Bas en Ian met huisgemaakte bitterballen

Het WK beleven in Oeganda

Nieuwsbrief 8: 24-06-2026

Zaterdag avond, 20 juni. Het is kwart voor acht wanneer we een van de hoofdweg verstopt plein in Kampala op lopen. Tussen de Indiase restaurants en sports bars in vinden we ons doel. Wanneer we naar binnen stappen weten we zeker dat we op de juiste plek zijn. De zaal staat vol met mensen in oranje (voetbal) shirts, de meeste staand met een koud drankje in de hand, pratend, lachend, luidkeels, je kent het wel. We zijn deze avond naar de desbetreffende bar gekomen, nadat we een bericht van de Nederlandse ambassade hadden gezien dat het hier verzamelen is om... voetbal te kijken!

Vlak voor de wedstrijd begint komt Ian, een Oegandese vriend van ons binnen “Wow this is the orange disease!” is het eerste wat hij zegt. Wij zijn niet de eerste Nederlanders de hij heeft leren kennen, zodoende heeft hij al genoeg beelden van Nederland in het oranje tijdens de voetbal of op koningsdag gezien – de oranjegekte!

Naast ons zit een man alleen aan een tafel, later sluit er een groep bij hem aan. Aan de geel en blauwe kleuren te zien is het de Zweedse tafel. Die weinig opvalt naast al het overweldigende oranje.

In de pauze wordt er omgeroepen “Er zijn gratis bitterballen!”. Nederlanders kennende, haast ieder zich snel naar de gratis hapjes; de aard van het beestje. We bespreken met z’n drieën onze verwachtingen over de einduitslag, 3-2, 4-2? Daarnaast hebben we het over de absurd hoge prijzen voor de wedstrijdkaartjes en de manier waarop de VS met haar strenge immigratiebeleid spelers, supporters en staf van niet-westerse landen anders bejegend.

Over de wedstrijd hoeven we verder niet veel te zeggen, die hebben de meeste van jullie vast wel gezien. Of anders, vast wel gehoord over de 5-1. Toen de polonaise werd ingezet en daarna de zaal van links naar rechts ging op Snollebollekes, riepen de Zweden supporters grappend waar de security bleef om iets aan de geluidsoverlast te doen.

Zweedse muziek mocht ook niet missen, “The Winner Takes It All” van ABBA werd natuurlijk ook gedraaid!

Lees ook:

* Foto: Bas en Ian met huisgemaakte bitterballen.
Met de priester en een bezoeker lopen we een rondje om het veld om de kwaliteit te controleren

Van velden ploegen tot vertrouwen zaaien - Missieproject Oeganda

Nieuwsbrief 7: 11-06-2026

De kop is eraf!

Afgelopen weekend is er voor het eerst geploegd in Opedi! Bijna 9 acres zijn ontbost en klaargemaakt voor het komende seizoen, waarin de eerste gemeenschapsboerderij van start gaat.

Tijdens het aanpassen van het budget aan de huidige financiële middelen (€1.200) hebben we besloten het project voor het eerste seizoen terug te schalen. Naast dat dit noodzakelijk is, geeft het ons ook de ruimte om te leren van de successen en verbeterpunten, terwijl we doorgaan met het werven van fondsen. Zo kunnen we het volgende seizoen uitbreiden met meer kennis en middelen.

Het project start in Opedi, een van de meest afgelegen dorpen binnen het projectgebied, met 9 acres (3,5 hectare) van de in totaal 70 beschikbare acres (ongeveer 28 hectare). Daarnaast beginnen we met een kleine groep contracttelers voor zo’n 30 acres. En met koffie!

Via een overheidsproject hebben we gratis koffiezaailingen ontvangen. Omdat deze tot drie jaar nodig hebben voordat ze hun eerste oogst opleveren, gaan we ze alvast verspreiden over de verschillende locaties. Hiermee hopen we onder andere vertrouwen op te bouwen binnen de gemeenschappen, zodat duidelijk wordt dat het project geen eendagsvlieg is, maar bedoeld is om langdurig te blijven bestaan.

Misschien vraag je je af waarom het nodig is om dat vertrouwen op te bouwen, of waarom dat vertrouwen er überhaupt niet vanzelf is. Daarin speelt de geschiedenis van deze regio een belangrijke rol. Toen de oorlog in het gebied eindigde en de LRA vertrok in 2006, kwam er namelijk een enorme toestroom van internationale hulp. Er werden voedsel en kleding uitgedeeld, scholen gebouwd en medische hulp gratis toegankelijk gemaakt. Wanneer het ene project eindigde, stond het volgende vaak alweer klaar om te beginnen.

Zo was er zeer belangrijke en noodzakelijke hulp beschikbaar. Het nadeel was echter dat de meeste projecten vooral kwamen om in behoeften te voorzien, en niet om iets duurzaams op te bouwen dat uiteindelijk door de gemeenschap zelf kon worden voortgezet. Als gevolg daarvan worden projecten vaak gezien als tijdelijk: vroeg of laat verdwijnen ze weer.

Een groot verschil is dat dit project wordt geleid door de lokale parochie in plaats van door een buitenlandse organisatie. Toch doen we ons best om de gemeenschappen zo veel mogelijk te betrekken bij de besluitvorming rondom het project en tegelijkertijd te laten zien dat het bedoeld is om te blijven. Door aan te tonen dat het financieel mogelijk is om het project zelfstandig voort te zetten, komt de toekomst ervan uiteindelijk in handen van de gemeenschap zelf te liggen.

Nog even terug naar het geploegde veld. Aan het type aarde en de planten die erop groeien, is te zien dat de grond zeer vruchtbaar is. Voor nu moet de aarde drie weken rusten tot de tweede ploegronde. In de tussentijd kan nieuw onkruid opkomen, dat tijdens het tweede ploegen wordt verwijderd wanneer de grote hompen aarde worden verpulverd tot een zacht en fijn zaaibed.

Op de terugweg wordt onze auto aangehouden door een vrouw die vraagt of ze een lift kan krijgen naar haar dorp. Ze vertelt dat ze deel uitmaakt van een groep van twintig vrouwen die samen een spaar- en leengroep hebben opgezet. Aha! Dat is precies waar het project uiteindelijk aan hoopt bij te dragen.

“Hier, hier, hier!”

Wanneer ze uitstapt, spreken we af om binnenkort langs te komen om de volgende stappen van het project verder te bespreken.

“Apwoyo matek.”

“Wanen!”

Lees ook:

* Foto: Met de priester en een bezoeker lopen Mariska en Bas een rondje om het veld om de kwaliteit te controleren.
Biggetjes op de Homa Farm

Een school waar we iets van kunnen leren - Missieproject Oeganda

Nieuwsbrief 6: 03-06-2026

Om een beter idee te krijgen van de bestaande landbouwprojecten, werkstructuren en de rol van landbouw in de Acholi regio in Noord-Oeganda, gaan we af en toe langs bij boerderijen en andere landbouwinitiatieven. Zo hoorden we via via van de Homa Farm School, een bijzondere plek waar ik zelf best een paar schooljaren had willen doorbrengen.

De locatie ligt op ongeveer een uur rijden van Gulu. Vanaf de hoofdweg is het zo'n 20 minuten op onverharde weg tot een bordje “Homa Farm School” ons een bosweg in stuurt. Een stukje verderop rijden we langs een groot open veld, waar iemand ons de juiste richting wijst, langs een grazende koe en een veld met gewassen in volle bloei. Wanneer we bij een schoolgebouw aankomen, worden we verwelkomd door een meute kinderen die in hun pauze buiten aan het ravotten zijn.

Een van de docenten van de basisschool neemt ons onder zijn hoede deze middag. Hij vertelt ons dat de Homa Farm bovendien een kostschool is, wat veel voorkomt in Oeganda. Voor veel kinderen is het gebruikelijk om op school te verblijven. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Zo kan de afstand van huis naar school te groot zijn en vervoer te duur. Ook werken sommigen ouders op verschillende locaties, of kiezen ouders voor een specifieke school, bijvoorbeeld omdat die goed staat aangeprezen. Kinderen die ver weg wonen, zien hun familie gewoonlijk eens per drie maanden, terwijl anderen in het weekend naar huis gaan. En de docent van vandaag, hij woont zelf ook op het schoolterrein met zijn familie.

Terug naar de school in de bossen. Deze heeft namelijk een bijzonder concept. Zoals de naam al doet vermoeden, is het ook een boerderij! Oftewel, de kinderen worden er van jongs af aan geleerd hoe ze hun eigen voedsel verbouwen en voor boerderijdieren moeten zorgen.

Dagelijks rouleren de taken op de boerderij dagelijks tussen de verschillende klassen zodat er voor iedereen elke dag iets anders op de planning staat om te doen en te leren. Van zaden planten tot de kippen eten geven. Van onkruid wieden tot koeien melken. Lekker met de handen in de aarde in plaats van achter een scherm. Zo komt ieder kind zelf te weten waar het eten dat elke dag op hun bordje verschijnt, vandaan komt.

Belangrijke disclaimer: deze kennis is voor de meeste kinderen in de regio niets bijzonders. De meeste families in de regio verbouwen het grootste gedeelte deel van hun eigen voedsel. Kinderen vergaren daarom van huis uit de nodige kennis om te kunnen boeren. Zodoende gaat de school een stapje verder.

Kinderen krijgen zaden of stekjes mee van de groentes en fruit waar ze over hebben geleerd, zodat ze de geleerde lessen thuis bij hun ouders in de praktijk kunnen brengen. Dit gaat van groentes die hier al generaties lang worden verbouwd, zoals witte kool of cassave, tot minder vertrouwde gewassen zoals koffie, cacao of sesamzaad.

Daarnaast wordt er aandacht besteed aan minder gebruikte technieken, zoals verticaal boeren en permacultuur, om de kinderen, en zo hun families, andere manieren van boeren te leren.

Tevens wordt er aandacht besteed aan de commerciële kant van boeren, wat nieuw kan zijn voor de familie, maar wel een interessante bron van inkomsten kan zijn.

Een laatste pluspuntje, er is geen schoolkantine of supermarkt in de buurt waar frikandelbroodjes en energy drink gekocht kunnen worden. Het is hier eten wat de pot schaft. Of eigenlijk, wat je dus zelf geoogst hebt. Daar kan de jeugd in Nederland nog wel wat van leren. En misschien de volwassenen ook wel.

Misschien leuk om met de kinderen en kleinkinderen te bespreken wat ze van zo’n school zouden vinden?

Lees ook:

* Foto: Biggetjes op de Homa Farm.
Mariska en Bas in boda boda

Boda boda - Missieproject Oeganda

Nieuwsbrief 5: 21-05-2026

Terwijl we in de bus op het busstation in Gulu zitten te wachten om te vertrekken richting de Aruu Falls voor een weekendje kamperen, denk ik aan de lege dubbele bussen die door mijn geboortestad Terneuzen rijden. Er zijn alleen mensen te zien in die bussen tijdens de spits, daarbuiten wordt zo ongeveer alleen de chauffeur heen en weer verplaatst.

De bus waar wij nu in zitten heeft 12 stoelen, maar we passen er met 24 personen in, makkelijk en efficiënt. We zitten op de achterbank, waar de cool kidz altijd zitten. We delen de rij met 4 kinderen en hun moeder, ze zijn onderweg naar familie in de stad Kitgum om daar de schoolvakantie door te brengen. Terwijl we wachten op de laatste persoon, kunnen we drankjes en snacks verkrijgen van de verkopers aan het raam – verse fruitsapjes, sesamballetjes, bananen of samosa’s. Makkelijk, zo kan je de bus niet missen omdat je trek hebt.

De rit verloopt soepel en snel, we worden op de juiste plek afgezet en spenderen vervolgens een fantastisch weekend kamperen en zwemmen bij de Aruu-watervallen.

De terugweg verloopt wat anders. Bij aankomst in het dorp waar we door de bus waren afgezet, komt een man zich aan ons introduceren en stelt zich voor als de persoon verantwoordelijk voor de logistiek het dorp uit. Hij vertelt ons dat de bus richting Gulu over een aantal minuten hier zal zijn, allen wetende dat een paar minuten een paar uur kan betekenen. Dus zoeken we een plekje in de schaduw, kopen een koud drankje en eten een paar mango’s.

Na ongeveer een uur, biedt de man ons een rit aan met een jongeman op een boda-boda — letterlijk “border to border” — dankt zijn naam aan de grensovergang in Busia tussen Oeganda en Kenia, waar motorrijders mensen van de ene grenspost naar de andere brachten.

De motorrijder moet net als ons naar Gulu, dus tegen betaling kunnen we met hem mee. Drie mensen en twee grote rugtassen voor 60 km op een motor klinkt niet heel erg aantrekkelijk, maar zonder alternatief, de beste optie.

Na ongeveer 30 minuten kan de boda plots niet meer starten. De chauffeur legt hem nog even op zijn kant en probeert hem aan de praat te krijgen, maar zonder succes. Hij gaat op zoek naar een garage, wij naar een andere manier om thuis te komen.

Boda-boda’s zijn een groot fenomeen in Oeganda, net zoals fietsen voor ons in Nederland, maken ze een groot deel uit van de samenleving. Met grote afstanden, hete weersomstandigheden heuvelachtige landschappen, zijn boda’s soms net wat handiger dan fietsen (die zijn hier overigens ook genoeg!). Door weer en wind brengen ze mensen van A naar B, van drukke steden tot afgelegen dorpen. Voor hen die niet zelf een vervoersmiddel hebben, maar wel het nodige geld, zijn boda’s het voornaamste vervoersmiddel.

Het is als een taxi, je stapt bij de bestuurder achterop en betaald een bedrag afhankelijk van de afstand en de omstandigheden zoals het weer, de locatie, het moment van de dag, en hoeveel mensen of spullen. Oh en of je een local bent of niet ;).

Het lijkt soms alsof de bestuurders het kunnen ruiken als je er een nodig hebt. Het moment dat je er een zoekt, komt er één, twee of drie tevoorschijn en roepen: “boda? Boda boda?”.

Of je kan er een vinden bij de boda standplaatsen door de stad en in de dorpen, plekken waar je weet dat je op bijna ieder uur van de dag een kan vinden.

Terug naar onze terugreis van de Aruu watervallen naar Gulu. Wanneer we een dorp langs de hoofdweg in lopen komen er direct een aantal boda’s op ons af.

We proberen kritisch te zijn, zoekend naar de bestuurder die er uitziet als een veilige bestuurder, en die een comfortabele extensie heeft. Want de zuinige Nederlanders die we zijn, nemen we altijd één boda voor ons tweeën. Dat is heel gewoon in Oeganda, twee, drie, vier mensen op een boda, of grote zakken granen, een TV, kippen voor het avondmaal, wat dan ook dat er moet worden vervoerd. Met pech kan je hier overigens wel een boete voor krijgen.

Soms babbelen we met de chauffeur over koetjes en kalfjes, soms leer je iemands levensverhaal. Sommige bestuurders komen in een volledig motorpak, sommige op teenslippers. Oh en er is een groot verschil tussen de boda’s in Kampala en hier in het noorden. In de hoofdstad rijden de meeste alsof ze in een videospel zitten zoals Mario Kart.

Ze schieten tussen auto’s door, duiken gaten in het verkeer in en toeteren zich overal tussendoor. Terwijl hier, rijden de meeste langzaam en voorzichtig, liever veilig dan snel, tijd is er genoeg. De tocht naar huis lijkt eindeloos te duren, maar we genieten van het uitzicht terwijl onze beenspieren verzuren.

Met nog maar een paar kilometer te gaan begint het te regenen. En op een motor landt de regen hagel hard. De enige weg naar huis is snel, maar niet te snel, want vergeet de snelheidsdrempels en putten in de weg niet. Ik doe mijn ogen dicht, buig mijn hoofd naar beneden en maak mijzelf zo klein mogelijk, de bestuurder is mijn schild voor de storm.

Aangekomen, bedanken we de bestuurder voor het ons veilig thuisbrengen. Een baan vol onzekerheid van inkomen en met een hoog risico, maar oh zo belangrijk. Zonder hen stonden we misschien nog steeds te wachten op een bus die nooit kwam.

Lees ook:

* Foto: Mariska en Bas in een boda boda.
Community meeting alelele

Home Sweet Home - Missieproject Oeganda

Nieuwsbrief 4: 23-04-2026

Akurukwe: Ik heb tevergeefts gewacht (I have been waiting in vain).

Hoe is deze naam ontstaan? “Toen het parochiehuis hier net was gebouwd, ging de kok dagelijks in de ochtend naar het dorp om de benodigde boodschappen, groentes en granen te halen voor de dag. Úúúren later kwam hij terug aan bij het parochiehuis “Akurukwe - Ik heb tevergeefs gewacht”. Verteld Samuel, een van onze huisgenoten en tevens priester, lachend. Uren moest de kok wachten, legt Samuel aan ons uit, want de verkopers van de markt komen pas nadat ze op hun eigen land hebben gewerkt, gegeten en vervolgens een aantal kilometer naar de markt hebben lopen. Soms, betekent dat ze er pas wanneer het al donker begint te worden de markt begint.

En zo kreeg het kleine dorp waar wij wonen, zijn naam.

Aangezien we op een nogal interessante plek wonen, een korte introductie!

Huisgenoten: 3 priesters, 3 werkers in het huis, 1 hond, 1 kat, 4 konijnen, een aantal kippen, heel veel mieren, een aantal salamanders en wij, Mariska en Bas.

Locatie: het parochiehuis staat aan de kerk, dus als we zondagochtend (per ongeluk/ willen) uitslapen, worden we wel wakker gemaakt van het gezang van het kerkkoor. Maar, meestal zijn we al ontwaakt dankzij de haan die stipt bij zonsopgang naast ons raam staat de kukelen.

Het huis staat aan de ene kant naast het sportveld van een basisschool en aan de andere kant een kleuterschool en het huis van de zusters (wat ook een B&B is!). Het terrein is omringt met mangobomen, waar tijdens het mangoseizoen (wat het nu is!) je moet oppassen. De kinderen klimmen namelijk graag in de bomen of gooien met al wat los of vast zit, naar de rijpe mango’s, met de hoop een zoet hapje uit de boom te vangen.

Guinness de hond: hoofdtaak: het huis bewaken. Hoofdbezigheid: slapen en zich in voor hem verboden ruimtes opsluiten. Glipt stiekem je slaapkamer in als je een moment niet oplet. Lievelingseten: een speciaal klaargemaakte maaltijd door de kok. Verder wel lief.

Kat: officiële naam is poes, wij hebben hem de naam Sjonnie gegeven. Hoofdtaak: op muizen en ratten jagen. Hoofdbezigheid: slapen en zeuren om eten. Sjonnie begrijpt alleen wat zijn taak is als je hem muizen of ratten voert, hij werkt nog steeds aan zijn jaag talent.

 

Priesters:

Francis: de parochie priester. Zet zich voor dag en dauw in voor alles wat met de communities rondom de parochie te maken heeft. Gaat graag op de fiets naar de dorpen zodat hij makkelijk praatjes kan maken met iedereen.

Samuel: voornamelijk bezig met zijn eigen levensdoel verwezenlijken: PACTA, een verslavingskliniek die hij zo’n 20 jaar geleden heeft opgezet. Je kan hem altijd blij maken met fruitsapjes.

Sander: de Nederlandse priester in het huis, zet zich voornamelijk in voor toegang tot educatie en gezondheidszorg. Is fervent Efteling fanaat, weet meer dan de directeur.

Daudi, Lilian en Stephanie, zijn de werkers in het huis die zorgen dat alle huishoudelijke taken - koken, schoonmaken, boodschappen, wassen, zorgen voor de dieren en gasten- met nauwkeurigheid zijn uitgevoerd.

Daudi, chefkok van het huis, werkt al meer dan 20 jaar voor de kerk, is van alle keukens thuis. Lilian, altijd vrolijk en enthousiast, zal je uitdagen om Acholi te leren.
Stephanie hoor je vaak zingend door het huis lopen en kan je alles vertellen over de lokale muziek.

Alle 3 wonen ze ook bij ons op het terrein en gaan eens in de aantal maanden naar huis. Ze verdienen +/- 100 euro salaris per maand, het gemiddelde maandinkomen in Oeganda, al moeten veel gezinnen rondkomen van zo’n 35 euro per maand. Voor perspectief: Schoolgeld voor 6 maanden is zo’n 100 euro, een kopje koffie of een kg rijst 1 euro, benzine 1,50 per liter.

Het voelt voor ons eerlijk gezegd nogal ingewikkeld om werkers in het huis te hebben. Niet alleen omdat het nogal lui voelt om niet zelf onze huishoudelijke taken te doen, inmiddels woon ik zo’n 11 jaar op mijzelf, dus het voelt als vanzelfsprekend al deze taken te combineren met werk, sport, studie, familie, vrienden etc. Maar ook omdat ééns in de zo veel maanden vrij zijn wel wat anders is dan wat we onder het Nederlandse arbeidsrecht kennen. Het salaris, daar heb je vast zelf al ideeën bij. Maar 6 á 7 dagen werken per week is wat ieder hier doet, wat nodig is om zo al dan niet rond te komen. En eten, dat doen we alleen samen op speciale gelegenheden, anders is het de werkers apart en de rest apart.

Want dat is hoe de dingen hier gaan, maar al is dat niet hoe ik vind dat het zou moeten gaan.

Ongelijkheid is ongemakkelijk en het schuurt, maar wellicht is dat de plek waar verandering teweeg kan komen.

En zo is home sweet home, een complexe samenstelling.

* Foto: Het huis (oranje) met rechts de kerk, omringd door mangobomen.
* Uitgelichte foto: Bijeenkomst van de Alelele-gemeenschap.

Lees ook:

STFR001-27-Basis FB post 1200 x 630

Aanmelding geopend voor Conferentie Missionaire Parochie 2025

Op 8 februari 2025 wordt in Veenendaal de vierde conferentie Missionaire Parochie gehouden. Dit jaar is het thema “Blijf in Mij” – een thema wat uitnodigt om na te denken over de betekenis van verbondenheid met Christus in het leven van iedere dag, voor gelovigen én voor parochies.
Na de positieve ervaringen van de drie eerdere edities, hoopt de organisatie opnieuw op een dag van inspiratie en ontmoeting, die parochies zal bemoedigen om de weg naar een missionaire parochie in te slaan of verdere stappen te zetten op die weg.

Spreker
Hoofdspreker op deze vierde conferentie is dr. Johannes Hartl, een katholieke Duitse theoloog, filosoof, auteur en spreker. Hij weet mensen over kerkgrenzen heen te verbinden en geloofsthema’s relevant en begrijpelijk te maken voor mensen van deze tijd. In de ochtend zal hij spreken over hoe wij als gelovigen en parochies kunnen uitreiken en vruchten voortbrengen, vanuit de verbondenheid met Christus. In de middag leidt hij een interactief seminar over de plaats van gebed in de parochie.
Andere seminars zullen gaan over het vormen van (leiderschaps)teams in de parochie, en over het gedachtegoed van de missionaire parochie voor mensen die hier nog niet bekend mee zijn.

Kom samen!
Bouwen aan een missionaire parochie kan niemand alleen. De organisatie moedigt mensen daarom aan bij voorkeur in groepen te komen, met medeparochianen, om op deze manier het hoogst mogelijke rendement uit de dag te kunnen halen. Om dit aan te moedigen geldt voor groepen vanaf vijf personen een speciaal groepstarief.

Informatie en aanmelding
De aanmelding voor de conferentie op 8 februari 2025 is geopend! Tot 1 december 2024 geldt een vroegboektarief. De aanmeldpagina is te bereiken via de website www.missionaireparochie.nl, waar ook meer informatie over programma, sprekers, praktische zaken en vrijwilligers te vinden is.
Promotiematerialen kunnen vanaf de website worden gedownload of aangevraagd voor verdere verspreiding.

Download hier de folder (PDF).

Doordeweekse Vieringen

Maandag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
12.00 uur Augustinus
19.00 uur Catharina
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel
Barbarabegraafplaats
Dinsdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Rafaëlkerk
09.30 uur Dominicus - wereldwake
12.00 uur Augustinus
19.00 uur Catharina
Woensdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
Woe 10.00 uur Josephviering - kapel Zuster Augustinessen
12.00 uur Augustinus
19.00 uur Catharina
1e woensdag van de maand: Rozenkrans om
19.00 uur in de Johannes-Bernardus.
Maandelijks: Lectio Divina om
20.00 uur in de St. Catharinakathedraal.
Donderdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Rafael
12.00 uur Augustinus
1e en 3e donderdag van de maand
19.30 uur Sant'Egidio, Augustinuskerk.
Vrijdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Wederkomst des Heren
ochtendgebed
10.00 uur Aloysius - gebedsviering
10:00 uur: Dominicus
12.00 uur Augustinus
18.00 uur Augustinus: Ambrosiaanse vesper
19.00 uur Catharina
1e Vrijdag van de maand

10.00 uur H. Mis (Josephgemeenschap)
kapel Zusters Augustinessen

Zaterdag
08.00 uur Klooster Cenakel
12.00 uur Augustinus

 

Algemeen Contact

Adressen van de kerken

Aloysiuskerk
Adriaen van Ostadelaan 2

Sint Antoniuskerk
Kanaalstraat 198

Sint Augustinuskerk
Oudegracht 69

Sint Catharinakathedraal
Lange Nieuwstraat 36

Sint Dominicuskerk
Palestrinastraat 1

Johannes-Bernardus
Oranje Nassaulaan 2

Nicolaas-Monica-Jacobus (NMJ)
Boerhaaveplein 199

Sint Pauluskerk
Willem de Zwijgerplantsoen 19

Rafaëlkerk
Lichtenberchdreef 4

Wederkomst des Heren / “Buurthuis Bij Bosshardt”
Marco Pololaan 10

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaen van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag: 10.00 – 15.30 uur
Dinsdag & Donderdag: 10.00 – 17.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl