Nieuwsbrief 5: 21-05-2026
Terwijl we in de bus op het busstation in Gulu zitten te wachten om te vertrekken richting de Aruu Falls voor een weekendje kamperen, denk ik aan de lege dubbele bussen die door mijn geboortestad Terneuzen rijden. Er zijn alleen mensen te zien in die bussen tijdens de spits, daarbuiten wordt zo ongeveer alleen de chauffeur heen en weer verplaatst.
De bus waar wij nu in zitten heeft 12 stoelen, maar we passen er met 24 personen in, makkelijk en efficiënt. We zitten op de achterbank, waar de cool kidz altijd zitten. We delen de rij met 4 kinderen en hun moeder, ze zijn onderweg naar familie in de stad Kitgum om daar de schoolvakantie door te brengen. Terwijl we wachten op de laatste persoon, kunnen we drankjes en snacks verkrijgen van de verkopers aan het raam – verse fruitsapjes, sesamballetjes, bananen of samosa’s. Makkelijk, zo kan je de bus niet missen omdat je trek hebt.
De rit verloopt soepel en snel, we worden op de juiste plek afgezet en spenderen vervolgens een fantastisch weekend kamperen en zwemmen bij de Aruu-watervallen.
De terugweg verloopt wat anders. Bij aankomst in het dorp waar we door de bus waren afgezet, komt een man zich aan ons introduceren en stelt zich voor als de persoon verantwoordelijk voor de logistiek het dorp uit. Hij vertelt ons dat de bus richting Gulu over een aantal minuten hier zal zijn, allen wetende dat een paar minuten een paar uur kan betekenen. Dus zoeken we een plekje in de schaduw, kopen een koud drankje en eten een paar mango’s.
Na ongeveer een uur, biedt de man ons een rit aan met een jongeman op een boda-boda — letterlijk “border to border” — dankt zijn naam aan de grensovergang in Busia tussen Oeganda en Kenia, waar motorrijders mensen van de ene grenspost naar de andere brachten.
De motorrijder moet net als ons naar Gulu, dus tegen betaling kunnen we met hem mee. Drie mensen en twee grote rugtassen voor 60 km op een motor klinkt niet heel erg aantrekkelijk, maar zonder alternatief, de beste optie.
Na ongeveer 30 minuten kan de boda plots niet meer starten. De chauffeur legt hem nog even op zijn kant en probeert hem aan de praat te krijgen, maar zonder succes. Hij gaat op zoek naar een garage, wij naar een andere manier om thuis te komen.
Boda-boda’s zijn een groot fenomeen in Oeganda, net zoals fietsen voor ons in Nederland, maken ze een groot deel uit van de samenleving. Met grote afstanden, hete weersomstandigheden heuvelachtige landschappen, zijn boda’s soms net wat handiger dan fietsen (die zijn hier overigens ook genoeg!). Door weer en wind brengen ze mensen van A naar B, van drukke steden tot afgelegen dorpen. Voor hen die niet zelf een vervoersmiddel hebben, maar wel het nodige geld, zijn boda’s het voornaamste vervoersmiddel.
Het is als een taxi, je stapt bij de bestuurder achterop en betaald een bedrag afhankelijk van de afstand en de omstandigheden zoals het weer, de locatie, het moment van de dag, en hoeveel mensen of spullen. Oh en of je een local bent of niet ;).
Het lijkt soms alsof de bestuurders het kunnen ruiken als je er een nodig hebt. Het moment dat je er een zoekt, komt er één, twee of drie tevoorschijn en roepen: “boda? Boda boda?”.
Of je kan er een vinden bij de boda standplaatsen door de stad en in de dorpen, plekken waar je weet dat je op bijna ieder uur van de dag een kan vinden.
Terug naar onze terugreis van de Aruu watervallen naar Gulu. Wanneer we een dorp langs de hoofdweg in lopen komen er direct een aantal boda’s op ons af.
We proberen kritisch te zijn, zoekend naar de bestuurder die er uitziet als een veilige bestuurder, en die een comfortabele extensie heeft. Want de zuinige Nederlanders die we zijn, nemen we altijd één boda voor ons tweeën. Dat is heel gewoon in Oeganda, twee, drie, vier mensen op een boda, of grote zakken granen, een TV, kippen voor het avondmaal, wat dan ook dat er moet worden vervoerd. Met pech kan je hier overigens wel een boete voor krijgen.
Soms babbelen we met de chauffeur over koetjes en kalfjes, soms leer je iemands levensverhaal. Sommige bestuurders komen in een volledig motorpak, sommige op teenslippers. Oh en er is een groot verschil tussen de boda’s in Kampala en hier in het noorden. In de hoofdstad rijden de meeste alsof ze in een videospel zitten zoals Mario Kart.
Ze schieten tussen auto’s door, duiken gaten in het verkeer in en toeteren zich overal tussendoor. Terwijl hier, rijden de meeste langzaam en voorzichtig, liever veilig dan snel, tijd is er genoeg. De tocht naar huis lijkt eindeloos te duren, maar we genieten van het uitzicht terwijl onze beenspieren verzuren.
Met nog maar een paar kilometer te gaan begint het te regenen. En op een motor landt de regen hagel hard. De enige weg naar huis is snel, maar niet te snel, want vergeet de snelheidsdrempels en putten in de weg niet. Ik doe mijn ogen dicht, buig mijn hoofd naar beneden en maak mijzelf zo klein mogelijk, de bestuurder is mijn schild voor de storm.
Aangekomen, bedanken we de bestuurder voor het ons veilig thuisbrengen. Een baan vol onzekerheid van inkomen en met een hoog risico, maar oh zo belangrijk. Zonder hen stonden we misschien nog steeds te wachten op een bus die nooit kwam.
Lees ook:
- Missieproject Oeganda (nieuwsbrieven 1 en 2).
- Palmzondag in Oeganda (nieuwsbrief 3).
- Home Sweet Home - Missieproject Oeganda (nieuwsbrief 4).







