Advertenties lokale kranten7

Alpha cursus

Op 14 april 2020 zou een nieuwe reeks avonden van de Alpha cursus over het christelijk geloof beginnen. Vanwege het Coronavirus zal dit vanzelfsprekend niet kunnen doorgaan. Een andere aanvangsdatum volgt te zijner tijd.
Tien avonden ontmoeten, vragen en ontdekken – dat doe je op Alpha! Stel al je vragen en praat met andere deelnemers door over interessante onderwerpen. Je bent niet de enige Alpha-deelnemer; wereldwijd volgden ruim 24 miljoen mensen een Alpha.

Uitgebreide informatie vind je hier.

pexels-photo-1587489

‘Het is niet goed dat de mens alleen is’

Voor veel mensen is het najaar een moeilijke periode. De zomer is voorbij, buiten is het koud en de lente is nog ver weg. Een gevoel van eenzaamheid kan die maanden extra zwaar maken. In de moderne samenleving is eenzaamheid dan ook een steeds groter probleem aan het worden en toch wordt er maar weinig over gesproken.

De cijfers
Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) deed in 2017 een groot onderzoek naar eenzaamheid. Hieruit bleek dat 30% van de Nederlanders zich ‘enigszins eenzaam’ voelde en 7% zelfs ‘in sterke mate’. Ook het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) deed dit jaar een uitgebreid onderzoek naar eenzaamheid. Hierbij werd gekeken naar eenzaamheid per wijk. Wat opviel was dat mensen zich vooral in de steden sneller eenzaam voelen. Het klinkt vreemd: maar hoe meer mensen er om je heen wonen, des te groter is de kans op gevoelens van eenzaamheid. Voor het onderzoek werd gebruik gemaakt van een enquête. Daarbij konden de ondervraagden reageren op 11 uitspraken door te antwoorden met ‘nee’, ‘min of meer’ en ‘ja’. Bij meer dan twee ongunstige antwoorden sprak het rapport van eenzaamheid, bij meer dan acht ongunstige antwoorden sprak het van ernstige eenzaamheid. Uit dit onderzoek bleek dat er in Utrecht vier wijken zijn waar veel mensen ernstige eenzaamheid ervaren: Overvecht (18%), Zuilen (13%), Laagraven (19%) en Kanaleneiland (14%). Vooral ouderen en alleenstaande ouders zijn vaak ernstig eenzaam, maar opvallend is ook dat telkens meer jongeren zich tegenwoordig eenzaam voelen.

Dat ernstige eenzaamheid grote gevolgen kan hebben blijkt uit een Brits onderzoek dat stelt dat het effect op de gezondheid gelijk staat aan het roken van vijftien sigaretten per dag. Mensen die eenzaam zijn bewegen minder, ontwikkelen vaak slaapstoornissen en hebben grotere kans op depressie, psychische problemen en alcohol- en drugsverslaving.

Twee soorten eenzaamheid
Het CBS maakt echter terecht onderscheid tussen emotionele en sociale eenzaamheid. Bij emotionele eenzaamheid gaat het om het gemis van een hechte band. Bij sociale eenzaamheid gaat het over een gebrek aan sociale contacten. Opvallend is volgens het rapport dat in het noorden en oosten van het land maar weinig eenzaamheid voorkomt. Als verklaring geven ze het Twentse noaberschop. Noabers (of buren) voelen daarbij de plicht om bij ziekte, geboorte, ongemakken of andere omstandigheden een helpende hand te bieden aan hun naaste. Vaak speelde de kerk hierbij in het verleden heen belangrijke rol in. Maar nog steeds is het belangrijk dat gelovigen als individuen en als gemeenschap waakzaam zijn. Een bezoekje, een praatje of een uitnodiging kan voor iemand al een wereld van verschil maken.

Jezus in de tuin

Ook in de Bijbel komt het thema eenzaamheid verschillende malen aan bod. Denk bijvoorbeeld aan Genesis 2:18: ‘Het is niet goed,’ dacht God, de Heer, ‘dat de mens alleen is.’ Maar God heeft zelf ook eenzaamheid gekend. Denk daarbij aan Jezus die in de tuin van Gethsemane doodsbang was en alleen ging bidden terwijl zijn vrienden in slaap waren gevallen. Emotionele eenzaamheid is misschien wel het moeilijkst te bestrijden, maar Jezus geeft hierin het goede voorbeeld: een verdieping van het gebedsleven is waarschijnlijk een van de weinige remedies tegen emotionele eenzaamheid die iemand zelf in de hand heeft.

Met je hart met anderen eten

Het is 2012. Tijdens het maken van een fotodocumentaire over de eenzaamheid onder ouderen ontmoet de Utrechtse fotografe Babs van Geel een oudere dame, Greet, haar grote inspiratiebron voor de oprichting van stichting ‘Met je hart’.

Babs: ‘Greet is een bijzondere slimme maar ook eenzame vrouw. Ze woont zelfstandig en is astmatisch. Ik bezoek haar thuis, we kletsen met elkaar. Ze komt bijna niet meer uit huis. Haar dag bestaat uit puzzelen en tv-detectives kijken, ze is afhankelijk van anderen maar te trots om een beroep te willen doen op anderen. Zoals ze zelf zei: ‘Ik wil niet steeds om hulp hoeven te vragen.’ Ik ben door mijn ontmoeting met Greet geconfronteerd met de eenzaamheid van het ouder worden. Ik zag in haar ogen een gevoel van eenzaamheid dat me recht door het hart ging.’

Vanuit dit gevoel begon Babs met de stichting ‘Met je Hart’ met als uitgangspunt ‘Samen eten, geluk en ervaringen delen in een warme omgeving’. Ze wilde dit gevoel graag delen met ouderen die eenzaam door het leven gaan.

Inmiddels zijn er 82 deelnemende restaurants die ‘Met je hart’ in Utrecht ondersteunen en zijn er 25 stamtafels in verschillende wijken van de stichting met 96 vrijwilligers. Landelijk zijn er 26 gemeenten waar de stichting actief is met meer dan 500 restaurants die meedoen.

Schaamte

Volgens Caroline de Bruijn van ‘Met je Hart’ lopen mensen niet te koop met eenzaamheid: ‘We benaderen ze via de huisarts en de thuiszorg. Bezoekers van de aangesloten restaurants doneren in het najaar tijdens de actie ‘Eet met je hart’ een euro. Dat geld wordt enthousiast ontvangen. Mensen worden intussen aangespoord weer eens na te denken over het feit dat zoveel ouderen eenzaam zijn. Wie herkent niet het gevoel: ‘Ik moet m’n moeder of tante Jet weer eens bellen.’

Ouderen uit de wijk eten eens per maand samen met een of twee vrijwilligers aan een stamtafel in een restaurant in de wijk met een vaste groep. Ze komen elkaar dan bij de supermarkt tegen en spreken met elkaar af. Zo ontstaan vriendschappen, dat is ook het hogere doel. De ouderen krijgen een keuzemenu, ze hoeven niet te betalen. Het enthousiasme is groot.’

Volgens een van de restauranthouders is het succes van de stichting de herkenbaarheid; het kan ons immers allemaal overkomen. ‘Mijn moeder overleed in 2013. Mijn stiefvader verloor mensen om zich heen, raakte slecht ter been. Hij vond het maar stil in zijn leven. Ik heb zelf kleine kinderen, excuses om bezoek uit te stellen. Dat moest anders vond ik. Ik besloot wat te gaan doen.’

Hebt u interesse om mee te doen als vrijwiller of om mee te eten aan de stamtafel? Neem contact op met de thuiszorg, of huisarts of kijk op www.metjehart.nl

In de stad Utrecht alleen al voelt 12 % van de 65-plussers zich ernstig eenzaam. 56% voelt zich wel eens eenzaam*. Cijfers laten zien dat we in 2030 kunnen spreken van 1 miljoen kwetsbare ouderen. *Bron: Volksgezondheidsmonitor.

DSCN0147

Een zoektocht in Frankrijk

Rosaline Peeters is de vierde uit een katholiek gezin met zes kinderen. Vorig jaar rondde ze haar studie verpleegkunde succesvol af en besloot ze om een tussenjaar te nemen. Dat jaar stond onder ander in het teken van de onderscheiding van haar roeping en die zoektocht leidde uiteindelijk tot de beslissing om in september te beginnen als postulant bij de congregatie van Sint Jan in Frankrijk. Wie bij zo’n bericht een ernstige jonge vrouw voor zich ziet, komt echter bedrogen uit. Rosaline is een opgewekte en vrolijke getuige van het Goede Nieuws, het geloof. Een gesprek over haar zoektocht, haar roeping en het avontuur dat volgende maand voor haar gaat beginnen.

‘Hoe heb je de congregatie van Sint Jan leren kennen?

Ik ging verpleegkunde studeren en twee van mijn vriendinnen gingen toevallig dezelfde opleiding doen. Eén van ons is toen naar de UIT markt geweest en daar stonden toen de Katholieke Studenten Utrecht (KSU) die wordt georganiseerd door de broeders. Mijn vriendin werd uitgenodigd voor een openingsbarbecue en vroeg of ik mee wou gaan. Dat beviel en zo ben ik daar blijven hangen. Iedere donderdag was het studentenavond. Daar ging ik twee jaar lang iedere week heen en nu woon ik al drie jaar in één van de studentenwoningen van de KSU bij de Gerardus Majella.

Wanneer maakte je kennis met de zusters?

Er kwam een keer een  zuster van de Congregatie van Sint Jan langs. Mijn eerste reactie was ‘O, er zijn ook nog zusters ….’ Gek genoeg had ik dat dan weer niet bij de broeders. Daarvoor kende ik wel een paar zusters, maar die waren allemaal heel oud. Dus mijn beeld was ook dat alle zusters oud of uitgestorven waren. Toen leerde ik dus een jongere zuster, Augustin-Marie, kennen en er is toen een vriendschap ontstaan. Ze kwam hier voor KSU activiteiten zoals lezingen, meidenavonden en retraites.

Wist je toen meteen dat je dat ook wilde?

Nee, het begon eigenlijk pas echt na Wereldjongerendagen (WJD) in Krakau. Toen ben ik wat serieuzer hierover na gaan denken. Ik ging pas over het religieuze leven nadenken nadat ik het zelf had gezien en ik denk dat voor veel anderen hetzelfde geldt. Als je andere jonge vrouwen ziet die zo’n roeping leven en dat is helaas erg zeldzaam geworden in Nederland.. Ik wist natuurlijk dat zo’n roeping een optie was, maar het was pas na het WJD dat ik dacht: als het een optie is moet ik er toch eens echt naar gaan kijken.

Hoe gaat zoiets?

Ja, dat ligt eraan. Ik kan alleen uit mijn persoonlijke ervaring spreken, maar ik denk dat het voor iedereen anders is. Wat ik heel fijn vond van bij KSU en de Gerardus Majella te wonen, was dat ik iedere dag naar de aanbidding kon als ik dat wilde. Bij KSU bijeenkomsten hadden we altijd een kwartiertje aanbidding en toen ik hier kwam wonen ging ik het telkens vaker doen en ook langer. Ik vond het gewoon heel mooi om tijd met Jezus door te brengen. Ik zie mijn band met Hem als één van vriendschap en door zo tijd met hem door te brengen kun je die vriendschap verder verdiepen. Die tijd breng ik meestal door in persoonlijk gebed, stil gebed of overwegingen bij Bijbelteksten.

Zegt Jezus dan iets terug?

Haha! Meestal niet. Hij is een stille vriend. Maar ik voel wel zijn aanwezigheid natuurlijk en dat is heel mooi aan de aanbidding. Als je stil bent weet je gewoon dat Hij er is. Het is een gevoel van vertrouwen en die ervaring heb ik als heel bevestigend ervaren tijdens het onderscheiden van mijn roeping. Bij het onderscheiden ben ik veel over mijn roeping gaan bidden en nadenken en ik heb daar toen een groeiende vrede in ervaren. Het postulaat voelt nu als de logische volgende stap.

Wat voor vragen stel jij jezelf dan tijdens het onderscheiden?

Nou, vooral: Wat wil Jezus van mij? Wat vraagt hij? Maar ook: Wat wil ik zelf? Is dit echt de goede weg? Is dit echt wat God van mij wil of is het wat ik wil? Die vragen heb ik het meest gesteld. Daarnaast had ik natuurlijk ook een geestelijk begeleider: pater John Mary Jesus Ashfield van de broeders van Sint Jan. Maar ik ben ook een aantal kloosters en het noviciaat zelf gaan bezoeken. Dat moet wel, je moet concreet weten wat je precies in overweging neemt, anders blijft het alleen maar een idee. Kijk, ik weet natuurlijk niet precies wat het betekent om in het klooster te leven, maar door die bezoeken heb ik er wel een veel duidelijker beeld bij gekregen. Ik ben vaker bij het novicitaat geweest en andere priorijen waarbij ik ook meedeed aan het dagritme.

Hoe ziet zo’n dag in het noviciaat er ongeveer uit?

We beginnen met stil gebed ’s ochtends vroeg, ongeveer om kwart over 6, dat is dus aanbidding. Daarna hebben we de lauden en ontbijt in stilte, vaak lectio divina. Daarna hebben we les tot een uur of 11 en vervolgens de mis. Daarna het middaggebed, lunch in stilte waarbij een tekst wordt voorgelezen. Na de lunch is er arbeid, bijvoorbeeld schoonmaken of in de tuin werken. Daarna hebben we weer les, aanbidding, vespers, avondeten en ten slotte de completen.

Maar dat kan natuurlijk weer helemaal anders zijn wanneer je het noviciaat uitgaat …

Dat klopt. De zuster hebben over de hele wereld priorijen. In Frankrijk, maar ook in Afrika, de Filippijnen, Amerika, Mexico … het kan dus inderdaad heel anders worden, afhankelijk van waar je heen gezonden wordt. Ik ben ook naar een aantal priorijen in Frankrijk geweest die niet onderdeel van het noviciaat uitmaken. Op die manier krijg je ook idee wat je te wachten staat na de geloften. Bij één van de priorijen die ik bezocht, dat was ook in Frankrijk, gaven de zusters les aan kinderen en verzorgden ze ook catechese voor volwassenen.

Hoe reageerde je omgeving toen je het vertelde?

De meesten zagen het natuurlijk wel aankomen. Niet-katholieke kennissen en vrienden wisten natuurlijk niet precies wat het allemaal betekende en voor hen kwam het ook wel meer als een verrassing. Het beeld dat ze daar vaak bij hebben is iets zoals in The Sound of Music of Sister Act. Haha. De meesten hebben dan ook het stereotype beeld van een zuster dat ik ook had: ze zijn oud, ze zitten ergens opgesloten … maar als je het helemaal niet kent is dat misschien het enige beeld wat je er bij kan hebben.

Wat verwacht je dat er gaat gebeuren?

Nou, in de eerste plaats is het gewoon een beetje ontdekken. Kijken hoe het gaat in het gemeenschapsleven. Er zitten daar ongeveer 40 zusters. De meeste postulanten en novicen zijn ongeveer in de twintig of dertig. Nu woon ik samen met een huisgenoot, dus dat is wel heel anders. Ook het dagritme zal wennen worden natuurlijk. Je bent eerst 6 tot 9 maanden postulant. Dan heb je nog geen habijt, maar leef je wel al mee. De inkleding vindt plaats ergens gedurende je noviciaat. Vervolgens leg je de tijdelijke geloften af van twee jaar en daarna de eeuwige geloften. Die tijdelijke geloften kan je ook nog een keer herhalen, voor hoe lang dat dan precies is weet ik niet meer … dat is allemaal nog toekomstmuziek.

Ja, want je gaat natuurlijk een gelofte van armoede afleggen. Wat neem je dan mee?

Haha. Nou, niet zo veel dus! Ik neem o.a. wat boeken mee, wat kleding, een kruisbeeldje en wat foto’s van mijn familie. Dat is het eigenlijk.

Vind je het een gek idee om alles achter te laten?

Ja, ergens wel. Het is een beetje gek, maar ik denk dat ik goed ben voorbereid. Ik wil Jezus volgen dus is het goed.’

Een paar belangrijke begrippen

Een postulant is iemand die streeft naar het religieuze leven maar nog niet tot een bepaalde kloosterorde is toegelaten. Postulantie is een inleidende fase voorafgaande aan het noviciaat zoals dat bestaat bij kloosters. (Bron: Wikipedia)

Noviciaat: een door het kerkelijk wetboek voorgeschreven proeftijd voor kandidaat-religieuzen, novicen. Deze zijn als postulanten aan hun vorming tot kloosterling begonnen. Hierna volgt een proefperiode van één of twee jaar. (Bron: Wikipedia)

Het onderscheiden van de roeping: dit houdt in het uitzoeken en overwegen van je gedachten en gevoelens die kunnen gaan spelen als je voor de grote keuze staat van de roeping. In de regel bestaat dit proces uit onder meer gesprekken met een geestelijk leidsvrouw/-man. (Bron: Gerard Martens)

Foto Frans van der Lugt

Pater Frans – Leven en lijden in Homs

‘Mijn naam is pater Frances. Ik spreek tot jullie vanuit de oude en belegerde stad Homs. Een van de grootste problemen is de honger. Er is niks te eten. Niets is erger dan mensen op straat te zien die iets te eten zoeken voor hun kinderen.’

Vijf jaar geleden maakte deze noodkreet van de Nederlandse pater Frans van der Lugt S.J. vanuit Syrië grote indruk. Velen waren Homs ontvlucht, maar Van der Lugt bleef tot het bittere einde. Het simpele filmpje, gefilmd met mobiele telefoon, kwam terecht bij alle journaals van Nederlandse tv-zenders. De wanhopige boodschap kreeg een triest vervolg. Pater Frans werd op 7 april 2014 om 8 uur ’s morgens vermoord in Homs. Wereldwijd werd er om hem gerouwd.

Vijf later is abouna (‘vader’) Frans, zoals hij door veel Syriërs werd genoemd, nog steeds niet vergeten. Frans van der Lugt, pater en psycholoog, was Syriër met de Syriërs, en nog zo veel meer. Talloze mensen inspireerde hij. Wie was hij, hoe herinneren mensen zich hem? Een eigentijds paasverhaal over een bijzondere man, die zijn leven gaf voor ‘zijn’ mensen en het geloof.

Frans van der Lugt wordt in 1938 geboren in een katholiek bankiersgezin in Den Haag. Na zijn eindexamen besluit hij toe te treden tot de jezuïeten. Hij studeert filosofie en theologie.

In 1964 vertrek naar het Midden-Oosten, studeert Arabisch in Beiroet. In 1966 gaat hij in de Syrische stad Homs werken in het onderwijs.

Het Syrische Homs zal in zijn leven een centrale plaats gaan innemen. Gedurende korte of langere tijden verblijft hij in buitenland voor studie of werk maar telkens zal hij er terugkeren. Hij studeert theologie in Lyon, vervolgens psychologie en wordt in 1971 tot priester gewijd. Hij verdiept zich in yoga en zen-meditatie en promoveert in de psychologie. In de periode 1978-1980 werkt hij als groepsleider bij het internaat De Breul in Zeist. In 1992 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Hij werkt een aantal jaren in Damascus als studentenpastor. In 1993 keert hij weer terug naar Homs als studentenpastor. In 1996 sticht hij bij Homs het ontwikkelingsproject Al Ard (‘Het landgoed’) bestaande uit een wijngaard, een hostel en een opvangcentrum voor mensen met een beperking. In het weekend is er een vast programma van yoga, meditatie, gespreksgroepen en wandelingen, met name gericht op jongeren. Zowel moslims als christenen komen in grote getale.

2011 keert Frans van der Lugt terug naar Homs, door de inmiddels uitgebroken oorlog is het te gevaarlijk geworden in Al Ard. Als Homs dreigt te worden belegerd blijft Van der Lugt, ondanks herhaalde verzoeken om te vertrekken. In januari 2014 vraagt hij met een videoboodschap op YouTube hulp voor de bevolking van de inmiddels belegerde stad.

Op 7 april wordt hij in Homs in de residentie van de jezuïeten vermoord en de volgende dag aldaar in de tuin begraven. Tot op heden is niet duidelijk wie hem vermoord heeft. Hij zou vermoord zijn door rebellen, maar volgens anderen door handlangers van Assad.

Achternaam

De Syrische Rony Shevan van der Lugt (29) heeft Frans van der Lugt goed gekend. Rony woont ruim vijf jaar in Nederland, samen met zijn vriend vluchtte hij uit Syrië. Hij studeert voor een master in human rights, wacht op zijn Nederlandse paspoort en is bezig om zijn achternaam in ‘Van der Lugt’ te laten veranderen.

Rony groeide op in een gegoed Syrisch gezin in Dubai en Aleppo. Zijn vader heeft een Armeens-christelijke achtergrond, zijn moeder is joods. Op zijn 14e gingen zijn ouders uit elkaar. Een moeilijke tijd: ‘Ik wist eigenlijk wel dat ik homo was, maar dat wilde ik niet. Ik zat helemaal in de knoop met mezelf, ik wilde dat ik een toverstafje had om mezelf te veranderen.’

Via via kwam hij terecht bij Frans van der Lugt in Homs. Van der Lugt liet hem zijn verhaal vertellen en zei: ‘Het medicijn zit in jou. Jezus houdt van jou zoals je bent. Jij moet leren om jezelf te accepteren.’ Het was het begin van een vriendschap en voor Rony de ommekeer: ‘Zijn woorden hebben mij gered!’

‘Frans was voor mij een speciaal iemand. Frans was een goed mens, een heel lieve man. Hij kon met iedereen overweg en praatte met iedereen. Hij kon heel grappig zijn, we hebben ontzettend met hem gelachen.

‘Hij accepteerde de mensen. Dat was zo bijzonder. Iedereen was welkom bij hem op Al Ard. Er was een sfeer van gezelligheid, vriendschap. De mensen hielden van Frans, maar niet iedereen. Frans ging zijn eigen gang. Reken maar dat veel leiders dat maar niets vonden.

Toen de Arabische lente begon in 2011 demonstreerde Rony mee en zette hij zich in voor mensenrechten. Hij werd daarom gearresteerd en verdween achter tralies. Na een zwaar half jaar kwam hij vrij en besloot te vluchten naar Libanon. Daar ontving hij een uitnodiging van de Nederlandse overheid voor asiel in Nederland. Nu woont hij in Utrecht: ‘Nu voel ik me een Utrechtenaar.’

Twee jaar geleden maakte een grote groep Syrische vluchtelingen uit West-Europa een lange wandeltocht ter nagedachtenis aan Frans van der Lugt. Rony was niet welkom om het woord te voeren: ‘Ze wilden niet dat er over de rechten van homo’s werd gesproken. Ik laat me niet de mond snoeren, nooit meer. Ze willen van Frans een heilige maken, maar Frans zei altijd: ik ben niet heilig.’

Waarom wil Rony zijn achternaam veranderen? ‘Het is voor mij een eerbetoon aan Frans en wat hij voor mij heeft gedaan. Ik wil graag in contact komen met zijn familie, ze vertellen wat Frans voor mij betekend heeft. Het zou zo fijn zijn als ze me hun zegen zouden willen geven.’

Hoe is het om over Frans van der Lugt te praten: ‘Ik mis hem, ik mis zijn advies. Ik vind het moeilijk dat ik hier ben en dat het Syrië waar Frans zo van hield, niet meer bestaat. Syrië mist hem, het land en de mensen hebben iemand als Frans nodig!’

Bevrijd

Ook parochiaan Peter Raedts (70) heeft Frans van der Lugt gekend. Raedts kerkt bij de Catharina en de Paulus en doceerde jarenlang aan diverse universiteiten Middeleeuwse geschiedenis en theologie. Net als Van der Lugt trad hij toe tot de orde van de Jezuïeten. In 1998 trad hij uit.

Vlak na zijn priesterwijding maakte hij begin jaren tachtig van de vorige eeuw een maandenlange reis door Syrië, Libanon, Israël en Jordanië. Het was het begin van een levenslange fascinatie voor deze bijzondere regio. ‘Ik heb daar echt de geschiedenis ervaren, het is het gebied waar de drie grote godsdiensten hun oorsprong vinden. Heel bijzonder hoe er zoveel verschillende religies en culturen daar naast elkaar leven. De mensen zijn er zo gastvrij.’ En er was nog iets: ‘Al heel lang werken er jezuïeten in het Midden-Oosten, je vindt ze er overal, met name in het onderwijs en de vorming van jongeren.’

Tijdens deze reis door het Midden-Oosten logeerde hij ook een tijd in het huis van pater Frans van der Lugt in de Homs en trok hij intensief met hem op. Een intense ervaring

waaraan hij dierbare herinneringen bewaart. Van der Lugt had hij al eerder leren kennen. Zowel Raedts als Van der Lugt werkten een korte tijd op het internaat van de Breul in Zeist.

Wat trof hem bij Van der Lugt? ‘Frans van der Lugt kon met iedereen communiceren, hij was oprecht geïnteresseerd in de ander. Hij was bovendien een goede psycholoog en een nog betere luisteraar. Hij was vrijgevig, royaal met zijn tijd en aandacht.’

Een gebeurtenis staat Raedts nog duidelijk voor de geest: ‘Op een dag nam Frans me mee naar een christelijk-orthodox dorp in de bergen. Daar was al maandenlang een slepend conflict tussen de dorpsoudsten over wie er de pastoor moest worden. Ze kwamen er maar niet uit en deden een beroep op Frans.’ Na een lange tocht kwamen ze in het dorp: ‘Frans

had oor voor iedereen, bemiddelde en kwam uiteindelijk met een kandidaat die voor iedereen acceptabel was. Hij nam daar alle tijd voor. Heel indrukwekkend. Bovendien sprak hij niet alleen heel goed Hij Arabisch, hij sprak het dialect van de streek.’

Frans van der Lugt kwam uit een chique achtergrond: ‘ik denk dat dat ook een keurslijf was voor hem, hij had grote behoefte aan vrijheid. In Syrië had hij de ruimte ondanks dat het een conservatief land is. Zelf was hij wars van autoriteit of regels. Op mij maakte hij de indruk van een vrij mens, in zijn geloof en in zijn doen en laten. Bevrijd. En dat gevoel gaf hij anderen ook. Heel mooi.’

‘Zijn meedogenloze dood heeft mij vervuld van een diepe droefheid en mij opnieuw doen denken aan zoveel mensen die lijden en sterven in dit gekwelde land, mijn veelgeliefde Syrië.’
Paus Franciscus naar aanleiding van de dood van Frans van der Lugt

‘Liefde is er voor de goeden en de kwaden. God houdt van alle mensen. We zijn verlost door Christus. Niet door zijn lijden maar door zijn liefde.’
– Frans van der Lugt

‘Ik ben een Syriër geworden. Ik heb heel veel van Syrië ontvangen, en ik wil nu ook mee lijden met de mensen die het heel moeilijk hebben. Ik wil graag voor hen, zo mogelijk, een bron van troost zijn. Ik ben de herder van mijn schapen. Je vraagt iemand die thuis is toch niet waarom hij blijft?’
– Frans van der Lugt

Er zijn diverse boeken over Frans van de Lugt verschenen:

Frans van der Lugt SJ, 1938 – 2014, Bruggenbouwer en martelaar in Syrië – Paul Begheyn SJ (red.) Valkhof Pers

Pater Frans, vijf jaar later, Jan Stuyt SJ, Uitgeverij Adveniat

Wie ben jij, o liefde, verzameld werk van pater Frans, Frans van der Lugt S.J. – Kok Boekenscentrum

Er is een website aan Frans van der Lugt gewijd: www.fransvanderlugt.org

Tekst: Adeline Riesselman

image00003

Hans Boogers: de Blijde Boodschap blijven uitdragen

De verhuisdozen zijn uitgepakt, het appartement ingericht, de installatie achter de rug. Hans Boogers, de nieuwe pastoor van de samenwerkende katholieke parochies in Utrecht, kan aan de slag. Reden voor een uitgebreid kennismakingsgesprek.

Na zeven jaar in Zwolle is nu Utrecht zijn standplaats. Al bij de eerste kennismaking in levende lijve maakt hij een ontspannen en vrolijke indruk. Niet voor niets werd er in Kampen en Zwolle gesproken over de ‘lachende pastoor’. Hij neemt alle tijd voor het interview. En ook de wat minder leuke onderwerpen gaat hij niet uit de weg.

Voor het fotomoment is een afspraak gemaakt in de parochiecentrum. Hij voelt zich op zijn gemak, is vrolijk, attent en alert. Bij een rondje door de kerk maakt hij makkelijk een praatje, iemand stelt zich voor, en al in het gesprek wordt de persoon bij naam genoemd. ‘Ik kan heel goed gezichten en namen onthouden, soms ontschiet me de naam van iemand, maar het verhaal dat bij die persoon hoort heb ik wel paraat.’

Dertig jaar geleden

‘Ik ben tot priester gewijd op 29 juni in1988, het is wel heel bijzonder dat ik op 29 juni 2018 in Utrecht geïnstalleerd word.’ Boogers vertelt over zijn jeugd, geboren in 1958 in Amsterdam, de oudste van een gezin van drie, met twee zussen. De eerste jaren opgegroeid in Amstelveen, daarna verhuisde het gezin naar Noordwijkerhout. Het gezin kerkt bij de Victorparochie, een proefkerk voor Nederlandse liturgie. ‘Dat heeft mij gevormd, ik ben niet opgegroeid met Latijn in de kerk.’

Het gezin verhuist naar Driebergen waar de boslucht misschien heilzamer is. Boogers komt terecht op De Breul, een bekend Jezuïetencollege in Zeist. Het gezin gaat daar naar de kerk bij Arca Pacis, een heel open gemeenschap, oecumenisch gericht en verbonden aan Kerk en Wereld in Driebergen. ‘Ik voelde me er vrij, maar merkte ook dat ik als jongere in de minderheid was.’

Na de middelbare school besluit hij om aan de HEAO te gaan studeren. Het blijkt geen succes. Hij krijgt via via een baan bij de Nederlandse Middenstands Bank (NMB), haalt zijn boekhouddiploma en gaat vervolgens in militaire dienst. Na zijn afzwaaien komt hij terecht in Veenendaal waar hij weer kan werken bij de bank. Jong als hij is, is hij druk met het vinden van zijn eigen weg. In Veenendaal kerkt hij bij lokale parochie die geleid wordt door een heel inspirerende pastoor. Het zeer protestantse Veenendaal kent een kleine katholieke minderheid en dat heeft zo zijn keerzijde: ‘Ik wilde daar lid worden van een volleybalclub. Ik kreeg een vraag over mijn geloof en vertelde dat ik katholiek was, toen kon ik daar niet terecht.’

Hij ontmoet er ook Theo van der Sman, een priesterstudent die zijn opleiding volgt in Antwerpen. Ze hebben diepe gesprekken, waarbij ook de vraag valt of het priesterschap niet wat voor hem zou zijn. ‘

‘Daardoor begon het bij mij te spoken. Priester worden? Ik had eigenlijk heel veel positieve ervaringen met pastores en later met pastoraal werkenden. Het trok me wel, maar er was ook twijfel. Ik ben ook verliefd geweest.’ In diezelfde tijd neemt bisschop Ernst het initiatief tot het oprichten van een priester- en diakenopleiding in Bovendonk. Boogers schrijft zich in met het doel om diaken te worden. Als diaken komt hij in Colombia terecht. ‘Terug in Nederland had ik het erover bij de bank, daar was de reactie: we zien dat wel in je. Dat voelde als een bevestiging, zo van: dit is jouw weg. Maar het was geen makkelijke keuze.’ Een mystieke ervaring in het Belgische klooster Chevretogne gaf de doorslag. Boogers wil er niet dieper op ingaan, te intiem. Hij volgde zijn priesteropleiding in Bovendonk en in Utrecht en werd in 1989 tot priester gewijd door kardinaal Simonis.

‘Hoe het was voor mijn ouders dat ik een roeping had? Ze hadden voor mij een toekomstbeeld met een schoondochter en kleinkinderen. Ze waren bezorgd, maar hun houding was ook: als dit jouw weg is, is het goed.’ Ze hadden gelijk: ‘Bij mijn priesterwijding moest ik plat op de grond liggen. Dit klopt, dat voelde ik toen heel sterk. Ik sta nog steeds achter mijn keuze, ik heb er nog geen dag spijt van gehad!’

Groot gebied

Boogers was 7 jaar pastoor in Zwolle bij de Thomas à Kempisparochie, de afgelopen jaren zag hij zijn werkgebied tot twee keer toe uitbreiden met de Norbertusparochie en de Heilige Christoffel (zie kader). Voor zijn installatie in Zwolle was hij ruim zeven jaar pastoor in de Achterhoek.

Het werkgebied dat hij verlaten heeft is totaal anders dan wat hem in het Utrechtse staat te wachten. Maar er zijn zeker ook overeenkomsten. Ook in het oosten van het land speelt de problematiek van krimp. Steeds minder katholieken weten de weg naar de kerk te vinden en diegenen die wel elke zondag in de kerk zitten zijn vaak ouder.

‘Zwolle is behoorlijk internationaal, je ziet daar ook meer mensen met een andere culturele achtergrond. Maar als je bij een doop in Oldenmark komt, is iedereen weer heel blank.’ Wat valt hem verder op in de gemeenschappen die hij achterlaat? ‘Ze zijn sterk in diaconale activiteiten, de sfeer is sympathiek en leergierig.’

Ook hij werd geconfronteerd met tekorten en kerksluiting. De eens katholieke Zwolse Verrijzeniskerk werd in 2011 overgenomen door de Christelijk gereformeerden. Ook het personeelsbestand moest inkrimpen van 9 naar 3 pastores. ‘Toen de kerk sloot, hebben we gedurende 6 weken elke zondag de mensen met een bus meegenomen naar de andere gemeenschap om ze een plek te geven. Dat was een succes; de mensen weer werden weer actief!’

Ook veranderde zijn rol als pastoor: ‘Mijn werkgebied werd zo groot, je kunt niet overal zijn, de mensen moeten meer zelf doen. Wel ben je nog belangrijk als inspirator en stimulator.’

Daarnaast werd in 2015 de gemeenschap in Dronten geconfronteerd met een zeer vervelende situatie, die zelfs de landelijke media haalde. Een transgendervrouw werd benoemd tot penningmeester van het kerkbestuur. Boogers: ‘Ik verkeerde in de veronderstelling dat dat niet uitmaakte. Maar ik ben teruggefloten door de aartsbisschop en moest haar ontslaan. Ik ben in de pers letterlijk neergezet als een slecht persoon. Het ging om de huisregels van de kerk, hoe ga je daar verstandig mee om? Heel pijnlijk, en zeker niet goed voor de gemeenschap. Het is zo’n verhaal dat alleen maar verliezers kent.’

Maar hij heeft ook veel waardering mogen ondervinden. Bij zijn afscheid, uitgesmeerd over verschillende vieringen in de verschillende gemeenschappen, kreeg hij mooie woorden en complimenten mee: ‘We gaan je missen, we zullen je herinneren als inspirerend, goedlachs, steunend en verbindend.’

Utrecht

En dan nu Utrecht. Hij is goed bekend met de stad. ‘Een mooie plek, met een rijke christelijke geschiedenis en heel veel cultuur, daar hou ik van!’ En verder? Hij zei het al eerder: ‘Ik wil eerst luisteren, wat speelt er hier? Natuurlijk ligt er een pastorale visie. Die wil ik verdiepen, hoe geef je dat handen en voeten? Dat kost veel energie, maar het uitgangspunt, het verhaal van Emmaüs, is zo mooi. Ik wil daarbij aansluiten, wat kan ik daarin betekenen?’ Maar er zit ook druk achter: ‘De ontwikkelingen gaan snel, bijvoorbeeld met de kathedraal en de Augustinus, dat is als springen op een rijdende trein!’

Wat houdt hem op de been? ‘Het geloof in een liefdevolle Christus die wil genezen en nieuwe kansen biedt. Mijn geloof is er altijd heel sterk geweest, het hoort bij mijn levenswijze.’ Wat wenst hij de gemeenschappen toe? ‘Dat zij met elkaar de Blijde Boodschap van Christus blijven uitdragen.’

Van een groot gebied naar een grote stad

Van 2011 tot en met juni 2018 was Hans Boogers pastoor van maar liefst drie parochies, liggend in drie provincies: Gelderland, Overijssel en Flevoland. In 2011 werd Boogers pastoor in Zwolle van de Thomas à Kempis parochie, bestaande uit twee Zwolse gemeenschappen (waaronder die van de befaamde ‘Peperbus’) en gemeenschappen in Herfte-Wythmen, Kampen, IJsselmuiden, Hattem en Hasselt. In 2013 kwam daar de Heilige Norbertusparochie bij, bestaande uit zes gemeenschappen in Biddinghuizen, Dronten, Lelystad, Nunspeet-Elburg-’t Harde (twee gemeenschappen) en Swifterband. In 2015 kwam de parochie Sint Christoffel erbij, deze bestaat uit een vijftal gemeenschappen, te weten in Kuinre, Oldemarkt, Steenwijk, Steenwijkerwold en Vollenhove. Op 15 juni is Ton Huitink hier gestart na zijn installatie in Dronten.

Tekst en foto’s: Adeline Riesselman

UKBW

De kinderboeken van Dorothé Cras

Dorothé Cras (50) is sinds 2012 eigenaar van de Utrechtse Kinderboekwinkel. Ze is geboren en getogen in Utrecht en actief kerkganger in de Pauluskerk. Met pastor Gérard Martens en twee andere vrijwilligers leidt ze het vormselproject voor kinderen in groep 7 en 8. Een gesprek over vriendschap, haar eigen favoriete jeugdboek en boeken die kunnen helpen bij geloofsopvoeding.

‘Het thema van de Kinderboekenweek (2018) is vriendschap, dat leent zich uitstekend voor gesprek met kinderen van elke leeftijd.’ Cras lacht en dat zal ze vaker doen tijdens het gesprek. ‘Het motto bij vriendschap in deze week is ‘Kom erbij!” Dan gaat het dus het over nieuwkomers, vluchtelingen, eigenlijk over elk kind dat zic nog welkom moet voelen.’

Gezeten aan het hoofd van een grote tafel op de zolderetage van het pand aan de Ganzenmarkt bergt ze met een vies gezicht een schoteltje met onbestemde inhoud weg -het lijkt nog het meest op kaarsvet- ‘achtergelaten gisteravond, vermoedelijk.’ De zolder is een beetje een geheime ruimte, je komt er niet als klant. Wel dient hij als tijdelijke behuizing voor een paar jongeren met een status die wachten op een huis: ‘Heeft mijn zoon geregeld, en ik bied ze graag onderdak aan voor een korte periode, maar ja; wel de zooi opruimen he? Nou ja, verder ziet het er heel netjes uit.’ Weer die lach.

Kikker

‘Jip en Janneke, nijntje en vooral de prentenboekjes over Kikker van Max Velthuis kent iedereen en gaan op een mooie manier over vriendschap. Met heel jonge kinderen kun je al over vriendschap praten, terwijl je voorleest. Kikker gaat over bang zijn, wie is jouw vriendje, wat doe je voor hem of haar? Wanneer laat hij of zij jou in de steek? Hoe maak je het goed? Uitgeverij Lemniscaat komt voor de grotere kinderen met een boek over vriendschap en vluchtelingen: ‘Jij en ik’; Verschillende auteurs schrijven over vriendschap en vluchtelingen. Jan Terlouw schreef over de hongervluchtelingen in de Tweede Wereldoorlog, een ander over de Vlaamse vluchtelingen in de Eerste wereldoorlog. Annet Huizing schreef over een nieuwe jongen in de klas, uit het AZC, terwijl een van de vaders in protest gaat. Het boek geeft een andere kijk op het actuele thema vluchten. We kunnen ons nu soms zo overrompeld voelen door alles wat er gebeurt, maar het is helaas iets van alle tijden.’ Voor het derde jaar op rij zou zomaar weer een Utrechtse auteur de Gouden griffel kunnen ontvangen: ‘Grote kanshebber is wat mij betreft Annet Schaap met ‘Lampje’, een prachtig verhaal over een meisje van tien, de dochter van een vuurtorenwachter. Haar vader drinkt veel, elke avond moet zij de lampjes van de toren aan doen. Op een nacht zijn de lucifers op en brandt de lamp niet…en wat er dan gebeurt…’

Vriendschap

Het boek over vriendschap uit mijn eigen jeugd dat mij het meest is bijgebleven is ‘We gingen bramen plukken’, maar de schrijver herinner ik me niet eens. (Doris Buchanan Smith, red.) Het ging over een jongetje dat doodging door een bijensteek. Zijn beste vriendje is er ondersteboven van. Maar mijn allermooiste boek was ‘Momo en de tijd-spaarders’ van de Duitse auteur Michael Ende. Het gaat over grijze mannen met grijze pakken die iedereen de tijd afpakken, iedereen wordt steeds gehaaster. Niemand heeft meer tijd voor vriendschap of een ontmoeting. Ik las het toen ik 13 was, het is dus zeker 30 jaar oud en nog steeds actueel. Het is een heel levensbeschouwelijk boek.’

Tips

Cras krijgt regelmatig vragen welke boeken geschikt zijn bij geloofsopvoeding. ‘Kinderbijbels worden regelmatig verkocht, als doopcadeautje, of rond Pasen, als kinderen met vragen bij hun ouders komen. Die ouders willen iets uitleggen en weten het zelf niet goed. Ook mensen zonder gelovige achtergrond kopen een bijbel, ze willen dat hun kinderen ‘het verhaal’ kennen. Bijvoorbeeld over het leven van Jezus, het nieuwtestamentische verhaal. Het is vooral een culturele belangstelling voor de verhalen. Waar komen onze kunst, gebouwen, kerken en spreekwoorden vandaan? Ze vertellen vaak dat ze er zelf ‘niks meer aan doen’. Rond Kerst verkoop ik vooral veel kerstboeken, maar minder bijbels. Blijkbaar is het kerstverhaal helder en makkelijk te vertellen. De kennis van klanten is wisselend. Soms weten mensen veel en zijn ze kritisch, anderen zijn nieuwsgierig. Ik denk wel dat als je je kinderen iets van de maatschappij en cultuur wil laten begrijpen het terecht is dat je de bijbel leest. Ik probeer de mensen altijd iets te vertellen over hoe de verschillende bijbels werken. Vroeger werkte ik op een bijzonder neutrale school, daar ligt niks vast. Daar werd elk jaar bedacht: wat vieren we, hoe doen we dat? Dat doe je misschien minder op een van oudsher katholieke school. Het is zoeken, mijn eerste baan was op een protestantschristelijke school waar 90 % van de leerlingen Islamitisch was en waar elke dag braaf begon met een bijbel verhaal. Dat was lastig en ook zoeken naar een oplossing.’

Kinderen en Levensbeschouwing.

‘Religie is ook een soort antwoord op het leven na de dood. Ik vind het altijd mooi om vanzelfsprekendheid ter discussie te stellen. Ik wil kinderen graag veel informatie geven, zodat ze zelf keuzes kunnen maken. Je hebt je rituelen, je leeft voor, neemt deel aan kerkdiensten, brandt een kaarsje. Met mijn eigen zoon heb ik veel verhalen voorgelezen, uit drie kinderbijbels. Hij is ook mee geweest naar de kerk. Ik had daar het kinderkoortje, mijn man speelde piano. Ik vind de christelijke baby-bijbel waarin kinderen springen en zingen voor de Heer zelf wat minder aansprekend. Ik sprak erover met een dominee en we kwamen tot de conclusie: Het is goed om kinderen voor te lezen, maar je moet er wel met ze over in gesprek kunnen gaan, en niet alleen maar een tekst zenden. Maar dat is een keus. Zo denk ik erover: meegeven wat je waardevol vindt, geen dogma’s, met oog voor je medemens. Zo zijn we bij het thema vriendschap; ‘wat gij niet wil, dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Kinderen denken na over het leven. Ze kijken net even anders. Simpel: hoe kijk je naar een kopje koffie, waar is het kopje van gemaakt, hoe komt die koffie erin, waar bestaat koffie uit? Kinderen pikken er altijd andere dingen uit.’

Tips van Dorothé

  • Tip 1 Wie gelooft wat? (2017), Het grote Kijkboek van Christendom tot Islam van Anna Wills en Nors Tomm is een prachtig kijk -en zoek voor over de 5 grote wereldreligies, op een vrolijke manier in beeld gebracht. Er zit veel informatie in ook voor kinderen van 10, 11 jaar. Maar ook met een zesjarige kun je details bekijken.
  • Tip 2 Wat is de achternaam van God? Voor kinderen van 8,9 jaar. Met veel foto’s en vragen van kinderen. Leuk om bij een communie te geven in plaats van Geronimo Stilton.
  • Tip 3: Franciscus en de dieren van Piet Grobler. Het verhaal vind ik eerlijk gezegd niet zo spannend, maar door de prachtige illustraties is het toch heel inspirerend en geeft het aanleiding bij deze mens- en heilige stil te staan.

Tekst: Liesbeth de Moor

IMG-2394

Waarom draag jij dat kruis?

Anton (64) krijgt veel vragen over de rozenkrans op zijn rechterhand en -pols: ‘Zelfs als ik bij de supermarkt in de rij sta, willen mensen erover weten.’ Wat is zijn verhaal? ‘Jaren geleden was ik heel, heel depressief. Mijn moeder heeft toen veel voor mij gebeden. Toen het weer beter met me ging, wilde ze me een cadeau geven. Ik heb gekozen voor deze tattoo, een jongen uit Polen heeft ‘m voor mij gezet. Ik ben er heel blij mee.’

Anton groeide op in een katholiek gezin: ‘Ik was misdienaar en zong in het kerkkoor.’ Een echte kerkganger is hij niet, maar toch laat het geloof hem niet los: ‘Thuis heb ik een kruisbeeld en natuurlijk een beeld van Maria!’

Tekst en foto: Adeline Riesselmann

Irak-0021c

Contacten voor Kankercentrum Kirkuk

Je zult maar 8 jaar oud zijn, kanker krijgen, in een ziekenhuis terechtkomen dat te weinig middelen heeft om je goed te helpen, en dan ook nog op een zaal terechtkomen waar allemaal vrouwen met borstkanker liggen. Als je in Kirkuk of omgeving woont kan dat je gebeuren. Maar er is ook goed nieuws. In die stad woont Khalil Ibrahim, die het op zich nam om dit ziekenhuis te helpen waar maar mogelijk.Hij kan veel omdat hij een geweldige man is die graag toneel speelt. Rond Kerstmis brengt hij als kerstman geschenken aan alle kinderen die er ziek liggen te zijn. Enkele malen per jaar loopt hij er als clown rond, ook om geschenken uit te delen aan de zieke kinderen, en aan hun broertje of zusje als die net op bezoek zijn. Even een glimlacht toveren op hun gezicht, „zodat ze die laatste maanden van hun leven ook even een gelukkig moment kennen”.

Khalil, diaken in het bisdom Kirkuk, krijgt veel steun van zijn bisschop, de Chaldeeuws katholieke aartsbisschop van Kirkuk Yousif Thomas Mirkis. In Utrecht kennen we hem, 27 augustus zal hij er ook weer zijn, hier bij ons in Utrecht. Hij en Khalil hopen nu heel erg op hulp, om bij dat oncologische ziekenhuis een aparte zaal te kunnen bouwen en inrichten voor de kinderen. Want nu liggen de kinderen gewoon op zaal tussen volwassen mensen, vooral veel vrouwen.

Tot 1991 waren de ziekenhuizen van Irak de beste in de hele regio, uit de buurlanden kwam men naar Irak. 1991 stelde de VN een boycot op tegen Irak, die duurde tot 2003. Een totale boycot, zelfs geen medicijn mocht het land in. In 1991 werden de Iraakse soldaten die zich uit Koeweit terugtrokken, bestookt met verarmd uranium. Tot 2002 had kinderleukemie zich al vervijfvoudigd, en borstkanker neemt nog steeds toe.

Particuliere ziekenhuizen hebben zich inmiddels een beetje weten te herstellen, de staatsziekenhuizen kampen nog met veel tekorten. Daar komen de arme mensen terecht. Het bisdom Kirkuk-Sulaymaniyah staat voor diverse opgaven, in een land waar de armste bevolkingsgroep het hardst werden getroffen door boycot en oorlogen, en waar hulp uit buitenlanden het laatste aankomt bij diezelfde groepen.

Sinds twee jaar pogen we als Utrechtse parochie samen met enkele andere organisaties in Nederland hen te helpen. Het bisdom zelf kan de eigen opgaven en onkosten goed aan; ook de 4000 IDP’s vingen ze 3 jaar lang prima op. Tevens probeert dat kleine bisdom – 7000 leden – te helpen waar te veel ellende en te weinig hulp samenkomen. Dat gaat hun krachten vaak te boven.
Dan vragen ze buitenlanden om hulp.

display_image

Schamen

Mirjam van Noord groeit op in Oog in Al en gaat naar de Pauluskerk. Ze zingt in het jongerenkoor, ze is lid van het bestuur van het jongerenkoor en ze is lector. Ze zit nu in de vijfde op het Christelijk Gymnasium Utrecht en weet nog niet wat ze daarna wil studeren.

Op school komt de rooms-katholieke kerk niet vaak op een positieve manier in beeld. We leren over de Spaanse inquisitie, over kruistochten, over het pausdom dat een ‘speelbal van de adel’ zou zijn geweest en over de manieren waarop het christendom werd verspreid. Ik vind het jammer, want ik merk aan mezelf – en bij anderen – dat we ons op een of andere manier schamen om het geloof.

 

Hoewel ik naar een christelijke school ga, weet elke leerling dat je niet moet rondbazuinen dat je gelovig bent of gelovig bent opgevoed. Geloven in God is raar. Dat God niet zou bestaan is voor gymnasiasten wellicht een erg aannemelijke gedachte. We leren eerst over de Griekse en Romeinse goden die niet bestaan; dat zijn enkel mythes. Waarom zou die christelijke God dan wél bestaan?

 

Daarna leren we alles over de evolutietheorie en dat elk verschijnsel natuurlijk te verklaren is. Dat er een grote macht zou zijn die hemel en aarde gemaakt heeft, klinkt dan niet meer logisch.

Of God bestaat, durf ik niet met 100% zekerheid te zeggen. Maar als je het mij vraagt, gaat godsdienst niet over verklaren maar over geloven. Ik zie in mijn eigen gemeenschap dat mensen een vriend hebben in God. Dat zij liefde vinden door God. Dat zij steun kunnen vinden in hun geloof. Of God de mens geschapen heeft, is voor mij dan niet meer belangrijk. Dat is wat mij betreft niet de essentie van het christendom.

Waar het om draait, is het omzien naar elkaar, het vormen van één gemeenschap, je naasten liefhebben, zorgen voor de wereld. Door het christendom leren we dat het belangrijk is rekening te houden met elkaar. Dat we houden van de wereld en dat we samen proberen die wereld mooier te maken. De kerk is een plek waar liefde in overvloed is. Ikzelf heb er niet alleen vriendschappen gevonden, maar ook een thuis.

Waarom zouden we ons daarvoor moeten schamen?

Wekelijkse Vieringen

Maandag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
12:30 uurKapel zusters  Waterstraat
19.00 uurCatharina
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel Barbarabegraafplaats
Dinsdag
8:00 uurAloysius
8:00 uur
9.00 uur
Klooster Cenakel
Rafaëlkerk
10:00 uurAloysius
12:30 uurKapel zusters  Waterstraat
19.00 uurCatharina
Woensdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:30 uurJoseph
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
18:30 uurCatharina: Rozenkrans
19:00 uurCatharina
19:00 uurGertrudis
19:00 uurAntonius: Vesper (vervalt in juni, juli en augustus)
Op de woensdagen in de 40-dagentijd is er een Oecumenische vesper om 19:00 uur afwisselend voorgegaan door een dominee en pastor Hans Harmsen.
3e woensdag van de maand: Rozenkrans om 19.00 uur in de Johannes-Bernardus. In de Mariamaanden (mei en oktober) is het Rozenkrans gebed elke woensdag om 19.00 uur.
Donderdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurRafael
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
19.00 uurCatharina
1e en 3e van de maand: 19:30 uur: San’Egidio Kapel zusters Waterstraat
Vrijdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurWederkomst des Heren – ochtendgebed
10:00 uurAloysius
10:00 uurDominicus – wereldwake
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
18:00 uurAntonius: gregoriaanse vesper
19.00 uurCatharina
1e vrijdag van de maand
10:30 uurJacobus
10:00 uurJohannes Bernardus
10:30 uurJoseph
10:00 uurDominicus
3e en 5e van de maand: 10:00 uur: Johannes Bernardus
2e van de maand: 16:00 uur, kleine viering Josephkerk
Zaterdag
8:00 uurKlooster Cenakel
11:15 uurNoodkapel Voorportaal: Rozenkrans
12:00 uurKapel zusters Waterstraat
18.30 uurCatharina
1e zaterdag van de maand: eucharistieviering opgedragen aan Fatima om 9.00 uur in de Josephkerk.

Algemeen Contact

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaan van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag – Donderdag: 09.00 – 16.00 uur
Vrijdag: 09.00 – 12.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl