PA_Interview

Interview met Bernard Vos

In het kader van het 85-jarig jubileum van de Pauluskerk heeft Werend Griffioen een aantal mensen die nauw betrokken zijn/waren bij de Pauluskerk geïnterviewd.
Als opmaat naar de jubileumweek vind u hier elke week een nieuw interview.

 

Deze week: Bernard vos (57)

Bernard is verpleegkundige met als specialisme oncologie. Hij werkt als projectleider kwaliteit en veiligheid bij het ‘Cancer Center’ van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Bernard is 15 a 20 jaar voorzitter van het liturgisch beraad. Deze taakgroep beraadt zich volgens hem op alles wat met liturgische vieringen te maken heeft. Er wordt geëvalueerd, vooruitgedacht en geadviseerd. Het beraad wil bijdragen aan vernieuwing in de liturgie en (daarbij) de diverse behoeften en wensen van kerkgangers bewaken. Het ideaal is dat elke geleding in dat beraad is vertegenwoordigd, zoals iemand van ieder koren, de lectoren, de kerkversiering etcetera.
Maar dat lukt niet in alle gevallen. Bernard wijt het aan dat er veel werk ligt op weinig schouders en dan heb je geen tijd over om ook nog eens te vergaderen.

Bernard kijkt tegen de paulusgemeenschap aan als club vol goeie bedoelingen. Hij ziet tolerantie, dankbaarheid en waardering voor de moeite die men doet om iets moois van de vieringen te maken. En, benadrukt hij, men staat open voor experimenten. Hij ziet wel een trend dat er minder mensen komen dan bijvoorbeeld vijf jaar geleden. Toen moesten we nog stoelen bijzetten voor de kerstnacht en de paaswake. Nu alleen nog met Kerstmis. Het lijkt er op dat we nu in een stabiele periode zitten. Er is een goede groep gebleven van trouwe kerkgangers en vrijwilligers. Afwezigheid vrijwel altijd veroorzaakt door de kwetsbaarheid die ouderen soms hebben. Maar af en toe ziet hij ook nieuwe gezichten. Vooral het laatste jaar opvallend veel.
Het negatieve imago van de RK speelt een sterk belemmerende rol, volgens hem. Een imago wat de RK kerk, het instituut, ook echt aan zichzelf te wijten heeft. Het is fijn om dan van deze nieuwe mensen te horen hoe positief verrast ze zijn over de Pauluskerk. Een opsteker is voor de Paulus de groei van het kinderkoor tot wel 20 leden. Die kinderen brengen hun ouders mee, voor een deel nieuwe gezichten.

Het aantal kerkgangers wordt door Bernard niet stelselmatig bijgehouden.
Op zich is het aantal niet zo belangrijk zegt hij. Belangrijk is dat de vorm van de vieringen en de omgeving waarin je viert in balans is met de sfeer die het aantal aanwezigen met zich meebrengt. Wat er over 5 jaar gebeurt? Da’s koffiedik kijken, ik maak me geen zorgen, het gaat erom wat we nu met elkaar in de Paulus delen; normen, waarden en een goed verhaal met goede bedoelingen.

PA_Interview

Interview met Ton Peters,ofm

 

In het kader van het 85-jarig jubileum van de Pauluskerk heeft Werend Griffioen een aantal mensen die nauw betrokken zijn/waren bij de Pauluskerk geïnterviewd.
Als opmaat naar de jubileumweek vind u hier elke week een nieuw interview.

 

Deze week: Ton Peters ofm (76)

De franciscanen zijn gestart met een nieuw project in ‘s-Hertogenbosch. Het klooster van de Kapucijnen is mede daartoe aangekocht. Ook het provincialaat zal daar dan gevestigd zijn. En daarmee is onze communiteit opgeheven en het klooster aan de Deken Roesstraat verkocht. Ik zal dan naar ’s-Hertogenbosch verhuizen en daar regelmatig voorgaan in de kloosterkerk.
Daarmee is het moment gekomen om afscheid te nemen van ‘de Paulus’, met absoluut weemoed in het hart. Ik heb de mensen leren kennen als een levendige en actieve gemeenschap.
Het wemelt er van de vrijwilligers die talent en inzet tonen, waardoor ik rustig durf te zeggen dat de Paulus een zelfdragende gemeenschap is.
Wat eruit springt is het gevoel dat je welkom bent. Dat geldt voor mij, maar ook voor de mensen die van buiten de wijk komen, zoals Overvecht. Mensen zoeken naar een kerk die hen aanspreekt en ja, dan komen ze vaak bij de Paulus uit. Niet dat dat nou zo speciaal voor de Paulus is, want elke kerkgemeenschap heeft wel iets wat een zoekend iemand aanspreekt.
In de 25 jaar dat ik meeloop in de Paulus – waarvan een zestal jaar als waarnemend pastoor – ben ik vergroeid geraakt met deze club. Ik voel me echt een Paulusman.

Zeker na de verhuizing van de Paulusgemeenschap naar het Willem de Zwijgerplantsoen – in 1993 – ben ik me steeds meer verbonden gaan voelen. Ik weet nog hoe we met een heel aantal parochianen in plechtige processie met wierook en kaarsen de oude kerk aan de Linnaeuslaan verlieten en de ciborie overbrachten naar de pastorie. De kerk zou snel gesloopt worden, dus het móest wel. De nieuwe Pauluskerk was niet meteen beschikbaar, het toeval wilde dat ik in die tijd, 1993, juist mijn 25-jarig priesterjubileum vierde. Gelukkig konden we terecht in de Tuindorpkerk die heel gastvrij was. We hebben daar de eucharistie gevierd, extra feestelijk natuurlijk. Twee weken later gingen we – weer in processie – naar de nieuwe Paulus, want toen pas was de kerk klaar om de Eucharistie te vieren.

Voor mij is priester-zijn: mensen bij de hand nemen op de weg van Jezus Christus. Ik ben geen leider, maar meer begeleider. Ik ben niet iemand die het beter weet of kan, maar dat ik dat mág doen ervaar ik als een cadeau. Het cadeau is dat je heel dicht, op intieme afstand zelfs, bij mensen bent op scharniermomenten in hun leven. Zo werd ik ’s nachts eens opgeroepen om een stervende bij te staan. De hele familie stond rond het bed van oma. Ik gaf haar de ziekenzalving en de zoon bedankte mij dat ik gekomen was zo midden in de nacht om de ziekenzalving te bedienen. Maar ik bedankte hem dat ik op dit emotionele moment bij de familie mócht zijn. Een andere keer kreeg ik de vraag of ik een kindje wilde dopen, maar het was al gestorven zei de moeder mij. Dan zie je die moeder met het levenloze lijfje op haar arm en ik liet het doopwater over dat koppie druppelen. Het verdriet van de ouders was ook mijn verdriet.

Als priesterassisent in de Paulus ga ik alleen voor in Eucharistievieringen. Of ik dan niet het hele pastorale pakket mis? Nee. Er was ook altijd een pastoraal werker in de parochie en die was – in mijn ogen – de eerst aanspreekbare. Van de andere kant ben ik niet een priester die even opdraaft voor een huwelijk of doop, ik ga wel eerst naar de betrokkenen toe voor kennismaking en overleg over de viering en dan komt het gesprek toch wel op God en op het geloof..

Ja, ik ben ook franciscaan. Als jongetje wilde ik priester worden want daarvan had je nou eenmaal een beeld. In de loop der jaren ben ik veel sterker minderbroeder geworden. De spiritualiteit van Franciscus met de werkelijk radicale navolging van Jezus is mij op mijn levenspad steeds duidelijker geworden en ook de noodzakelijkheid daarvan. Is het immers niet zo dat de mens alles op aarde heeft ontvangen? Dan kun je ook alles delen en weggeven.’

Jaartallen
1986 – 2002 vaste assistent in de Paulus
2002-2010 in Leiden lid van de communiteit van franciscanen aldaar en pastoor van de Hartebrugparochie in Leiden.
Eind 2010 teruggekomen naar Utrecht en in overleg met het pastoraal team van de Martinusparochie weer priester-assistent in de Paulus
September 2018 – afscheid van de Paulus, vertrek naar ‘s-Hertogenbosch

PA_Interview

Interview met Roel Braakhuis

 

In het kader van het 85-jarig jubileum van de Pauluskerk heeft Werend Griffioen een aantal mensen die nauw betrokken zijn/waren bij de Pauluskerk geïnterviewd.
Als opmaat naar de jubileumweek vind u hier elke week een nieuw interview.

 

Deze week: Roel Braakhuis (63)

Roel Braakhuis was van maart 1997 tot eind 2009 pastoraal werker in de Paulusparochie. Hij moest daar noodgedwongen zijn plek opgeven. Hij was verliefd geworden op Esther Nelemans, pastoraal werker in de naburige Aloysiusparochie. Roel en zijn vrouw scheidden, maar het betekende tevens het afscheid van de Paulusparochie. Nu staat hij – getrouwd en wel met Esther – alweer acht zes jaar als predikant in de PKN-gemeente in Ammerstol, het vroegere communistennest middenin de protestants-orthodoxe Krimpenerwaard.
‘Het gaat goed in Ammerstol,’ zegt hij. ‘Ik kwam daar in 2012. Vrijheid van geloof heeft in deze gemeente altijd voorop gestaan. Mensen kiezen vanuit zichzelf voor deze gemeente. Maar ja, ook bij ons krijgen we te maken met de neergang.’

Hoe kijk je terug op je tijd bij de Paulus?
‘Toen ik daar aankwam trof ik een verdrietige parochiegemeenschap aan. Het gebouw straalde dat uit: spinnenwebben aan het plafond, een spant die niet afgeschilderd was, het Mariabeeld uit de oude Pauluskerk stond in het portaal (want Maria mocht enkel als ikoon in de kerkzaal aanwezig zijn.) Daarom heb ik veel aandacht besteed aan het gebouw, met Adrie en Cees Klören en Johan Peek onder andere in het begin en later met Cor Smetsers. Het orgelfonds werd wakker gekust en het bestuur kocht de kruisweg gemaakt door kunstenaar Mari Andriessen van een kerk die opgeheven werd en ook het Mariabeeld kwam terug in de kerk. Er is veel opgeknapt, want alleen in een opgeruimd huis kunnen mensen troost vinden.
Beleid werd in de tijd dat hij kwam geschreven met een hoofdletter. Voorbeeld: woord- en communievieringen golden als ‘liturgisch niet verantwoord’. ‘Ik miste souplesse en een gevoelige antenne voor wat mensen belangrijk vinden.’ Het vroeg veel tact om in die eikenhouten besluiten wat ruimte te vinden.
Begin dit jaar was hij voor een jubileumfeestje even terug in de Paulus. ‘Dan denk ik aan de enorme rol die muziek bij jullie speelt, met maar liefst drie koren. Muziek toont bij uitstek de schoonheid van geloven.’

Ook de Paulus heeft te maken met leegloop. Hoe kijk jij daar als oudgediende tegenaan?
‘Alles bij elkaar genomen heeft de Paulusgemeenschap flinke en goeie stappen gezet. Maar de Paulusgemeenschap wordt bij de algemene kerkkrimp niet overgeslagen. In het wijkblad zei ik 10 jaar geleden al dat heel veel mensen kerk uiterst belangrijk vinden, maar dan voor anderen. Dat is nog steeds zo. Wat er in dat gebouw gebeurt, daar is geen interesse voor. De Paulus is een mooie club, maar ook best wel gesloten. Het zou goed zijn als ze uit haar eigen cocon zou kruipen.’

PA_Interview

Interview met Arnold Smeets

 

In het kader van het 85-jarig jubileum van de Pauluskerk heeft Werend Griffioen een aantal mensen die nauw betrokken zijn/waren bij de Pauluskerk geïnterviewd.
Als opmaat naar de jubileumweek vind u hier elke week een nieuw interview.

Deze week: Arnold Smeets (57), oud-KRO redacteur, nu coördinator postacademisch onderwijs Faculteit Katholieke Theologie Universiteit Tilburg

‘Ik ervaar de omgang met de mensen van de Paulus als heel prettig. Dat was al vanaf de tijd dat we hier in 2008 van Tilburg naar Utrecht verhuisden. We zijn er getrouwd, er kwam ook iemand van de kerk om kennis met ons te maken. Maar al in Tilburg deden we niet veel aan kerk, de prioriteiten zoals werk lagen gewoon anders. Vorig jaar is mijn vrouw, Henny, aan kanker gestorven. Van lieverlee is de Paulus mijn vaste kerk geworden. Het aantal koren is geweldig, Henny dacht er nog aan om koorlid te worden. Speelt mee het gemak dat de Paulus om de hoek was.
Ik vind het gebouw mooi met mooi licht van binnen. Je ziet dat het een protestants gebouw is dat katholiek is geworden.
Er hangt ook een goede sfeer. Mensen kennen elkaar, dat merk je, en de kerkgangers zijn qua leeftijd redelijk gemêleerd. Ik voel me welkom, en zeker niet buitengesloten als relatieve nieuweling.

Het geloof? Ik herken in de Paulus een goed katholieke eigentijdse orthodoxie. Ik bedoel daarmee dat deze kerkgemeenschap geen basisgemeente of leerhuis is. De taal, de gezangen, de toon van de voorbeden, het bewieroken van het kerkvolk: het past allemaal in de katholieke traditie. Verre van wereldvreemd en, ook in de liturgie soms, een tikje eigenzinnig. Dat past wel bij katholieken. De liturgie hier is geen uitvoering, geen strak showtje; het gaat niet om de vorm alleen, al is daar natuurlijk aandacht voor. Men maakt de plechtige gebaren, maar je ziet ook de weifel daarbij. Je ziet het bijvoorbeeld bij het terugbrengen van de Bijbel na het voorlezen van het evangelie. Sommige gaan zitten, anderen blijven staan – en ik wacht ook meestal niet met gaan zitten tot de preek begint. Daarmee is de liturgie een beetje houtje-touwtje. Het is een geloofsgemeenschap van mensen, betrokken op God, op de medemens en op elkaar.
Dat maakt misschien wel de sfeer zo goed.’

PA_Interview

Interview met Monseigneur De Kok

 

In het kader van het 85-jarig jubileum van de Pauluskerk heeft Werend Griffioen een aantal mensen die nauw betrokken zijn/waren bij de Pauluskerk geïnterviewd.
Als opmaat naar de jubileumweek vind u hier elke week een nieuw interview.

 

Deze week:
Monseigneur De Kok

Achtentachtig is hij nu, monseigneur Jan de Kok. Franciscaner broeder, emeritus-hulpbisschop van Utrecht, oud-hoogleraar kerkgeschiedenis én van 2002 tot 2011 priester-assistent in de Pauluskerk.
Hij heeft wat last van een stramme rug, maar verder voelt hij zich fit, zo vertelt hij in zijn appartement in een zorgcomplex in Voorhout bij Oegstgeest.

In de tijd dat hij voorging in de parochie van Bunnik kreeg hij last van een onwillig been. De dokter had hem rust geadviseerd. Maar of de parochianen daar wat mee te maken hadden? Zo verscheen monseigneur De Kok die zondag met een barkruk op het altaar, zodat hij half zittend de mis kon opdragen. ‘Zo,’ sprak hij tot de kerkgangers, ‘neem eerst maar even de tijd om te lachen.’
Dit verhaaltje is tekenend voor de humor waarmee De Kok in het leven staat. Maar ook in de kerk. In elke preek verwerkte hij wel een anekdote. Die vormde dan tevens steevast een bruggetje naar een gebeurtenis of Bijbelse passage waar je van kon leren.
Want het leraarschap zat hem als gegoten en nog steeds.
‘Waar ik het van heb? Ik zou het niet weten. Misschien zit het ‘m in de genen. Vier van mijn zeven zussen zijn allemaal onderwijzeres geweest en mijn broer die econoom was bij een grote verzekeraar gaf ook part-time les aan studenten van de Haagse automobielschool. Zelf ben ik hoogleraar op de universiteit geweest en heb ik lesgegeven op de priesteropleiding.’

Monseigneur De Kok staat er bekend om hoe graag hij zijn kennis deelt, maar daarbij heeft hij wel een kanttekening. ‘Het past me niet om anderen de les te lezen of de regeltjes te vertellen. Voor mij telt dat kennis mensen inzicht geeft in het waarom van hun doen en laten. Hoe ze daar verder mee willen gaan, nou daarover staat genoeg in het evangelie.’

Een dierbaar beeld van de Paulus vormt voor De Kok de ‘enorme’ aandacht voor kinderen en jongeren. Het Paulusjongerenkoor is daarvan een sprekend voorbeeld. Met extra veel plezier kijkt hij terug op de kindervieringen. De eerste keer zeg ik tegen de kleintjes: ‘nu praat ik met jullie, en jullie papa’s en mama’s zijn nu aan de beurt om te luisteren’. Dat was lachen voor de kinderen en ik genoot mee.

Een gebeurtenis die hem nog bijstaat als de dag van gisteren was de inderhaast georganiseerde samenkomst in de Pauluskerk op Nieuwjaarsdag in 2009. Een lid van het Paulusjongerenkoor was terwijl hij op oudjaarsavond vuurwerk afstak aangereden en op slag dood. De kerk zat vol, iedereen rouwend om zijn dood. ‘Ik ging ook, ik wist niet beter te doen dan zijn vrouw met wie hij net getrouwd was, een innige omhelzing te geven.. Ik heb me in de Paulusgemeenschap heel goed thuis gevoeld.’

PA_Interview

Interview met Gerrit Jan Westerveld

 

In het kader van het 85-jarig jubileum van de Pauluskerk heeft Werend Griffioen een aantal mensen die nauw betrokken zijn/waren bij de Pauluskerk geïnterviewd.
Als opmaat naar de jubileumweek vind u hier elke week een nieuw interview.

 

Deze week: Gerrit Jan Westerveld (63)

Gerrit Jan Westerveld begint in 1988 meteen na zijn studie aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht als jong pastoraal werker in de Paulus.
Hij kreeg het er meteen flink voor de kiezen. ‘De polarisatie tussen traditionelen en progressieven stak toen net de kop op. Ga er maar aan staan als onervaren pastoraal werker die net uit de studiebanken komt.’

Westerveld schetst hoe pastoor Vernooij het nieuwe liedboek Gezangen voor Liturgie wilde invoeren. En hoe het toenmalige koor ‘In Omnibus Caritas’ met vooral traditioneel repertoire in opstand kwam. Uit zijn relaas blijkt dat het kerkgebouw aan de Linnaeuslaan een explosief kruitvat was geworden, met allerhande felle discussies, zoals bijvoorbeeld of een kaarsje branden bij het Mariabeeld wel mocht. ‘Maar oudere bestuursleden en parochianen van de pastoraatsgroep namen mij onder hun hoede. Gouden mensen! Dankzij hen vond ik uiteindelijk mijn plek. Ik gooide me op de catechese, met de Tuindorpkerk hadden we zelfs een oecumenische jongerengroep, er was een leesgroep die literaire boeken besprak, ik heb de seniorenmiddag in elkaar gespijkerd en we gingen naar de Passiespelen in Tegelen. Dat was ontzettend leuk allemaal.’

Maar niet zo leuk voor veel parochianen was dat in 1993 het doek voor de oude Pauluskerk definitief viel. ‘Een trauma was het,’ herinnert Gerrit Jan zich. Nog drie jaar heeft hij gediend in de Pauluskerk aan het Willem-de-Zwijgerplantsoen. Toen werd hij benoemd in de Anthoniusparochie in Lombok, nu een yuppenwijk, maar toen een achterstandsbuurt. ‘Het is wel erg dat je naar Lombok wordt gestuurd,’ hoorde hij toenmalig koster Theo Hoogsteder in de wandelgangen tegen iemand over hem fluisteren. ‘Nu kan ik erom lachen,’ zegt Gerrit Jan, ‘maar het zegt veel over hoe Paulusmensen zichzelf zagen.’

Gerrit Jan Westerveld ging onlangs met vervroegd pensioen vanwege COPD, een aandoening die veel van zijn energie vergt.

PA_Interview

Interview met Henny van der Weiden

 

In het kader van het 85-jarig jubileum van de Pauluskerk heeft Werend Griffioen een aantal mensen die nauw betrokken zijn/waren bij de Pauluskerk geïnterviewd.
Als opmaat naar de jubileumweek vind u hier elke week een nieuw interview.

 

Deze week: Henny van der Weiden (1928)

 

Met haar 90 jaar is zij een van de oudste Paulusparochianen. Het Rijke Roomse Leven heeft ze nog volop meegemaakt. ‘Dat was een mooie tijd. Op feestdagen ging de wit-gele vlag uit, door de wijk trokken processies, de meisjes natuurlijk als bruidje verkleed.’ Haar man, Theo, had leidinggevende functies in de zuivelbranche en na omzwervingen in Rotterdam, Wormerveer en Waalwijk kwam het gezin uiteindelijk weer terug in Utrecht, waar hij bedrijfsleider werd van de Utrechtse Melkcentrale UMC.

Het echtpaar kreeg vijf kinderen, een ervan, Paul, overleed op jonge leeftijd bij een verkeersongeluk. Na zijn loopbaan bij de UMC werd Theo van der Weiden koster in de Paulus.
Toen hij 75 werd vond hij het welletjes en bedankte bij het bestuur. Het jaar daarop, eind 2001, reed een auto hem aan wat hem vijf weken intensive care in het ziekenhuis opleverde. Maar hij krabbelde gelukkig weer op. Henny en hij hebben daarna nog vijf ‘mooie’ jaren samen gehad met verre reizen.
Wat betreft kerk kijkt Henny met verlangen terug naar de tijd dat de kerkgang voor elke katholiek een vanzelfsprekendheid was. Net zo vanzelfsprekend was de eenheid tussen kerk, school en gezin. ‘Er was sprake van een heel vaste gemeenschap. Je kende elkaar min of meer. Als je hoorde dat iemand zorgen had, dan vroeg je ernaar. Niet uit bemoeizucht, maar omdat aandacht voor elkaar het leven wat lichter maakt’. Maar ze zou zeker niet alles uit die tijd willen terugzien. ‘Mijnheer pastoor stond op een voetstuk. Die onderdanigheid is gelukkig weg. En ook de biecht waarvoor je zeker als kind een paar pekelzonden bedacht bestaat niet meer in die vorm.

De tegenwoordige snelle leegloop van de kerk benauwt haar. ‘Hier in de Paulus hebben we een golfje doopjes gehad, een handjevol communicantjes en een enkele trouwerij, allemaal met dank aan de oudere leden van het Paulusjongerenkoor, maar nu is het zo ongeveer op. En in het algemeen natuurlijk, mensen zijn minder kerkelijk geworden. Velen hebben goed gestudeerd en zoeken zelf uit wat het beste is, daarvoor hebben ze de kerk niet nodig. Ook Henny’s kinderen komen zelden nog in de kerk. ‘In het begin deed me dat pijn, maar alles went. En ook zonder kerk kun je een goed mens zijn.’

Henny heeft in haar lange leven de kerk ervaren als iets heel waardevols.
Anderen kijken daar anders tegenaan met als gevolg dat de kerkgemeenschap steeds kleiner wordt en gebouwen hun functie als kerk kwijtraken.
Een tegenwoordig veel gehoord alternatief voor de krimpende klassieke kerk wordt gevormd door de zogenaamde ‘huiskerk’. In een woonhuis komen 10 tot 20 gelovigen bij elkaar om te bidden. Henny heeft zo haar twijfels of dit iets is wat bij haar past. ‘Ik wil het besef hebben dat ik deel uitmaak van een groter geheel. De ruimtelijkheid van een kerkgebouw helpt me daar beter bij dan een huiskamer, al zal zoiets voor anderen wél voldoen. God? Genietend van de natuur of in een mooi gesprek met iemand ontmoet ik Hem, wie en waar Hij ook mag zijn. Ik vind ‘geloven’ een moeilijke zaak en toch zeg ik “zonder geloof zou ik het niet gered hebben”. Een beter woord voor geloof is misschien vertrouwen. Ik vertrouw dat als mijn tijd gekomen is de deur openzwaait en dat ik mijn zoon en mijn man zal zien. Misschien moet ik bescheiden zeggen: mijn hoop en vertrouwen zijn groter dan mijn geloof.’

Wekelijkse Vieringen

 Maandag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
12:30 uurKapel zusters  Waterstraat
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel Barbarabegraafplaats
Dinsdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
10:00 uurAloysius
12:30 uurKapel zusters  Waterstraat
Woensdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:30 uurJoseph
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
18:30 uurCatharina: Rozenkrans
19:00 uurCatharina
19:00 uurGertrudis
19:00 uurAntonius: Vesper (vervalt in juni, juli en augustus)
Op de woensdagen in de 40-dagentijd is er een Oecumenische vesper om 19:0 uur afwisselend voorgegaan door een dominee en pastor Hans Harmsen.
Donderdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurRafael
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
1e en 3e donderdag van de maand: 19:00 uur: Dominicus Wereldwake
3e donderdag van de maand: 19:00 uur: Johannes Bernardus: Rozenkrans
Vrijdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurWederkomst des Heren – ochtendgebed
10:00 uurAloysius
12:30 uurKapel zusters Waterstraat
18:00 uurAntonius: gregoriaanse vesper
1e vrijdag van de maand
10:30 uurJacobus
10:00 uurJohannes Bernardus
10:30 uurJoseph
10:00 uurDominicus
3e en 5e van de maand: 10:00 uur: Johannes Bernardus
2e van de maand: 16:00 uur, kleine viering Josephkerk
1e en 3e van de maand: 19:30 uur: San’Egidio Kapel zusters Waterstraat
Zaterdag
8:00 uurKlooster Cenakel
11:15 uurNoodkapel Voorportaal: Rozenkrans
12:00 uurKapel zusters Waterstraat

 

Algemeen Contact

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaan van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag – Donderdag: 09.00 – 16.00 uur
Vrijdag: 09.00 – 12.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl