voegt hij er snel aan toe. Het ridderschap wordt alleen toegekend aan mensen die ook in het buitenland bekend zijn. Omdat het werk van Derk zelfs in Japan hangt, kwam hij voor die onderscheiding in aanmerking. Maar ook dichterbij huis is het werk van Derk te bewonderen, bijvoorbeeld in het Outsider Art Museum, in een vleugel van de Hermitage in Amsterdam. Maar ook in onze eigen stad Utrecht is zijn werk te bewonderen. Zo maakte graffitikunstenaar JanIsDeMan in december vorig jaar een kolossale wandtekening van ‘De Vogel’, van een werk van Dirk. Het is te zien aan op de zijmuur van het pand aan de Lauwerecht 55. ‘Deze gast maakt hele vette dingen’, merkte JanIsDeMan op in een uitzending van RTV Utrecht, ‘Heel anders dan wat ik normaal maak: veel dikke lijnen. Heldere vormen. Heerlijk!’

Derk Wessels versus JanIsDeMan

Mystieke intuïtie

Maar wat is eigenlijk Derks favoriete schilderij? ‘De Sprong!’ roept Derk meteen uit. Hij laat een felgekleurd schilderij zien waarin een man met een enorme sprong over zowel huizen als bomen door de lucht heen suist. Het is een symbool voor de nieuwe levensfase; een verhuizing, een huwelijk, een kind of een nieuwe baan. Volgens Julia Dotulong, die een prachtige introductie voor het boek schreef, zijn het vooral de rituelen en taferelen die Derk waarneemt. Vader Peter vertelt dat Derk een mystieke intuïtie heeft. ‘Derk komt heel graag bij Stonehenge,’ legt hij uit, ‘dat is één van zijn favoriete plekken.’ Derks mysticisme komt dan ook in zijn werk tot uitdrukking, bijvoorbeeld bij ‘De Zaaier’ een schilderij dat op een verjaardagskaart van de Pauluskerk staat. Op de kaart is de zaaier te zien die gele zaadjes uitstrooit over de akkers, maar wat opvalt is dat het zaad ook in zijn mond zit. Zo weet Derk op een unieke manier een Bijbelse wijsheid tot uitdrukking te brengen, want het zaad dat het Evangelie is kunnen we met de mond verspreiden door erover te praten.

“De Sprong”

Vredesgroet

Derk komt dan ook graag met zijn ouders in de kerk. ‘Ik vind de Pauluskerk een hele grote kerk,’ legt Derk uit, ‘met mooie kaarsen en een koor dat heel goed kan zingen.’ Derk zingt ook altijd mee als hij in de Paulus is. ‘Alleluja vind ik een heel mooi lied,’ zegt Derk, ‘en De steppe zal bloeien.’ Derk zingt ijverig het lied, maar daarna vertelt hij dat zijn favoriete moment in de mis eigenlijk de vredeswens is. Tijdens de mis neemt Derk dan ook ruimschoots de tijd om iedereen de hand te schudden. Helaas komt hij nu niet meer zo vaak in de Paulus als hij zou willen want de busverbinding tussen Tuindrop en Overvecht (waar hij woont) is enige tijd geleden opgeheven en dat maakt het allemaal wat lastig.

‘We hebben genoeg gekletst.’ besluit Derk na een uur praten en daar heeft hij ook wel een beetje gelijk in. Hij staat op, trekt zijn jas aan en nadat hij iedereen gedag heeft gezegd, loopt hij alleen naar huis. Daarmee toont Derk een mate van zelfstandigheid waar hij trots op mag zijn en die hij misschien nooit had kunnen bereiken als zijn ouders bijna 47 jaar geleden niet hadden besloten om hem zelf op te voeden.

“De Zaaier”

Kanarie

‘Ik heb niet het gevoel dat ik mijn bestaan zou moeten rechtvaardigen.’ zegt Stephens aan het eind zijn toespraak, ‘wij zijn de kanarie in de eugenetica-kolenmijn. Wij geven de wereld een kans om na te denken over een ethiek die wil bepalen welke mensen wel en niet een kans krijgen om te leven.’ Een leven met Downsyndroom is natuurlijk niet perfect, maar welk leven is dat wel? Wie ziet wat Derk allemaal met zijn leven heeft gedaan, wat hij allemaal heeft bereikt en wat hij betekent voor zijn ouders, zijn broer en zus en de mensen die van hem en zijn werk houden, kan niet ontkennen dat Derks leven inderdaad mooi en volwaardig is.

Tekst: Erik Hendrix

S1440007

Nieuws uit Kirkuk

Op 15 augustus zal in het klooster te Sulaymaniyah het Vrouwenhuis officieel worden geopend. Daarvoor trekt bisschop Mirkis naar Sualyamniyah, maar niet alleen hij. Ook Patriarch Sako komt uit Bagdad over. Wat zeg ik, Patriarch Sako komt. Aartsbisschop Mirkis mag ook komen. Ik trouwens ook. Het was Patriarch Sako die als voorganger van bisschop Mirkis de Orde van Mar Musa te Syrië verzocht om in de oude Chaldeeuwse parochiekerk in de binnenstad een dependance te beginnen. 2010. De oorlog die in Syrië uitbrak verhaastte de beslissing, want de buitenlandse leden moesten uiteindelijk het land uit voor hun veiligheid. 2013 gingen Pater Jens Petzold, die 22 maart in Utrecht was, en Zr. Friederike Gräf naar Sulaymaniyah en begonnen het restauratiewerk, aangezien de kerk al enkele jaren leeg stond. Ooit leefden hier de christenen in een soort getto, maar bijna alle gezinnen verhuisden naar comfortabeler moderne woningen en daarvoor werd een nieuwe kerk gebouwd. Ze leven nu breed verspreid door de stad tussen hun moslimburen waarmee goede relaties zijn. Het klooster was opgeknapt, een denktank had een eerste weekend doorgebracht met de vraag wat de roeping van Christenen is in het huidige Irak en Midden Oosten, en toen bestormde ISIS Mosul. Van de honderdduizenden die vluchtten nam het klooster er drie jaar lang 258 op: families met veel kinderen. Het programma-in-opbouw verdween naar de achtergrond, alle programma ging nu rond deze families, waaronder taallessen: Koerdisch en Engels.

Na vertrek werd het huis wéér opgeknapt, de lessen werden uitgebreid met Arabisch, en aangeboden aan de hele stad en omgeving. Er is een huis bijgebouwd met vier leslokalen en een onderkomen voor de soldaten die dag en nacht waken over het klooster. En er is dus nu een Vrouwenhuis, zodat men met retraitegroepen kan beginnen. De kloosterhof zit elke middag vol met volwassenen in de pauzes van hun lessen. De leraren zijn van alle komaf: Koerd, Arabier, christen, moslim, Irakees, Syriër. De studenten ook. Twee weken geleden startte een nieuw programma, een pilot-project met deze docenten, voor een dialoogprogramma.

Dat wordt een programma met overnachtingen, zodat men enkele dagen kan werden. Daar  is dat vrouwenhuis voor nodig, want in deze cultuur mogen ongehuwde mannen en vrouwen niet onder één dak slapen.

Wat heel leuk was, en onverwacht. Van de groep docentes in die drie dagen waren der drie moslima’s, die de tweede nacht besloten te blijven slapen, hoewel ze in Sulaymaniyah wonen. Ze wilden ook samen op één kamer. In dit land mogen mannen wel ‘s avonds alleen gaan stappen, of met vrienden. Vrouwen niet. Ze grepen de kans van dit vrouwenhuis aan om eens een hele nacht met elkaar te kunnen „stappen”. Nog nooit hadden ze samen zo lange tijd doorgebracht. Alleen al daar is dat Vrouwenhuis dus goed voor.

In Kirkuk werden de eerste kleuters van de nieuwe kathedrale kleuterschool uitgezwaaid. Een Graduation met heuse Harvardpakjes en groot feest. Van de 8 kinderen komen er zes uit moslimgezinnen, daarom werd het feest voor de Ramadan uit gegeven, hoewel de school nog een maandje doorgaat.

ISIS heeft met voorkeur scholen vernield. Er is nu dus veel aandacht om scholen op te bouwen, al blijft de hulp van buiten maar mondjesmaat komen. In het bisdom is het de eerste prioriteit. Want als ouders merken dat er aan de toekomst van hun kinderen echt gewerkt wordt , dat de kansen op toekomst groeien, blijven degenen die er nu nog zijn. In meer sectoren is werkelijk hulp van buiten nodig, Irak is té stuk gemaakt vanaf 1991. De mensen zijn erg goed in het glans geven aan hun leven, waar maar mogelijk is zetten ze een feest op touw. Maar op enig moment moet er ook leven na het feest zijn. En dat is nog steeds moeizaam leven op veel punten.

Het programma van Sulaymaniyah kan wezenlijk bijdragen. Moslims en christenen zijn gelijkelijk beschadigd door 35 jaar oorlog. Als men dat durft te onderkennen, is er een sterke basis om samen op te bouwen.

Yosé Höhne Sparborth

Wilt u meer weten? Kom dan op 28 mei naar de informatiedag! Meer informatie hier.

IMG_20190205_122831829_HDR

“Blijf het klokje luiden”

Frans Joosten is secretaris van de personele unie van de samenwerkende parochies van Katholiek Utrecht en dat is geen eenvoudige opgave. Het katholieke geloof gaat namelijk door een van de zwaarste periodes in haar Utrechtse geschiedenis. Wie is deze man? En wat beweegt hem om zich in te zetten voor de kerk? Katholiekutrecht.nl sprak met Frans in het hartje van de stad.

“Het Domplein is voor mij eigenlijk dé plek van Utrecht, ten eerste omdat daar ooit het fort van de Romeinen heeft gestaan met de limes. Ten tweede omdat daar het christendom in Nederland is begonnen, met de Heilig Kruiskapel en de Salvatorkkerk, en daaronder misschien nog een veel oudere houten kapel van de Franken, uite de tijd van Willibrord.” Frans laat de limes, de oude noordgrens van het Romeinse rijk, zien die tegenwoordig met grote metalen platen in de bestrating van het Domplein is verwerkt. “Het is eigenlijk ook wel een mooi symbool,” gaat hij mijmerend verder, “de voormalige kathedraal die nu een protestantse kerk is en de resten van de oude kerken die onder de grond liggen – dat geeft aan dat de kerk toch altijd weer opstaat. Je kan er zand overheen gooien, je kan de stenen ervan kapot slaan, maar het gaat nooit helemaal weg.” Zo’n gedachte geeft natuurlijk houvast, zeker in deze stormachtige tijd voor de katholieke kerk van Utrecht, maar hoe ziet Frans de toekomst van de samenwerkende parochies? “Dan hoop ik dat er vooral heel veel nieuwe mensen bij zijn gekomen die op een hele nieuwe manier invulling gaan geven aan hun geloof. Vooral door dingen te doen en niet door alleen op zondag op die vaste plek in de banken te zitten, koffie te drinken en daarna tevreden naar huis. Dat is te schraal.” Daarmee snijdt Frans een belangrijk punt aan: veel te lang hebben katholieken achterover kunnen leunen in de wetenschap dat alles geregeld zou worden, maar die tijd is nu voorbij. “Na de ontzuiling was heel sterk de vraag wat het nog betekende om katholiek te zijn,” vervolgt hij, “we waren vooral nog katholiek in naam en in een aantal sacramentaliën, maar wat het nou werkelijk betekende om Christus te volgen … tja, dat is toch andere koek …”

Wat betekent het dan voor Frans om Christus te volgen? “Dat je voortdurend je handelen tracht te ijken op wat het Evangelie vraagt en dat is niet makkelijk. Soms lijkt het erop dat je een andere kant op wordt gedwongen, dan moet je je voortdurend afvragen: Is dit de weg die Christus van mij vraagt of ben ik op de verkeerde weg? Dat verbind ik in gebed met de vraag: Heer, leid mij op de juiste weg.” Frans legt uit dat hij zijn handelen en denken altijd op die manier probeert te toetsen. “Zoals Jezus in de woestijn werd beproefd, zo worden wij allemaal in het leven voortdurend beproefd. Dat is onze uitdaging.” Het is een gedachte die mooi overeenkomt met de vastentijd. “In Marcus gaat Jezus op een gegeven moment naar de dochter van Jaïrus en zegt hij dat ze slaapt. Soms slapen we allemaal en dan moeten we worden aangeraakt door Hem, opdat hij zegt: Sta op! Dan moet je gaan lopen en in actie komen.” Frans hoopt dat de kerk daar over een paar jaar is – dat ze wakker wordt, in actie komt en niet bij de pakken neer blijft zitten. “Zo kan de kerk uit de grond van het Domplein weer verrijzen,” gaat hij verder, “in een nieuwe vorm en misschien wel niet zo makkelijk meer te herkennen, maar wel gebouwd door mensen die zich geraakt weten door waar het eigenlijk om gaat.” Beschrijft Frans hier het scenario van de Utrechtse kerk in de post-christelijke samenleving? “Misschien een kleinere Kerk die minder zichtbaar is, maar die wel zichtbaar hándelt,” verduidelijkt hij meteen, “daar bedoel ik niet mee een heilige rest en dat is ook niet wat de bisschop daarmee bedoelt. Het is niet een groepje dat overblijft en braaf ja zegt, maar een groep die opstaat en dingen gaat ondernemen.”

Frans is een wiegkatholiek en in het Limburg waar hij vandaan kwam hadden zijn ouders zelf ook ooit in het parochiebestuur gezeten. Toen hij in Leiden ging studeren kwam het geloof aanvankelijk op een lager pitje te staan, maar toen hij in de jaren ’80 naar Utrecht kwam begon zijn kerkbezoek weer regelmatig te worden. Zo kwam hij uiteindelijk bij de Aloysiuskerk terecht. Dat was even wennen. De kerk was groot, vaak ook erg leeg en er was iedere keer een andere priester. Pas later leerde hij daar de waarde van inzien. “Op die manier krijg je veel meer verschillende invalshoeken,” legt hij uit, “Nico Harmsen, die toen in het bestuur zat, heeft dat destijds allemaal in de lucht gehouden.” Frans vertelt hoe iedereen toen een steentje bijdroeg en hoe onder andere pastor Rentinck (destijds vicaris generaal), pater Van Munster en pater Van den Bergh trouw de mis bleven vieren. “Ik kan mij nog heel goed een preek van pater Van den Bergh herinneren uit die periode,” gaat Frans verder, “hij vertelde een verhaal uit de tijd dat hij nog missioneerde – volgens mij ergens in Afrika – er brak daar een burgeroorlog uit en in het dorp waar hij toen was vluchtte iedereen de bergen in, maar zij bleven. Dat kleine groepje dat achterbleef besloot toen om iedere dag de klok te luiden voor de mis, ook al was er niemand meer. Maar toen de mensen later uit de bergen terugkwamen zeiden ze tegen hem “dat klokje heeft ons de hoop gegeven”. Die uiting van Godsvertrouwen gaf hen hoop, ze realiseerde zich daardoor: zij zijn er nog, we kunnen nog terug – het is niet voorbij. Toen zei Van den Bergh: Dames en heren, blijf het klokje luiden, want iemand hoort het.” Is dat wat Frans probeert te doen? “Ja, dat probeer ik wel,” lacht hij,  “maar dan natuurlijk op mijn eigen manier.”

Tekst en foto’s: Erik Hendrix

sacred-heart-hridaya

Dat het brandt in mijn hart

Regelmatig zal u op katholiekutrecht.nl een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: pastor Gérard Martens.

Lucas 24, 29

‘Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?’

Met elkaar lezen, je verdiepen in een stukje uit de Bijbel. Delen wat het je doet, de herinneringen die boven komen en de vragen die opgeroepen worden … de gedachten die door je hoofd spelen … In mijn ervaring wordt het altijd een boeiend gesprek en meer nog, het is alsof er iets wonderlijks gebeurt. Je komt tot een dieper inzicht en aanvoelen van de tekst dan je ooit zelf had kunnen bedenken; alsof er ongezien nog iemand meepraat en inspireert …

Laten we meer samen lezen in de Schrift … dat het brandt in mijn hart, in jouw hart … hemelse wijsheid.

Was Jezus (even) bij ons?

Pastor Gérard Martens

S1120068

Wederopbouw in Noord Irak

De mensen durven het nog niet echt hardop te zeggen, maar er leeft hoop. Hoop dat het eindelijk allemaal voorbij is, alle ellende die buitenlanden over hen uitstulpten. In Irak kwam het niet tot een burgeroorlog, alle groepen zochten elkaar voortdurend op, om dat te verhinderen. Het is ze gelukt, en zo gaat ook het opbouwen relatief gezamenlijk. De groepen staan niet scherp tegenover elkaar, al valt er hier en daar best wel wat te verzoenen. En in enkele regio’s zijn kleine milities die nog voor onrust zorgen: sjiieten, die het meeste onder ISIS leden.

Er leeft dus hoop. Bisschop Mirkis toonde die hoop altijd al door te bouwen waar dat nodig was. Bouwen als pastoraat van hoop. In een buitenwijk van Kirkuk begon het bisdom 3 jaar geleden met de bouw van een school, gemeenschapsruimte (en nieuwe kerk in toekomst). Dit vanwege de enorme volksverhuizingen die gaande waren richting Kirkuk. De gelden waren er, mooie plannen, de regering had grond cadeau gedaan en wacht nu op de school – bij een hele nieuwe woonwijk.

De school zou dit jaar 2019 klaar moeten komen. Zusters uit India nemen de verantwoordelijkheid. Mirkis had voorzien, dat de bouwmaterialen ooit duurder zouden worden na ISIS. Met een cementfabriek heeft hij indertijd gedeald dat ze voor de prijs van toen zouden blijven leveren.

Maar ja, rond Mosul wordt dus druk gebouwd. Het laatste jaar zijn de prijzen verdubbeld. Dus voor de afwerking van de school – een dubbelschool, van 6 – 18 jaar, zijn de prijzen ook meer dan verdubbeld, en is er ineens een gat in de kas. Nog zo’n $700.000 moet nu gevonden worden.

Het bisdom hielp de Yezidi studenten, omdat die door niemand werden geholpen. Die zitten in Bashiqa, ver van Mosul, omdat een bisschop in Mosul hen niet in „zijn” christelijke regio wenste. Een jaar lang heeft het bisdom het volgehouden hen maandelijks fors te helpen, dat ging de laatste maanden op het tandvlees, maar steun uit Nederland heeft hem nog twee maanden verder geholpen. Het studiejaar kon worden afgemaakt.  De coördinator weet precies wie van die Yezidi de meeste nood hebben. Dus zodra er geld komt uit buitenlanden voor de studenten, wordt het vanaf de armsten verdeeld tot het op is.

Want ook: sinds 2017 ISIS werd verdreven menen buitenlanden dat alles nu in orde is. Probleem over, hulp stopt. Er komt weinig hulp voor de wederopbouw. Sterker nog: de regio die de meeste vluchtelingen opving krijgt nu vrijwel geen steun meer.

Mosul is platgebombardeerd, de huizen in de omringende dorpen zijn door ISIS gestript tot en met de elektrische bedradingen, deuren, vensters. Er moet dus wat hersteld worden. Mensen wonen nu in halve ruïnes, en wie wat geld heeft knapt wat op. Rond Mosul leeft veel nog in tenten, omdat er in Mosul nauwelijks te wonen valt. In ons bisdom, aan de oostkant van Irak, wordt vooral gebouwd aan toekomst. Door de enorme volksbewegingen zijn er nieuwe voorzieningen nodig. En het klooster te Sulaymaniyah verzamelt al die groepen, zodat ze elkaar kennen en samenwerken. Bouwen aan toekomst. Hoop.

Utrecht zal in de Vastentijd voor de Yezidi studenten geld verzamelen.

Yosé Höhne Sparborth

Wekelijkse Vieringen

 Maandag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
12:30 uurKapel zusters  Waterstraat
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel Barbarabegraafplaats
Dinsdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
10:00 uurAloysius
12:30 uurKapel zusters  Waterstraat
Woensdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:30 uurJoseph
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
18:30 uurCatharina: Rozenkrans
19:00 uurCatharina
19:00 uurGertrudis
19:00 uurAntonius: Vesper (vervalt in juni, juli en augustus)
Op de woensdagen in de 40-dagentijd is er een Oecumenische vesper om 19:0 uur afwisselend voorgegaan door een dominee en pastor Hans Harmsen.
Donderdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurRafael
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
1e en 3e donderdag van de maand: 19:00 uur: Dominicus Wereldwake
3e donderdag van de maand: 19:00 uur: Johannes Bernardus: Rozenkrans
Vrijdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurWederkomst des Heren – ochtendgebed
10:00 uurAloysius
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
18:00 uurAntonius: gregoriaanse vesper
1e vrijdag van de maand
10:30 uurJacobus
10:00 uurJohannes Bernardus
10:30 uurJoseph
10:00 uurDominicus
3e en 5e van de maand: 10:00 uur: Johannes Bernardus
2e van de maand: 16:00 uur, kleine viering Josephkerk
1e en 3e van de maand: 19:30 uur: San’Egidio Kapel zusters Waterstraat
Zaterdag
8:00 uurKlooster Cenakel
11:15 uurNoodkapel Voorportaal: Rozenkrans
12:00 uurKapel zusters Waterstraat

 

Algemeen Contact

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaan van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag – Donderdag: 09.00 – 16.00 uur
Vrijdag: 09.00 – 12.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl