Staatsieportret-kardinaal-Eijk-2-l-465x300

Boodschap Veertigdagentijd: ‘Hoop doet eeuwig leven’

Kardinaal Eijk heeft een boodschap gepubliceerd voor de Veertigdagentijd die Aswoensdag (14 februari) begint. In zijn Vastenboodschap getiteld ‘Hoop doet eeuwig leven’ sluit hij aan bij de SIRE campagne ‘Hoop doet leven’, die mensen aanmoedigt hun lichtpuntje te vinden. “Wij christenen hebben daarnaast een gezamenlijk en blijvend Lichtpunt waarop we onze hoop richten: Christus. Hij zegt immers Zelf: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten’ (Joh. 8,12),” aldus kardinaal Eijk.

Voor christenen geldt: hoop doet eeuwig leven, zo schrijft de aartsbisschop van Utrecht. “Want op Christus hebben wij onze hoop gevestigd en Hij is het die ons de weg wijst naar het eeuwig leven.” De Veertigdagentijd is een periode van onthouding, van inkeer, van verstilling. Kardinaal Eijk: “Gedurende deze veertig dagen kunnen we biddend onze hoop voeden. We bereiden ons voor op het Hoogfeest van Pasen, wanneer we vieren dat Christus de dood heeft overwonnen en ons daarmee is voorgegaan naar het huis van de Heer. Wij kunnen ons laten aanraken door Zijn licht – ook voor ons is de weg naar een nieuw en eeuwig leven mogelijk geworden.”

Dit hoopvolle christelijke perspectief van het eeuwig heil verdwijnt steeds meer uit de huidige geseculariseerde samenleving, zo signaleert kardinaal Eijk in zijn Vastenbrief. “Dat is misschien ook wel één van de verklaringen voor de zwaarmoedigheid van onze maatschappij: de troost die het geloof kan bieden, is bij velen onbekend; levensgeluk is tegenwoordig louter een individuele aangelegenheid geworden. Geluk is een kwestie van ‘nu of nooit’ want na de dood is er niets, zo is de overtuiging van menigeen. Wij christenen mogen echter vertrouwen op de woorden van Christus in het Evangelie van de derde zondag van de Veertigdagentijd, als Hij zegt dat Hij de tempel – Hij doelt op Zijn lichaam – in drie dagen zal doen herrijzen. ‘Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden, herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en geloofden in de Schrift en in het woord dat Jezus gesproken had’ (Joh. 2,22).”

Zijn christenen dan immuun voor het ongeluk? Uiteraard niet, zo benadrukt kardinaal Eijk. “Je hoeft maar op bedevaart naar Lourdes te gaan om te zien hoeveel lijden ook christenen te verduren kunnen hebben. Maar wij kunnen over ons verdriet in gesprek gaan met de Heer, wij kunnen onze pijn aan de voeten van Maria leggen en haar vragen ons verdriet bij de Heer te brengen. En we hebben de hoop dat er hierna een betere wereld op ons wacht, waar we bij de Heer mogen zijn.”
“Sterker nog: voor ons christenen is het lijden de weg naar de hoop. … Op Goede Vrijdag gedenken en vieren wij Jezus’ kruisdood, waardoor de vergeving mogelijk wordt van onze zonden, van alle wegen die ons van God vervreemden en die we zelf willens en wetens hebben bewandeld, als we daar berouw over hebben. Daardoor kunnen we ons eigen lijden in dat van Jezus laten opgaan en samen met Hem dragen. Jezus’ kruis is voor de christen de diepste reden tot hoop.”

De Vastentijd is een periode van ont-hechten, “van afstand nemen van datgene waaraan we gehecht zijn om ruimte en tijd te maken voor God. Iets dat veel van onze tijd en energie kost en daarmee een sta-in-de-weg kan vormen tussen ons en de Heer is onze mobiele telefoon en dan vooral de sociale media die we daarop gebruiken. Deze kosten niet alleen veel tijd, er zijn steeds meer aanwijzingen dat het veelvuldig gebruik ervan kwalijke effecten heeft,” aldus kardinaal Eijk.
“De Veertigdagentijd leent zich bij uitstek om het gebed te herontdekken dan wel te verdiepen,” aldus kardinaal Eijk. Dat vraagt vaak wel om een aanpassing en het loslaten van sommige gewoontes, om ruimte te kunnen maken voor het gebed. Kardinaal Eijk: “In de Veertigdagentijd kunnen wij de last van de gewoonte afwerpen. Althans, van de slechte gewoonten en deze vervangen door goede, zoals tijd nemen voor gebed en omzien naar de ander. In die zin kan de Veertigdagentijd fungeren als een leerschool, die ook na deze periode blijvende vruchten voortbrengt. Ik wens u van harte een hoopvolle en vruchtbare Veertigdagentijd toe.”

Lees hier de gehele Vastenboodschap van kardinaal Eijk.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.aartsbisdom.nl

Paastriduum 2023

Groet van de aartsbisschop bij het begin van het Paastriduum 2023

Een groet van de aartsbisschop
aan alle gelovigen in het Aartsbisdom Utrecht
bij het begin van het Paastriduum 2023

Utrecht, Witte Donderdag – 6 april 2023

Broeders en zusters in Christus Jezus onze Heer,

Zang en muziek kunnen een bijzonder diepe snaar bij ons raken. Een lied, een melodie, ze geven ons vaak troost, kracht en hoop, hoe moeilijk de situatie waarin we ons bevinden ook mag zijn. Dat is zeker het geval bij het horen van het Stabat Mater, bijvoorbeeld in de bekende versie van Giovanni Pergolesi. Dit Latijnse gedicht uit de Middeleeuwen beschrijft het lijden dat Maria ondergaat, wanneer zij onder het kruis van haar Zoon staat. Het is genoemd naar de beginwoorden ervan: Stabat Mater dolorosa (Stond de Moeder smartelijk). Delen van dit lied worden vaak gezongen tijdens het bidden van de kruisweg.

Tijdens de Veertigdagentijd zijn wij als Kerk met onze Heer Jezus opgegaan naar Jeruzalem, de stad van Zijn lijden, sterven en verrijzen omwille van ons eeuwig heil. Zo is Hij ons voorgegaan naar het Huis van de Vader, waar Hij voor ons een plaats heeft bereid (Joh. 14, 2). Maria heeft haar Zoon los moeten laten, in die zin dat ze Hem Zijn weg heeft moeten laten gaan, die Hij moest gaan als Gezondene van de Vader. Dat heeft voor haar als Zijn moeder een groot lijden betekend. Niet voor niets wordt ze al vele eeuwen Mater Dolorosa (Moeder van Smarten) genoemd. Maria is haar Zoon gevolgd, ja ze deelde volledig in Zijn lijden, tot onder het kruis.

De stervende Jezus aan het kruis heeft Maria via de jongste apostel Johannes, die eveneens onder het kruis bij Hem bleef, ook aan ons als moeder gegeven. Nadat Hij tegen Maria over Johannes, de leerling die Hij liefhad, vlak vóór Zijn sterven had gezegd “Vrouw, zie daar uw zoon” (Joh. 19, 26), zei Hij tegen Johannes: “Zie daar uw moeder” (Joh. 19, 27). Wij allen zijn door Jezus geroepen om Zijn geliefde leerling te zijn. Maria is daarom ook onze moeder en als geen ander na Jezus kent zij het lijden uit eigen ervaring. Daarom kent zij ook ons lijden en dat van allen ter wereld, het lijden naar geest en lichaam. Niet voor niets vinden velen bij haar troost en bemoediging. Dit gebeurt in het bijzonder bij bedevaarten naar Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Hierheen hopen wij met velen uit alle parochies van het Aartsbisdom Utrecht eind april/begin mei te pelgrimeren. Dat zullen we eveneens doen naar Maria, de Troosteres der Bedroefden, in Kevelaer.

Maria volgde haar Zoon naar Jeruzalem. Ze bleef bij Hem onder het kruis. Dit was het pijnlijkste moment in haar leven. Daar werd realiteit wat de oude Simeon zo’n 33 jaar eerder in de tempel van datzelfde Jeruzalem had geprofeteerd, toen zij als jonge moeder samen met Jozef en haar Kind Jezus – 40 dagen oud – daarheen was gegaan om Hem volgens de Wet van Mozes aan God op te dragen: “… en uw ziel zal door een zwaard worden doorboord” (Luc. 2, 35).

Na Jezus’ kruisdood en begrafenis bleef Maria met de leerlingen in Jeruzalem. Ze deelde uiteindelijk in de alles overtreffende vreugde van de verrijzenis van haar Zoon en onze Heer. Ja, ze deelt in Zijn verheerlijking dankzij haar Tenhemelopneming met ziel en lichaam. Maar vooraleer zelf deelachtig te worden aan het Pasen van Jezus, bleef ze eerst in gebed met de leerlingen in Jeruzalem verenigd om de komst van de Heilige Geest, de bron van alle hoop, troost, kracht, liefde en vrede af te wachten.

Pinksteren geldt als het geboortefeest van de Kerk, omdat de leerlingen na het ontvangen van de Heilige Geest de wereld zijn ingegaan om Christus te verkondigen en alle volken tot Zijn leerling te maken. Maria blijft ons als Kerk nabij, zeker ook in onzekere tijden. Zij blijft als hemelse Moeder bij ieder van ons, ook wanneer onze weg een lijdensweg wordt, zoals ze aanwezig was op de via dolorosa van haar Zoon, Zijn kruisweg. Zij bidt voor ons, tot ook wij eens deelachtig mogen worden aan het Pasen van haar Zoon en onze Heer Jezus, om met haar te delen in Zijn hemelse heerlijkheid.

Daartoe wens ik u mede namens de andere leden van de bisdomstaf van harte een Zalig Pasen!

 


+ Willem Jacobus kardinaal Eijk,
aartsbisschop van Utrecht

 

Bekijk hier de PDF versie van de boodschap met fraaie aafbeldingen.

k. Eijk

Vastenbrief kardinaal Eijk: ‘Werp het anker van de ziel uit’

Hij vervolgt: “Het is goed om ons te realiseren dat wie in de Veertigdagentijd innerlijk ‘voor anker gaat’, niet alleen kiest voor een periode van verstilling maar met dat anker ook zijn hoop vestigt. Het anker is immers het christelijke symbool van de hoop en onze hoop is gevestigd op de Heer: ‘De hoop is het veilige en vaste anker van onze ziel. Zij dringt door binnen het heiligdom, waar Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan …’ (Hebr. 6,19-20). Kortom: het ankerpunt van de hoop is niets minder dan de Hemel. Jezus leeft, Hij is waarlijk verrezen: dat is de boodschap van Pasen. En Hij wil ons in de verrijzenis laten delen: deze begint bij het doopsel en vindt zijn voltooiing bij onze verrijzenis op het eind der tijden en bij ons eeuwig leven in Gods Vaderhuis, als wij Hem volgen. Op de Hemel richten we onze hoop. Dat Jezus deze hoop verwezenlijkte door zijn Kruisdood en verrijzenis, vieren we op Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Pasen. Daar leven we vanaf Aswoensdag veertig dagen lang naar toe.”

Kardinaal Eijk roept in zijn boodschap op mensen nabij te zijn, “want in het kielzog van de coronaviruspandemie is een tweede pandemie gaande: de groeiende eenzaamheid. Deze treft zowel ouderen als jongeren. Eenzaamheid doet niet aan leeftijdsdiscriminatie, alle generaties lijden onder het wegvallen van sociale contacten.” Toegenomen schermtijd is geen volwaardige vervanger voor echt contact. Dat geldt ook voor de vieringen die via livestreams zijn te volgen: “Dit is een belangrijk hulpmiddel, maar geen blijvend alternatief. Want hoewel we in gebed tot Christus kunnen naderen, overbrugt Hij de afstand tot ons pas totaal in de Eucharistie die we ontvangen. In de Eucharistie worden we eenvormig met Christus.”

Lees hier de gehele Vastenboodschap van kardinaal Eijk.

* Bron: Aartsbisdom Utrecht
Rembrandt_Harmensz__van_Rijn_023

Pastorale brief bij Jaar van de Eucharistie

In het Aartsbisdom Utrecht start op de Eerste zondag van de Advent (zondag 1 december 2019) een ‘Jaar van de Eucharistie’, dat loopt t/m Christus, Koning van het Heelal (22 november 2020). In de aanloop naar dit jaar heeft kardinaal Eijk een pastorale brief geschreven, getiteld: ‘De Eucharistie (weer) beleven als het kloppend hart van het geloofsleven’. Deze brief is gedateerd op het Hoogfeest van Sacramentsdag (23 juni) en is inmiddels naar alle parochies gestuurd ter verspreiding.

Kardinaal Eijk spreekt in de brief op de eerste plaats zijn grote dankbaarheid uit voor het gegeven dat “in de parochies van het Aartsbisdom Utrecht velen – priesters, diakens, pastoraal werkers en anderen, onder wie veel vrijwilligers – met geloof, liefde en toewijding zorgen dat op tal van plaatsen de Eucharistie gevierd kan worden.”

Hij benadrukt dat “de deelname aan de Eucharistie in geloof en overgave het meest intensieve sacramentele Godscontact tot stand brengt dat er in deze wereld bestaat. Het valt daarom te betreuren dat veel katholieken daar niet van doordrongen zijn en slechts circa 4 à 5 procent van hen deelneemt aan de Eucharistievieringen in onze kerken, op zondag, die we de ‘Dag des Heren’ noemen, omdat dit de dag is waarop de Heer uit de dood is verrezen.” Met het doel “om ons allen te doordringen van deze betekenis van de Eucharistie, waarin we heel het paasmysterie vieren, dat wil zeggen Jezus ontmoeten in zijn lijden, sterven en verrijzen, roept het Aartsbisdom Utrecht in de pastorale brief die nu voor u ligt, een Jaar van de Eucharistie uit,” zo licht kardinaal Eijk de reden voor dit bijzondere jaar toe.

De brief telt twee hoofdstukken. In het eerste wordt belicht wat de essentie van het sacrament van de Eucharistie is en welke plaats het inneemt in de navolging van Christus. In het tweede hoofdstuk noemt de kardinaal concrete elementen die eraan kunnen bijdragen dat de Eucharistie (weer) als het kloppend hart van het katholieke geloof wordt beleefd. Ten eerste de opening en afsluiting van het Jaar van de Eucharistie in het eucharistisch centrum, met een Mis voor de hele parochie. Als beeldmerk voor het Jaar van de Eucharistie is gekozen het schilderij ‘De Emmaüsgangers’ van Rembrandt van Rijn. “Dit beeld van de Emmaüsgangers zal op banieren en andere uitingen van het Jaar van de Eucharistie te zien zijn, hopelijk in al onze kerken en op andere plaatsen,” aldus kardinaal Eijk. Ten derde is er een hymne gekozen, het lied ‘Gij zelf zijt, Heer’. Dit lied bezingt Christus als het levende Brood. Ten vierde zal het aartsbisdom een speciaal gebed aanreiken om gezamenlijk of persoonlijk te kunnen bidden, om het Jaar van de Eucharistie aan God op te dragen. Ook zal er een gebed komen dat dient om – op voorspraak van mgr. Alphons Ariëns – te bidden om roepingen tot het priesterschap. Tevens wijst kardinaal Eijk op het belang van Eucharistische aanbidding. Catechese over de Eucharistie is een zesde element, daarnaast staan in de brief nog andere mogelijkheden.

De brief kan worden gedownload via: www.aartsbisdom.nl/wp-content/uploads/2019/06/Pastorale-brief-b.g.v.-het-Jaar-van-de-Eucharistie.pdf.

Daarnaast is er (zolang de voorraad strekt) de mogelijkheid gedrukte exemplaren te bestellen via www.aartsbisdom.nl/webwinkel.

4f5ee207-da56-4eb2-bc8b-398060406ae5

De muzikale roeping van Paul Houdijk

Organist en musicoloog Paul Houdijk vierde op 24 november jl. zijn veertigjarig jubileum als kerkorganist van de Sinte Catharinakathedraal. Tijdens de zaterdagavondmis, gemiddeld eens per maand op zondag bij de gregoriaanse mis,  en bij de hoogfeesten op doordeweekse dagen bespeelt hij het Maarschalkerweerdorgel. Nu viel dat jubileum ook nog eens samen met de uitgave van zijn derde album: L’organist Romantique. Reden genoeg voor katholiekutrecht.nl om eens met Paul te praten over zijn liefde voor de kerk, het instrument en zijn prachtige muziek.

Paul komt zijn hele leven al in de kerk en hij wist al vrij vroeg dat hij later orgel wilde spelen. Als kind speelde hij al blokfluit. ‘Daar kwam later de piano bij’ vertelt Paul, ‘dus dan heb je al iets van toetsen in combinatie met fluiten’ lacht hij vrolijk. Het klinkt alsof Paul muziek er met de paplepel in kreeg, komt hij uit muzikale familie? ‘Nou, vooral mijn moeder … En mijn opa, die kon alle Beethoven sonates op de piano spelen en dat terwijl hij banketbakker was. In die tijd had je dat veel meer dan nu.’ De combinatie van muziek en geloof heeft voor Paul altijd een extra dimensie gehad. ‘Ik ben altijd al gelovig geweest en muziek die daar eer aan deed sprak me daarom natuurlijk heel erg aan.’ Paul speelde voor het eerst in de Sinte Catharinakathedraal toen hij nog aan het conservatorium studeerde. ‘Dat was halverwege de jaren ’70’ vertelt hij, ‘ze zochten een organist voor de zaterdagavondmissen en toen ze mij vroegen vertelde ze dat ik helaas wel op een ‘rotorgel’ moest spelen.’ Maar toen Paul achter dat ‘rotorgel’ aanschoof, had hij meteen door dat het weldegelijk een heel goed orgel was.

‘Vroeger zag deze kathedraal er van binnen net zo uit als de Willibrordus’ vertelt Paul terwijl hij het schip van de Catharina in gebaard, ‘dat was allemaal neogotiek uit de periode van de katholieke emancipatie. De katholieken hadden toen de Catharina teruggekregen van koning Willem II. Echter in de jaren ’60 van de twintigste eeuw moest dat er allemaal weer uit.’ Er ontstond in die periode een gedachtegoed dat grote gevolgen had voor het kerkinterieur. ‘De monnikenbanken hier zijn eigenlijk gescalpeerd, want die hadden hele grote rugstukken die tot boven je hoofd gingen en dat hebben ze er ten allemaal afgezaagd.’ Alles wat de neogotische sfeer van de katholieke emancipatie ademde moest verdwijnen en zo eindigde bijvoorbeeld ook de preekstoel in stukken gehakt in de tuin van de pastorie. Het verhaal van Paul klinkt bijna als een tweede beeldenstorm. ‘Dat was het in feite ook’ beaamt hij, ‘het was ook een tijd waarin men hele andere kerkmuziek wilde. Dat betekende dat het oude koor dat hier zong, Gregorius Magnus, naar huis werd gestuurd.’ Daar kwam het nieuwe Kathedrale Koor Utrecht voor in de plaats en overeenkomstig de ideeën van die tijd oriënteerde dat koor zich vooral op de volkszang, de oude muziek en muziek uit de twintigste eeuw. De religieuze muziek van de negentiende eeuw had toen minder prioriteit.  ‘Dat is nu allemaal wat ruimer geworden hoor, maar in die tijd was het wel een beetje een ideologie’ legt Paul uit. Binnen die ideologie vond men ook het Maarschalkerweerdorgel niet meer passen, en zo viel het instrument in ongenade. Na de grote verbouwing van de kerk in de jaren ’60 wilde men dus een heel ander soort orgel. Maar daar was geen geld meer voor, en dat bleek de redding van het orgel. Uit geldgebrek hebben ze het orgel maar laten staan.

Toen Paul voor het eerst achter het Maarschalkerweerdorgel plaats nam, kwam hij er al snel achter dat het eigenlijk een prachtig instrument is. ‘Dit orgeltype was oorspronkelijk bedoelt voor begeleiding van het Gregoriaans en de uitgeschreven orgelpartijen van missen voor koor en orgel. Daarnaast had en heeft het nog een andere functie: met passende orgelmuziek en improvisatie moe(s)t het de kerkgangers verheffen om ze in aanraking met het bovennatuurlijke te brengen. Dat is een functie die het orgel typisch in de katholieke kerk had, en eigenlijk nog steeds heeft of in ieder geval zou moeten hebben.’ Tegenwoordig is het Maaschalkerweerdorgel weer helemaal gerehabiliteerd en is er een hernieuwde belangstelling voor de muziek waar het orgel ooit voor bedoeld was. Hoe verklaart Paul dat? ‘Nou, in de geschiedenis komen dingen vaak terug. In de late romantiek was het orgelspel allemaal wat warmer en milder van klank en daar is in deze tijd ook weer meer behoefte aan. Bovendien zijn orgelhistorische kennis en inzicht enorm toegenomen.’ Dat de muziek uitdrukking geeft aan de geloofservaring stond ook in een prachtige brief die hij ter gelegenheid van zijn jubileum heeft gekregen van kardinaal Eijk, de hulpbisschoppen, en de econoom van het aartsbisdom. Bovendien werd Paul op 24 november j.l.  onderscheiden met de Willibrordplaquette, vanwege zijn verdiensten als organist voor de kathedraal.

Het is Paul echter niet altijd voor de wind gegaan, zo werd hij op een gegeven moment gediagnostiseerd met de oogziekte retinitis pigmentosa. ‘Dat is een degeneratieproces in het netvlies waarbij staafjes en kegeltjes verdwijnen’ legt hij uit. Zo verloor Paul langzaamaan zijn zicht. Heeft dat hem gehinderd in zijn werk als organist? ‘Ja, vroeger kon ik nog noten lezen, maar nu moet ik alles uit mijn hoofd leren en dat is een zware klus. Kijk, een concert van een uurtje is wat anders, maar zaterdag heb ik een hele mis plus daarna nog een klein concert. Nou, dan is het wel een hele zit als je alles uit je hoofd moet doen.’ Volgens Paul is er echter geen gradueel, maar een wezenlijk verschil tussen heel moeilijk en onmogelijk. ‘Zolang het nog zeer moeilijk is sta ik te juichen’ zegt hij vastberaden ‘-zo moet je het zien.’ Uit alles blijkt dat Paul het leven als kerkorganist als een roeping ziet, maar ervaart hij dat ook zo? ‘Eigenlijk wel’ beaamt hij, ‘het is natuurlijk een beroep, maar het voelt uiteindelijk als een roeping. Het is net alsof ik niet zelf heb bedacht dat ik dat moest worden.’ Net als het Maarschalkerweerdorgel het beste klinkt wanneer er  de muziek op wordt vertolkt waar het voor ontworpen is, zo doet een mens het ook het best in het leven wanneer hij de roeping leeft die hij van God gekregen heeft. Uit alles blijkt Paul een gelukkig mens die dankbaar is voor zijn roeping als kerkorganist. In maart viert hij zijn 66ste verjaardag en dan zal ook zijn pensioen dichterbij komen. Wat Paul betreft is daarmee zijn orgelspel echter nog niet afgelopen. ‘Ik zou dan graag nog steeds iets willen betekenen voor de parochies als vrijwilliger – dat werkt zo voor mij, juist omdat het een roeping is’.

Pauls nieuwe CD, L’organiste Romantique, is inmiddels te koop, ook in de kathedraal, bijvoorbeeld tijdens de donderdag-of zaterdagkerkopenstelling. ‘Het is mijn derde album en ik ben er heel erg dankbaar voor dat ik dat nog heb kunnen doen. Een drieluik was altijd al een beetje mijn plan. Het is een mooi getal, drie, ook in de drie-eenheidsgedachte’, hoewel  hij een vierde album in de toekomst niet helemaal uitsluit. Op het moment is Paul echter vooral met een ander project bezig: ‘in het verleden heb ik al het nodige geschreven over Maarschalkerweerd en zijn tijd, en dit orgel in het bijzonder. Nu ben ik bezig met het schrijven van een boek over dit onderwerp. Daarover ging vroeger ook al mijn doctoraalscriptie en die ben ik nu dus verder aan het uitwerken. Het zou een proefschrift kunnen worden, maar het zou ook gewoon een boek kunnen worden. Het is een hele interessante tijd, de periode van de katholieke emancipatie, en alle dingen die daar bijkwamen, de kerkmuziek, de architectuur en de orgelbouw zelf.’

Meer informatie over Paul Houdijk, het Maarschalkerweerdorgel en zijn muziek kunt u vinden op www.paulhoudijk.nl

Tekst en foto’s: Erik Hendrix

Doordeweekse Vieringen

Maandag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
12.00 uur Augustinus
19.00 uur Catharina
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel
Barbarabegraafplaats
Dinsdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Rafaëlkerk
09.30 uur Dominicus – wereldwake
12.00 uur Augustinus
19.00 uur Catharina
Woensdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
12.00 uur Augustinus
19.00 uur Catharina
1e woensdag van de maand: Rozenkrans om
19.00 uur in de Johannes-Bernardus.
Donderdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Rafael
12.00 uur Augustinus
Vrijdag
08.00 uur Aloysius
08.00 uur Klooster Cenakel
09.00 uur Wederkomst des Heren
ochtendgebed
10:00 uur: Dominicus
12.00 uur Augustinus
18.00 uur Rafael: Ambrosiaanse vesper
19.00 uur Catharina
1e en 3e vrijdag van de maand:
10:00 uur: San’Egidio, Augustinuskerk.
Zaterdag
08.00 uur Klooster Cenakel
12.00 uur Augustinus

 

Algemeen Contact

Adressen van de kerken

Aloysiuskerk
Adriaen van Ostadelaan 2

Sint Antoniuskerk
Kanaalstraat 198

Sint Augustinuskerk
Oudegracht 69

Sint Catharinakathedraal
Lange Nieuwstraat 36

Sint Dominicuskerk
Palestrinastraat 1

Johannes-Bernardus
Oranje Nassaulaan 2

Nicolaas-Monica-Jacobus (NMJ)
Boerhaaveplein 199

Sint Pauluskerk
Willem de Zwijgerplantsoen 19

Rafaëlkerk
Lichtenberchdreef 4

Wederkomst des Heren / “Buurthuis Bij Bosshardt”
Marco Pololaan 10

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaan van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag, Dinsdag & Donderdag: 10.00 – 15.30 uurVrijdag: 09.00 – 12.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl