S1120068

Wederopbouw in Noord Irak

De mensen durven het nog niet echt hardop te zeggen, maar er leeft hoop. Hoop dat het eindelijk allemaal voorbij is, alle ellende die buitenlanden over hen uitstulpten. In Irak kwam het niet tot een burgeroorlog, alle groepen zochten elkaar voortdurend op, om dat te verhinderen. Het is ze gelukt, en zo gaat ook het opbouwen relatief gezamenlijk. De groepen staan niet scherp tegenover elkaar, al valt er hier en daar best wel wat te verzoenen. En in enkele regio’s zijn kleine milities die nog voor onrust zorgen: sjiieten, die het meeste onder ISIS leden.

Er leeft dus hoop. Bisschop Mirkis toonde die hoop altijd al door te bouwen waar dat nodig was. Bouwen als pastoraat van hoop. In een buitenwijk van Kirkuk begon het bisdom 3 jaar geleden met de bouw van een school, gemeenschapsruimte (en nieuwe kerk in toekomst). Dit vanwege de enorme volksverhuizingen die gaande waren richting Kirkuk. De gelden waren er, mooie plannen, de regering had grond cadeau gedaan en wacht nu op de school – bij een hele nieuwe woonwijk.

De school zou dit jaar 2019 klaar moeten komen. Zusters uit India nemen de verantwoordelijkheid. Mirkis had voorzien, dat de bouwmaterialen ooit duurder zouden worden na ISIS. Met een cementfabriek heeft hij indertijd gedeald dat ze voor de prijs van toen zouden blijven leveren.

Maar ja, rond Mosul wordt dus druk gebouwd. Het laatste jaar zijn de prijzen verdubbeld. Dus voor de afwerking van de school – een dubbelschool, van 6 – 18 jaar, zijn de prijzen ook meer dan verdubbeld, en is er ineens een gat in de kas. Nog zo’n $700.000 moet nu gevonden worden.

Het bisdom hielp de Yezidi studenten, omdat die door niemand werden geholpen. Die zitten in Bashiqa, ver van Mosul, omdat een bisschop in Mosul hen niet in „zijn” christelijke regio wenste. Een jaar lang heeft het bisdom het volgehouden hen maandelijks fors te helpen, dat ging de laatste maanden op het tandvlees, maar steun uit Nederland heeft hem nog twee maanden verder geholpen. Het studiejaar kon worden afgemaakt.  De coördinator weet precies wie van die Yezidi de meeste nood hebben. Dus zodra er geld komt uit buitenlanden voor de studenten, wordt het vanaf de armsten verdeeld tot het op is.

Want ook: sinds 2017 ISIS werd verdreven menen buitenlanden dat alles nu in orde is. Probleem over, hulp stopt. Er komt weinig hulp voor de wederopbouw. Sterker nog: de regio die de meeste vluchtelingen opving krijgt nu vrijwel geen steun meer.

Mosul is platgebombardeerd, de huizen in de omringende dorpen zijn door ISIS gestript tot en met de elektrische bedradingen, deuren, vensters. Er moet dus wat hersteld worden. Mensen wonen nu in halve ruïnes, en wie wat geld heeft knapt wat op. Rond Mosul leeft veel nog in tenten, omdat er in Mosul nauwelijks te wonen valt. In ons bisdom, aan de oostkant van Irak, wordt vooral gebouwd aan toekomst. Door de enorme volksbewegingen zijn er nieuwe voorzieningen nodig. En het klooster te Sulaymaniyah verzamelt al die groepen, zodat ze elkaar kennen en samenwerken. Bouwen aan toekomst. Hoop.

Utrecht zal in de Vastentijd voor de Yezidi studenten geld verzamelen.

Yosé Höhne Sparborth

Saint_Augustine_by_Philippe_de_Champaigne

Heilige woede – 2

Regelmatig zal u op katholiekutrecht.nl een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: Julia van Wel.

Lucas 24, 29

Ik ben lid van de lekenbeweging Familia Augustiniana Nederland. Een lid uit België was eens verrast toen hij tijdens de toneelvoorstelling ‘Marx’ de acteur Johan Heldenbergh Augustinus hoorde citeren: “De hoop heeft twee prachtige dochters: moed en woede. Woede om hoe de dingen gaan en moed om ze te veranderen.” En de acteur voegde daaraan toe: “Woede om onrecht is de hoogste vorm van liefde”.

Heet dit nu ‘religie ook buiten de kerk’, of ‘kerk in de wereld van vandaag’? In ieder geval: ‘heilige woede’: een belangrijk begrip voor elke christen en andersgelovige, anno 2018.

Julia van Wel

poster

Het sacrament van barmhartigheid

Naar de biecht gaan … Soms willen we wel, maar een deel van ons blijft toch onwillig of zelfs bang voor het sacrament. Behalve een gevoel van schaamte kunnen we ook gewoon vergeten zijn hoe we precies moeten biechten. Voor degene die God om vergeving willen vragen in het sacrament van boete en verzoening is hier een klein stappenplan.

Stap 1: Het gewetensonderzoek

Dit is het meest noodzakelijke deel van de biecht. Voordat u namelijk kan biechten moet je weten wat voor zonden u hebt begaan. Normaal gesproken gaat iemand naar de biecht en vertelt de priester zijn of haar zonden vanaf de vorige biecht. Maar als dat 20 jaar geleden is, dan kan dat wel eens lastig worden.

Over het algemeen onthouden wij alleen de “grote” zonden. Als u hulp nodig heeft bij het gewetensonderzoek kan u hier een handleiding vinden van de abdij van Tonerlo. Wanneer u uw zonden aan de priester vertelt, noem dan de zonde en het aantal keer dat u die heeft begaan (of anders een algemene schatting, bijvoorbeeld: “ik ben al 20 jaar niet naar de mis gegaan”).

Bedenk dat de priester al deze zondes al een keer heeft gehoord en dat hetgeen u opbiecht hem niet zal verrassen of choqueren.

Naar de biecht gaan is net als naar de dokter gaan: Als u niet goed uitlegt waar je arm pijn doet, zal de dokter nooit de juiste diagnose kunnen maken en de juiste behandeling voorschrijven. Dit geldt ook voor de biecht, als u een zonde niet opbiecht kan de priester u er ook geen absolutie voor geven.

Stap 2: Zoek de biechttijden op of maak een afspraak met uw priester

Soms, als het al een lange tijd geleden is, kan u waarschijnlijk het best een afspraak maken met uw lokale priester. Als u die priester echter niet kent kan de drempel erg hoog zijn. In dat geval is de anonimiteit van een biechtstoel misschien wenselijk. Zoek hiervoor de vaste biechttijden op van de kerk waar u heen wilt gaan. In Utrecht is er vaste biechtgelegenheid in de Catherinakathedraal en de Gerardus Majella, voor een afspraak kan u bellen met het centraal secretariaat.

Stap 3: Ga de biechtstoel of biechtkamer in en biecht uw zonden op

In sommige gemeenschappen gebruikt men de biechtstoel niet meer, of is het een optie die samen met een biechtkamer wordt aangeboden. Voor aanvang van de biecht zegt de priester eerst: “In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.” Dan is het uw beurt om te praten. Als het al een tijd geleden is dat u naar de biecht bent geweest is het goed om dat eerst even te zeggen, iets in de trant van: “Eerwaarde, dit is mijn eerste biecht sinds X jaar”. Dan kan u uw zonden opbiechten. Als u bang bent dat u niet alles kan onthouden kunt u een briefje meenemen als geheugensteun.

Stap 4: Luister naar de troostende woorden van de priester en bid een akte van berouw

De priester zal op uw biecht reageren op een manier die u moeten bemoedigen op uw weg door het leven. Vervolgens geeft hij u een “penitentie”. Dat kan het opzeggen van een aantal gebeden zijn of het lezen van een Bijbelpassage met daarbij een overweging. Hierna heeft u de gelegenheid om een akte van berouw te bidden, dat is een gebed waar u de spijt over uw zonde uitdrukt tegenover God. Vaak is het gebed wel ergens te vinden in de biechtstoel, maar als u het niet meer kan herinneren kan u altijd de priester om hulp vragen. Over het algemeen worden hiervoor twee gebeden gebruikt:

Ik belijd voor de Almachtige God, en voor U allen
dat ik gezondigd heb,
in woord en gedachte,
in doen en laten,
door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Daarom smeek ik de Heilige Maria, altijd maagd,
alle engelen en heiligen,
en U broeders en zusters,
voor mij te bidden tot de Heer onze God.

of:

Barmhartige God,
Ik heb spijt over mijn zonden,
omdat ik Uw straffen heb verdiend,
maar vooral omdat ik U, mijn grootste weldoener
en het hoogste Goed heb beledigd.
Ik verfoei al mijn zonden en beloof
met de hulp van Uw genade mijn leven te beteren
en niet meer te zondigen.
– Heer, wees mij zondaar genadig

Stap 5: Koester de barmhartigheid van God en maak uw penitentie

Ga hierna een ogenblik in de kerk zitten en dank God voor zijn vergevingsgezindheid. Hij heeft zojuist al uw zonden uitgewist! Ze zijn weg, ze zijn u niet meer tot last. Laat Gods vrede over u heen komen in dankbaarheid en maak de penitentie die u van de priester hebt gekregen. Hernieuw uw toewijding om Christus te volgen en begin een nieuw hoofdstuk in uw leven. God schenkt altijd vergeving aan hen die oprecht berouw hebben. Vertrouw in zijn barmhartigheid.

Bron: Aleteia

Portrait of angry young woman

Heilige woede – 1

In onze nieuwe rubriek zal u op katholiekutrecht.nl regelmatig een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: Julia van Wel.

Lucas 24, 29

Spreker op de Ontmoetingsdag Geloofsgemeenschappen in vrij verband op 6 oktober in De Boskapel in Nijmegen, was Thomas Quartier, een ‘liberaal anarchistische’ benedictijn, woonachtig in Doetinchem. Het klooster is een oefenschool voor ontvankelijkheid en dienen van God. Daar gaat het om. Kleine gemeenschappen moeten blijven vasthouden aan hun idealisme. Ook zij kunnen ‘kiemcellen’ zijn om je woede te heiligen, en daardoor God te dienen. Dankzij de werkverdeling in Doetinchem, kan Thomas het ‘anarchistisch christendom’ de wereld inbrengen. Als je je woede heiligt en ‘naar boven opengaat’, dan verruimt je hart zich en kun je God dienen.

Julia van Wel

47430539_908598442666845_6769221384548646912_n

Luisteren met je hart

Als internetpastor probeert de Jezuïet Nikolaas Sintobin binnen de digitale omgeving het Evangelie te verkondigen. Een paar jaar geleden begon hij voor het Platform voor Ignatiaanse Spiritualiteit met het project Bidden Onderweg. Volgens Sintobin is gebed niets minder dan zuurstof voor het geloofsleven. Toch vinden veel katholieken het moeilijk om tijd te vinden voor gebed. Reden voor katholiekutrecht.nl om eens met Sintobin te praten.

Bidden Onderweg is een website met bijbehorende apps voor iOS en Android waar elke dag nieuwe podcasts worden uitgebracht” legt Sintobin uit. “Een podcast is eigenlijk een radio-uitzending die je op ieder moment van de dag kunt beluisteren. De podcasts duren ongeveer tussen de 10 en 12 minuten en je kan ernaar luisteren op je telefoon of via je PC.” Volgens Sintobin zijn de uitzendingen korte meditaties op de lezing van de dag. In die uitzendingen worden onder muzikale begeleiding enkele opstapjes aangeboden om aan de hand van de tekst zelf te gaan bidden. Sintobin: “Bij deze meditaties gaat het niet om een intellectuele bezigheid waarin je de tekst gaat analyseren, het is dus écht bidden.”

Maar wat betekent dat dan, écht bidden? “Het gaat erom dat je naar de tekst leert luisteren met je hart,” legt Sintobin uit, “dat je de tekst echt laat binnenkomen en probeert te zien wat het met jou persoonlijk doet. Bij gebed ben je eigenlijk je diepere zelf aan het openen voor Gods aanwezigheid.” Volgens Sintobin heeft bidden vooral te maken met het affectieve, dat wil zeggen: het gevoelsmatige. “Dat betekent niet dat het verstand uitgeschakeld hoeft te worden,” vult Sintobin snel aan, “maar het gaat in de eerste plaats over een ontmoeting, een openstellen van je diepste diepste kern voor Gods aanwezigheid. Je diepste kern is niet een rationele kern, het gaat eerder over je gevoelens en ervaringen.” Sintobin praat onder andere over de betekenis van persoonlijke verlangens, droefheid en frustraties. Maar wat gebeurt er dan eigenlijk als je op die manier gaat bidden? Sintobin: “Dat is onvoorspelbaar, er kan veel gebeuren, maar er kan ook niets gebeuren. Het eigenlijk het onderhouden van een liefdesrelatie, een vriendschapsrelatie met God en daarin deel je met hem alles wat er in je leven gebeurt.”

De Bijbel is echter al duizenden jaren oud, hoe kunnen die oude teksten dan toch persoonlijk worden? “Als christenen geloven wij dat Jezus leeft en dat hij naar ons toe komt,” gaat Sintobin verder, “als je naar de Bijbelteksten kijkt is de context misschien historisch, maar het gaat over hele actuele vragen. Het gaat over mensen die verlangen om te beminnen, mensen die pijn hebben, die vreugde voelen, die feest vieren, die alleen zijn of die met dood en ziekte worden geconfronteerd. Met andere woorden: mensen die leven. Het gaat dus over de meest fundamentele vragen: Hoe leef ik? Hoe kan ik beter leven? Heeft mijn leven betekenis? Hoe kan ik meer liefhebben? En wie is diegene die achter het mysterie van het leven staat? Wie is God? Dat zijn thema’s die helemaal niet verouderd zijn, integendeel ze zijn nog steeds ontzettend actueel.”

Door verschillende opstapjes probeert Bidden Onderweg in de meditaties op de dagelijkse lezingen een slag te maken van het algemene naar het persoonlijke. Sintobin: “We proberen het te betrekken op de concrete ervaringen van mensen. God wil namelijk daarin met je delen – niet met zomaar met iedereen, maar met jou persoonlijk.” Toch ben je als individu maar één op de zes miljard. Heeft God dan wel iets persoonlijk tegen je te zeggen? Volgens Sintobin wel: “Zeker, wat God tegen je wil zeggen is dat hij van je houdt en dat de diepste kern van jouw zijn er één is van liefde. Dat kan misschien banaal klinken, maar als je dat werkelijk tot je door laat dringen wordt je leven anders.”

Veel katholieken geven aan dat ze bidden belangrijk vinden, maar dat ze er over het algemeen te weinig tijd voor hebben. Volgens Sintobin is het daarom ook belangrijk dat de nadruk wordt gelegd op het onderweg zijn: “Heel veel mensen gebruiken Bidden Onderweg als ze in de trein zitten of wanneer ze de hond uitlaten. Ik hoor vaak dat mensen te weinig tijd hebben, maar ze hebben wel veel verloren tijd – bijvoorbeeld in de tram. We proberen daarom binnen de drukte van het leven de mogelijkheid aan te bieden om te bidden.” Sintobin gebruikt het zelf ook, maar niet alleen in drukte. “Ik vind het heerlijk om over het strand te lopen en de podcast te luisteren,” zegt hij, “dan luister ik dezelfde meditatie soms wel twee of drie keer. Want de muziek is mooi en de vragen zijn heel open, dus er komt heel veel naar boven.” Maar lukt het hem dan altijd om ook in de drukke trein te bidden? “Ja,” zegt Sintobin, “maar vaak is het wel beter om je ogen te sluiten. Als je dus iemand tegenover je in de trein ziet zitten en die persoon is heel kalm en zit met zijn ogen dicht en met oortjes in, dan weet je: hij of zij is aan het bidden onderweg.”

Sintobin vertelt over de Ignatiaanse spiritualiteit die de basis vormt voor Bidden Onderweg. Daarbij maakt hij onder andere gebruik van het begrip inculturatie: “Veel mensen zien het internet of de smartphone als een belemmering, als een afleiding of als een bekoring. Als Jezuïeten willen we ons niet afzetten tegen de moderne cultuur, maar juist God centraal stellen binnen de cultuur zoals ze is en niet zoals ze zou moeten zijn.” Dat is een verfrissend geluid in de soms wat stoffige katholieke kerk. Moderne middelen inzetten om het gebed te bevorderen is volgens Sintobin dan ook van groot belang: “Wat nu als iemand tegen je zegt ik heb een relatie met een vrouw, maar we zien elkaar nooit, we spreken elkaar nooit en we hebben helemaal geen contact? Bestaat die relatie dan eigenlijk wel? Zo is het ook met een geloofsleven zonder bidden: als je geen contact maakt met God kun je ook geen relatie met Hem ontwikkelen. Bidden is zuurstof voor je geloofsleven.” Voor de advent heeft Bidden Onderweg nu ook een speciale digitale retraite ontwikkelt.

Nieuwsgierig geworden? Neem dan een kijkje op:
www.biddenonderweg.org

Tekst: Erik Hendrix

bidden1-800x451

Hoopvol biddend

In onze nieuwe rubriek zal u op katholiekutrecht.nl regelmatig een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: Koos Smits.

Lucas 24, 29

Het Emmaüsverhaal is de kern van de Pastorale Visie voor Katholiek Utrecht. Sinds 2018 zijn wij in Utrecht dus allemaal Emmaüsgangers geworden. Welnu, de evangelist Lucas (24, 11–35) beschrijft bij zijn twee hoofdrolspelers drie fases van geloofsontwikkeling. Dan ben ik toch uiterst benieuwd:

In welke fase bevindt zich nu ieder van onze parochianen en ieder van onze geloofsgemeenschappen:

1/  teleurgesteld over de gang van zaken en personen, alles achter zich latend;

2/  aarzelend, maar toch hoopvol biddend: “Heer blijf bij ons!”;

3/  brandend van vreugde persoonlijk de Heer ontmoet te hebben, en in actie gekomen.

Priester Koos Smits

 

4f5ee207-da56-4eb2-bc8b-398060406ae5

De muzikale roeping van Paul Houdijk

Organist en musicoloog Paul Houdijk vierde op 24 november jl. zijn veertigjarig jubileum als kerkorganist van de Sinte Catharinakathedraal. Tijdens de zaterdagavondmis, gemiddeld eens per maand op zondag bij de gregoriaanse mis,  en bij de hoogfeesten op doordeweekse dagen bespeelt hij het Maarschalkerweerdorgel. Nu viel dat jubileum ook nog eens samen met de uitgave van zijn derde album: L’organist Romantique. Reden genoeg voor katholiekutrecht.nl om eens met Paul te praten over zijn liefde voor de kerk, het instrument en zijn prachtige muziek.

Paul komt zijn hele leven al in de kerk en hij wist al vrij vroeg dat hij later orgel wilde spelen. Als kind speelde hij al blokfluit. ‘Daar kwam later de piano bij’ vertelt Paul, ‘dus dan heb je al iets van toetsen in combinatie met fluiten’ lacht hij vrolijk. Het klinkt alsof Paul muziek er met de paplepel in kreeg, komt hij uit muzikale familie? ‘Nou, vooral mijn moeder … En mijn opa, die kon alle Beethoven sonates op de piano spelen en dat terwijl hij banketbakker was. In die tijd had je dat veel meer dan nu.’ De combinatie van muziek en geloof heeft voor Paul altijd een extra dimensie gehad. ‘Ik ben altijd al gelovig geweest en muziek die daar eer aan deed sprak me daarom natuurlijk heel erg aan.’ Paul speelde voor het eerst in de Sinte Catharinakathedraal toen hij nog aan het conservatorium studeerde. ‘Dat was halverwege de jaren ’70’ vertelt hij, ‘ze zochten een organist voor de zaterdagavondmissen en toen ze mij vroegen vertelde ze dat ik helaas wel op een ‘rotorgel’ moest spelen.’ Maar toen Paul achter dat ‘rotorgel’ aanschoof, had hij meteen door dat het weldegelijk een heel goed orgel was.

‘Vroeger zag deze kathedraal er van binnen net zo uit als de Willibrordus’ vertelt Paul terwijl hij het schip van de Catharina in gebaard, ‘dat was allemaal neogotiek uit de periode van de katholieke emancipatie. De katholieken hadden toen de Catharina teruggekregen van koning Willem II. Echter in de jaren ’60 van de twintigste eeuw moest dat er allemaal weer uit.’ Er ontstond in die periode een gedachtegoed dat grote gevolgen had voor het kerkinterieur. ‘De monnikenbanken hier zijn eigenlijk gescalpeerd, want die hadden hele grote rugstukken die tot boven je hoofd gingen en dat hebben ze er ten allemaal afgezaagd.’ Alles wat de neogotische sfeer van de katholieke emancipatie ademde moest verdwijnen en zo eindigde bijvoorbeeld ook de preekstoel in stukken gehakt in de tuin van de pastorie. Het verhaal van Paul klinkt bijna als een tweede beeldenstorm. ‘Dat was het in feite ook’ beaamt hij, ‘het was ook een tijd waarin men hele andere kerkmuziek wilde. Dat betekende dat het oude koor dat hier zong, Gregorius Magnus, naar huis werd gestuurd.’ Daar kwam het nieuwe Kathedrale Koor Utrecht voor in de plaats en overeenkomstig de ideeën van die tijd oriënteerde dat koor zich vooral op de volkszang, de oude muziek en muziek uit de twintigste eeuw. De religieuze muziek van de negentiende eeuw had toen minder prioriteit.  ‘Dat is nu allemaal wat ruimer geworden hoor, maar in die tijd was het wel een beetje een ideologie’ legt Paul uit. Binnen die ideologie vond men ook het Maarschalkerweerdorgel niet meer passen, en zo viel het instrument in ongenade. Na de grote verbouwing van de kerk in de jaren ’60 wilde men dus een heel ander soort orgel. Maar daar was geen geld meer voor, en dat bleek de redding van het orgel. Uit geldgebrek hebben ze het orgel maar laten staan.

Toen Paul voor het eerst achter het Maarschalkerweerdorgel plaats nam, kwam hij er al snel achter dat het eigenlijk een prachtig instrument is. ‘Dit orgeltype was oorspronkelijk bedoelt voor begeleiding van het Gregoriaans en de uitgeschreven orgelpartijen van missen voor koor en orgel. Daarnaast had en heeft het nog een andere functie: met passende orgelmuziek en improvisatie moe(s)t het de kerkgangers verheffen om ze in aanraking met het bovennatuurlijke te brengen. Dat is een functie die het orgel typisch in de katholieke kerk had, en eigenlijk nog steeds heeft of in ieder geval zou moeten hebben.’ Tegenwoordig is het Maaschalkerweerdorgel weer helemaal gerehabiliteerd en is er een hernieuwde belangstelling voor de muziek waar het orgel ooit voor bedoeld was. Hoe verklaart Paul dat? ‘Nou, in de geschiedenis komen dingen vaak terug. In de late romantiek was het orgelspel allemaal wat warmer en milder van klank en daar is in deze tijd ook weer meer behoefte aan. Bovendien zijn orgelhistorische kennis en inzicht enorm toegenomen.’ Dat de muziek uitdrukking geeft aan de geloofservaring stond ook in een prachtige brief die hij ter gelegenheid van zijn jubileum heeft gekregen van kardinaal Eijk, de hulpbisschoppen, en de econoom van het aartsbisdom. Bovendien werd Paul op 24 november j.l.  onderscheiden met de Willibrordplaquette, vanwege zijn verdiensten als organist voor de kathedraal.

Het is Paul echter niet altijd voor de wind gegaan, zo werd hij op een gegeven moment gediagnostiseerd met de oogziekte retinitis pigmentosa. ‘Dat is een degeneratieproces in het netvlies waarbij staafjes en kegeltjes verdwijnen’ legt hij uit. Zo verloor Paul langzaamaan zijn zicht. Heeft dat hem gehinderd in zijn werk als organist? ‘Ja, vroeger kon ik nog noten lezen, maar nu moet ik alles uit mijn hoofd leren en dat is een zware klus. Kijk, een concert van een uurtje is wat anders, maar zaterdag heb ik een hele mis plus daarna nog een klein concert. Nou, dan is het wel een hele zit als je alles uit je hoofd moet doen.’ Volgens Paul is er echter geen gradueel, maar een wezenlijk verschil tussen heel moeilijk en onmogelijk. ‘Zolang het nog zeer moeilijk is sta ik te juichen’ zegt hij vastberaden ‘-zo moet je het zien.’ Uit alles blijkt dat Paul het leven als kerkorganist als een roeping ziet, maar ervaart hij dat ook zo? ‘Eigenlijk wel’ beaamt hij, ‘het is natuurlijk een beroep, maar het voelt uiteindelijk als een roeping. Het is net alsof ik niet zelf heb bedacht dat ik dat moest worden.’ Net als het Maarschalkerweerdorgel het beste klinkt wanneer er  de muziek op wordt vertolkt waar het voor ontworpen is, zo doet een mens het ook het best in het leven wanneer hij de roeping leeft die hij van God gekregen heeft. Uit alles blijkt Paul een gelukkig mens die dankbaar is voor zijn roeping als kerkorganist. In maart viert hij zijn 66ste verjaardag en dan zal ook zijn pensioen dichterbij komen. Wat Paul betreft is daarmee zijn orgelspel echter nog niet afgelopen. ‘Ik zou dan graag nog steeds iets willen betekenen voor de parochies als vrijwilliger – dat werkt zo voor mij, juist omdat het een roeping is’.

Pauls nieuwe CD, L’organiste Romantique, is inmiddels te koop, ook in de kathedraal, bijvoorbeeld tijdens de donderdag-of zaterdagkerkopenstelling. ‘Het is mijn derde album en ik ben er heel erg dankbaar voor dat ik dat nog heb kunnen doen. Een drieluik was altijd al een beetje mijn plan. Het is een mooi getal, drie, ook in de drie-eenheidsgedachte’, hoewel  hij een vierde album in de toekomst niet helemaal uitsluit. Op het moment is Paul echter vooral met een ander project bezig: ‘in het verleden heb ik al het nodige geschreven over Maarschalkerweerd en zijn tijd, en dit orgel in het bijzonder. Nu ben ik bezig met het schrijven van een boek over dit onderwerp. Daarover ging vroeger ook al mijn doctoraalscriptie en die ben ik nu dus verder aan het uitwerken. Het zou een proefschrift kunnen worden, maar het zou ook gewoon een boek kunnen worden. Het is een hele interessante tijd, de periode van de katholieke emancipatie, en alle dingen die daar bijkwamen, de kerkmuziek, de architectuur en de orgelbouw zelf.’

Meer informatie over Paul Houdijk, het Maarschalkerweerdorgel en zijn muziek kunt u vinden op www.paulhoudijk.nl

Tekst en foto’s: Erik Hendrix

help-someone

Groots en meeslepend leven

In onze nieuwe rubriek zal u op katholiekutrecht.nl regelmatig een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: Lex Janssen.

Lucas 24, 29

“Groots en meeslepend leven wil ik”, is de beginzin van een gedicht van Hendrik Marsman. Alleen: hoe doe je dat? Het wezenlijke van het leven schuilt immers vaak in het alledaagse en is klein. Daaraan dienstbaar te zijn, sleept jezelf en de ander evenwel door het leven. Daarin trouw te zijn, maakt het vanzelf groots. Al blijft het de vraag of de dichter dat ook zo bedoeld heeft.

Diaken Lex Janssen

DSCN0353

Willibrord door de Eeuwen

Op 7 november vieren katholieken traditiegetrouw het feest van de heilige Willibrordus, apostel van de Friezen. Voor deze gelegenheid ging pastoor Hans Boogers van de samenwerkende parochies Katholiek Utrecht naar het Derde Willibrord Symposium dat door de Universiteit van Tilburg werd georganiseerd. Na een oecumenische vesperviering in de Domkerk volgde een boeiende en leerzame avond met sprekers dr. Sven Meeder, historicus aan de Radboud Universiteit en Alex van Galen, scenarioschrijver van de film Redbad. Aan het eind van de avond werd het boek Willibrord door de Eeuwen, dat onder redactie stond van o.a. dr. Anton ten Klooster (priester van het aartsbisdom) aan pastoor Boogers overhandigd. “Het was een prikkelende avond over wie Willibrord niet is” zei Boogers achteraf, “Een fysieke vechter die stenen gooit volgens de film Redbad. De ‘openbare biecht’ van scenarioschrijver Alex van Galen bracht zoveel meer aan het licht. Historicus Sven Meeder bracht vervolgens alles weer terug naar de feiten. In het bijzonder over de biografie van Alcuin, die vertelde over de geduldige en vreedzame Willibrord.” Aan het eind van de avond werd het boek Willibrord door de eeuwen aan de voorgangers van de drie Utrechtse kathedralen overhandigd. Erik Hendrix schreef een korte recensie van het boek dat deze week in Katholiek Nieuwsblad zal verschijnen :

Willibrord door de Eeuwen

“Die zegt: ‘Gods hand is niet te kort: Hij maakt dat alles liefde wordt.’ Zijn naam is Willibrord.” Veel kerkelijk opgevoede katholieken herkennen ongetwijfeld dit refrein van het Willibrordlied. Het levensverhaal van de Angelsaksische missionaris leest nog altijd als een ouderwets jongensboek, maar ook vandaag is Willibrord op allerlei manieren weer actueel. ‘Botsende culturen en wisselende perspectieven op de apostel van de lage landen’, luidt de ondertitel van dit boek. Je komt er dan ook veel uiteenlopende perspectieven tegen, met soms verrassende inzichten.

“Op het Janskerkhof in de binnenstad van Utrecht staat fier een bronzen ruiterstandbeeld van Willibrord. De apostel van de Lage Landen is afgebeeld op een stoer paard en met een mijmerende en turende blik. De heilige draagt in zijn hand een kerkgebouw.” De rake beschrijving van Smeets en Smit richt direct de aandacht op de bisschopsstad Utrecht. In een prachtige bijdrage weet de huidige aartsbisschop, kardinaal Eijk, de spiritualiteit van de Iro-Schotse monniken treffend te karakteriseren. De toekomst van Willibrords nalatenschap is in Utrecht echter alles behalve zeker nu zelfs de kathedraal met sluiting wordt bedreigd. Van kardinaal Eijk is men tegenwoordig vooral slecht-weervoorspellingen gewend, daarom is het verfrissend om hem op een andere toon te horen spreken.

Een andere in het oog springende bijdrage is Smeets’ interview met Alex van Galen, scenarioschrijver van de film Redbad, waarin ook Willibrord voorkomt. “Ik realiseer me dat mijn filmpersonages als heiligen worden vereerd,” zegt van Galen, “er zijn heiligen uit de traditie waar ik meteen van overtuigd ben. Ik had het in Lourdes, bij Bernadette Soubirous, of bij het graf van Franciscus van Assisi: daar voel je gewoon iets van een heilige aanwezigheid. Van Willibrord was ik minder overtuigd.” Voor Van Galen kleven er imperialistische belangen aan de missie van Willibrord, die onder bescherming van de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal missiewerk deed in ons moeraslandje.
Toch blijft het leven van Willibrord bijzonder. “In elke tijd en voor ieder mens betekent Willibrord verschillende dingen,” besluiten Anton ten Klooster en Fokke Woudema, “wat hetzelfde blijft, is zijn zeggingskracht.”
Willibrord door de Eeuwen is een mooi boek dat geschiedenis en actualiteit op een boeiende manier verbindt. Een boek, kortom, dat de katholiek eraan herinnert dat hij op de schouders van reuzen staat.

Deze recensie verscheen eerder in Katholiek Nieuwsblad
www.katholieknieuwsblad.nl

Anton ten Klooster, Arnold Smeets en Peter-Ben Smit (red.), Willibrord door de eeuwen. Uitg. Berne Media, 205 pp., pb., € 24,90, ISBN 978 9089 7230 00

Emmaus-1

De herkenning

In onze nieuwe rubriek zal u op katholiekutrecht.nl regelmatig een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: Paul Brenninkmeijer.

Lucas 24, 29

In Utrecht is er elke derde zondag van de maand en bij de grote feesten een Byzantijnse viering in de Johannes Bernarduskerk. Je moet aan deze andere manier van vieren wel wennen. De Emmaus-gangers meenden ook dat zij met een vreemdeling samen uit Jeruzalem reisden. Totdat zij in diens woorden iets heel vertrouwds herkenden. Die herkenning werd nog sterker toen Hij aangekomen in hun huis met hen het brood brak. Deze bijzondere ontmoeting met Christus gebeurt ook bij onze eucharistieviering. Hijzelf en zijn Moeder zien je in iconen aan met een liefdevolle blik. Het heet met recht: ‘goddelijke liturgie’.


Paul Brenninkmeijer

DSCN0333

Knoppen aan de boom

Riet Blom is vice-voorzitter van de samenwerkende parochies van Katholiek Utrecht en dat is geen eenvoudige opgave. Het katholieke geloof gaat namelijk door een van de zwaarste periodes in haar Utrechtse geschiedenis. Wie is deze vrouw? En wat beweegt haar om zich in te zetten voor de kerk? Katholiekutrecht.nl sprak met Riet in haar eigen kerk: de Augustinus.

Riet komt uit een katholiek nest. Als meisje woonde ze in De Bilt, maar ging ze in Utrecht naar school. “Mijn ouders waren getrouwd in de Antoniuskerk in Lombok. Hun 25-jarig huwelijksjubileum vierden ze dan ook in de Antonius en vanaf dat moment gingen we als gezin weer in Utrecht naar de kerk. Eerst Lombok dus, maar later de Augustinus.” In de Augustinus komt Riet nu al bijna 40 jaar. “Dat voelt als thuis,” vertelt ze, “ik heb daar altijd het gevoel gehad dat ik welkom was en dat ik mezelf kon zijn en daarmee komt een bepaalt soort rust. Ik kan eigenlijk moeilijk duiden wat het nu precies is.” Ze kijkt om zich heen, naar de kale vloer en de scheuren in de muur. Hoe voelt het voor haar om de Augustinus zo te zien? “Ja, dat is jammer … meer dan jammer. Niet alleen voor mij, maar voor heel veel mensen is dit zo’n bijzondere kerk geweest. Dat zat ‘m gedeeltelijk ook wel in het feit dat het altijd door paters Augustijnen werd geleid. Later hebben ze de Augustinus overgedragen aan het bisdom.” Riet vertelt hoe ze tegenwoordig nog steeds op zaterdag of doordeweeks bij de zusters Augustinessen naar de mis gaat. “Ik voel nog steeds wel een verschil tussen paters en wereldheren en dat gevoel heb ik ook bij de zusters Augustinessen – het is een open blik en een besef dat we allemaal op weg zijn. Ongeacht de functie die wij in het leven moeten vervullen, de één mag voorgaan en de ander mag weer iets anders doen, maar we hebben allemaal een opdracht te vervullen.” Riet heeft veel bewondering voor de Augustijnse levenshouding. “Het is ongelofelijk om te zien wat de zusters nog steeds voor de mensen in Utrecht betekenen. Ze gaan nog altijd bij mensen op bezoek, ze zijn een luisterend oor en iedereen wordt altijd gastvrij ontvangen. Als ik dat zie, dan realiseer ik mij dat wij veel eenvoudiger kunnen leven.”

De Noord-Afrikaanse kerkvader Augustinus (354 – 430) leefde in een tijd waarin het Romeinse Rijk ineenstortte en katholieken zich begonnen te realiseren dat ze niet meer konden steunen op de oude Romeinse instituties. Toen moesten katholieken leren om zich op een nieuwe manier te handhaven in de wereld. Gaan wij ook door zo’n fase en kunnen wij op die manier iets van Augustinus leren? “Ik hoop het,” zegt Riet na een korte stilte, “daar geloof ik wel in. Ik denk niet dat het verhaal hier stopt. Nieuwe vormen is altijd wennen, het is altijd angstig omdat je niet weet in wat voor situaties je terecht kan komen. Tegelijkertijd zijn we altijd blij wanneer het weer lente wordt. We zitten nu misschien in een wintertijd, maar daar komt ook een eind aan.” Ziet Riet dan misschien zo nu en dan al een knop aan de bomen? “Ja, zeker wel,” roept ze glimlachend uit, “ik heb zelf twee dochters. Als ze op vakantie zijn en ze komen langs een kerk, dan gaan ze altijd even naar binnen om een kaarsje op te steken. Dat is voor mij een knop. De vanzelfsprekendheid ervan: even naar binnen om een kaarsje op te steken … Mijn jongste dochter komt regelmatig in New York en als ze daar is gaat ze iedere dag naar de mis in de St. Paul’s Cathedral. Dat is mooi en hoopvol. Het is bijzonder als je het geloof mag doorgeven. Het idee dat iets generaties overstijgt, dat wanneer je iets van je ouders hebt meegekregen dat je dat ook weer kan doorgeven aan jouw kinderen en misschien je kleinkinderen. Dan voel je echt dat je onderdeel uitmaakt van een groter geheel.”

Het is duidelijk dat Riet erg gehecht is aan de Augustinus, maar het voortbestaan van de kerk is nog lang niet zeker. “Elke kerksluiting doet pijn,” beaamt ze, “omdat het een plek is waar mensen de meest belangrijke momenten van hun leven hebben ervaren: dopen, uitvaarten, huwelijken … dat zijn allemaal mijlpalen en het klinkt misschien gek, maar dat zit ook in de stenen. Als de Augustinus dicht moet, dan moet het. Ik zou het heel erg vinden, maar even erg als al die andere mensen die ook hun kerk zien sluiten.” Voor de Gertrudis en de Jacobus is het doek inmiddels al gevallen, maar hoe denkt Riet dat andere mensen daarmee omgaan? “Bij een aantal mensen zit veel boosheid en dat zet zich dan later om in verdriet. Het overstappen naar een andere gemeenschap is soms heel moeilijk, vooral voor oudere mensen. Dan kom je daar voor je gevoel net bij en moet je eerst weer wennen. Het duurt dan gewoon een tijdje voor je weer het gevoel hebt dat je erbij hoort. Als je een nieuwe parochie ingaat is het alsof je opnieuw geënt wordt en daar horen de nodige groeipijntjes bij. Toch is dat ook meteen een kans om opnieuw tot bloei te komen, door nieuwe ontmoetingen, nieuwe vriendschappen en een nieuw begin.”

Tekst en foto’s: Erik Hendrix

doormat-sign-greeting-brown-wallpaper-preview

Blijf bij ons

In onze nieuwe rubriek zal u op katholiekutrecht.nl regelmatig een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: Hans Harmsen.

Lucas 24, 29

De twee leerlingen ontvangen de vreemdeling gastvrij in hun huis. “Blijf bij ons,” zeggen ze, “want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.” Als ze die vreemdeling niet gastvrij hadden opgenomen, was het verhaal heel anders afgelopen. Dit is het kritieke moment. Als je niet gastvrij bent, kun je Jezus mislopen! Het is goed om ons dat te realiseren zeker in een tijd waarin mensen van buiten nogal eens argwanend worden bekeken. Als je niet gastvrij bent, kun je Jezus mislopen!

Daarom is er een kloosterregel: “Behandel iedereen die op de deur klopt, alsof het Jezus zelf is.”

Hans Harmsen

DSCN0296

Denken over de toekomst

Het kwam als een donderslag bij heldere hemel toen op 28 mei j.l. bekend werd gemaakt dat de Personele Unie de Catharinakerk aan de bisschop wil voordragen om aan de eredienst te onttrekken. Het nieuws haalde de nationale kranten en een naam die daarin vaak terugkeerde was die van Wouter van Belle. Van Belle werd zo, tegen wil en dank overigens, de gedoodverfde leider van een vooralsnog niet-bestaande opstand. “Ik wil graag meteen duidelijk maken dat ik geen oprichter van een actiegroep ben,” zegt Van Belle, “sterker nog: er ís helemaal geen actiegroep!” Al ruim dertig jaar is Van Belle organist van de Catharinakathedraal en op de vraag wat hij dan wel is, beschrijft hij zich eenvoudigweg als een bezorgde medewerker en parochiaan.

Van Belle spreekt met veel passie over de kathedraal. Op de vraag of Van Belle het eens is met de stelling dat één van de twee binnenstadkerken (dat wil zeggen: de Catharina of de Augustinus) moet verdwijnen antwoordt hij bedenkelijk en weloverwogen: “Niet per se. Ik vind het teruglopend kerkbezoek bijvoorbeeld geen sterk argument. We moeten ons eerst afvragen waar het door komt dat het kerkbezoek terugloopt. Ik zie bijvoorbeeld elders in Nederland, en zelfs hier in Utrecht, voorbeelden van gemeenschappen waar het kerkbezoek helemaal niet terugloopt. Kijk bijvoorbeeld naar de Gerardus Majella. Die kerk loopt goed omdat daar initiatieven worden ontplooid. De broeders van Sint Jan zijn heel actief en weten veel jonge mensen aan te trekken.”

Van Belle vraagt zich hardop af of de Personele Unie (d.w.z. het bestuur van de samenwerkende parochies) werkelijk alle mogelijkheden heeft overwogen in een poging om beide kerken open te houden. “Ik kan me een paar scenario’s voorstellen waarin het helemaal niet nodig is om één van de twee binnenstadkerken te sluiten. Waarom zou een congregatie als de Broeders van Sint Jan de Augustinus niet over kunnen nemen?’ Van Belle noemt een hele reeks aan mogelijkheden, waaronder ook betere contacten met het Ariënskonvikt en haar priesterstudenten. Hij roept in herinnering de oude constructie waarin de rector tegelijkertijd de plebaan van de kathedraal was. “Dit zijn allemaal ideeën, ik zeg niet dat het ook meteen oplossingen zijn, maar het laat zien dat er veel andere mogelijkheden zijn dan meteen sluiten.” Zijn voornaamste bezwaar tegen de sluiting is dat er vanuit de Personele Unie hoofdzakelijk wordt gesproken over te hoge kosten, maar dat er verder geen transparantie is over de eigenlijke berekeningen die daarbij gemaakt worden. “Ook vraag ik me af wat de inhoud van de gesprekken met Museum Catharijne Convent zijn. Wil de Personele Unie de Catharina echt verkopen of krijgt het museum de kathedraal misschien in bruikleen? Die zaken tellen voor mij ook mee.”

Vanuit het bestuur bestaat er ook de wens om met parochianen in gesprek te gaan over de toekomst van de samenwerkende parochies. Vooralsnog ontbreekt het echter vooral aan initiatief aan de basis. Zonder een toegewijde werkgroep van parochianen die zich met de toekomst van de katholieke kerk in Utrecht wil bezighouden, heeft de Personele Unie geen klankbord en geen gesprekspartner. Katholiekutrecht.nl wil daarom graag een oproep doen aan al haar lezers: Bent u in staat om verder te kijken dan alleen de belangen van uw eigen geloofsgemeenschap? Wilt u meedenken over de toekomst van de katholieke kerk in de stad Utrecht? Bent u bereid om onderdeel uit te maken van een werkgroep die op een kritische en constructieve manier met de Personele Unie in dialoog wil gaan over deze thema’s? Stuur dan een mailtje naar communicatie@katholiekutrecht.nl en wij brengen u graag met elkaar in contact.

Tekst en foto’s: Erik Hendrix

blindfold-critique-joshua-david-lynch

“maar hun ogen werden verhinderd hem te herkennen”

In onze nieuwe rubriek zal u op katholiekutrecht.nl regelmatig een korte overweging kunnen lezen over het Emmaüs verhaal in het kader van de pastorale visie. Deze week is het woord: aan pastoor Boogers.

Ik vind dit een intrigerende zin, aan het begin van het Emmaüs verhaal. Jezus is net onschuldig gedood aan een kruis. Nu blijkt hij mee op te lopen bij zijn verdrietige vrienden. Als een vreemdeling. Kan het sterker! Er is geen herkenning opdat moment. Ik put mijn geloof uit de Verrezen Christus. Hij ziet ons, al voor ik dat zelf in de gaten krijg. Omdat ik met mij zelf bezig ben. Sta ik wel voldoende open voor Zijn aanwezigheid, anders dan verwacht? Hij kan, zo blijkt gaandeweg, goed luisteren én vertellen.

Wat hindert u om Jezus te herkennen in uw leven?

Wekelijkse Vieringen

Maandag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
19.00 uur Catharina
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel
Barbarabegraafplaats
Dinsdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Rafaëlkerk
10.00 uur Aloysius
19.00 uur Catharina
Woensdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Catharina
1e woensdag van de maand: Rozenkrans om
19.00 uur in de Johannes-Bernardus.
Donderdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Rafael
19.00 uur Catharina
Vrijdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Wederkomst des Heren
ochtendgebed
10.00 uur Aloysius
19.00 uur Catharina
10.00 uur Dominicus – wereldwake
18.00 uur Rafael: Ambrosiaanse vesper
19.00 uur Catharina
1e vrijdag van de maand:
10.00 uur Johannes Bernardus
10.00 uur Dominicus
10.00 uur Johannes-Bernardus
10.30 uur Jacobus/Nicolaas-Monica
2e vrijdag van de maand:
10.00 uur Dominicus
3e en 4e vrijdag van de maand:
10:00 uur: Dominicus
1e en 3e vrijdag van de maand:
10:00 uur: San’Egidio, Catharinakathedraal
Zaterdag
08.00 uur Klooster Cenakel
19.00 uur Catharina
1e zaterdag van de maand:
12.00 uur Augustinusgemeenschap
in de Aloysius

 

Algemeen Contact

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaan van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag – Donderdag: 09.00 – 16.00 uur
Vrijdag: 09.00 – 12.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl