S1160052

Laatste Sprokkelhout

Met de zusters Dominicanessen te Ankawa/Erbil kom ik altijd op het directe niveau van de gezinnen, zij werken op scholen en maken daar mee hoe het verder gaat, ontwikkelt, stokt, aarzelt. Een groot deel van de ontheemden is terug naar de dorpen en stadjes waar ze vandaan kwamen. Augustus zag ik hoe ISIS die heeft achtergelaten: eigenlijk niet om te wonen, tenzij je in een ruïne of een zwart geblakerd huis kunt wonen. Ze doen het, en ze werken hard aan het opknappen. Het is zichtbaar dat Caracosh relatief veel hulp krijgt. Zr. Nibras zegt bijna bitter: „Alsof het de hoofdstad van het christendom is!” Haar familie zit in die dorpen waar niemand komt of nog niet kan komen. Zij wil dat ik daarheen ga, niet naar Caracosh. Maar ja, de tijd is me niet gegeven.

En dan zijn er ook degenen, die hun kinderen nog hier in Erbil en Ankawa op school hebben. Die ook liever hier blijven, een redelijk onderkomen hebben gevonden; geen energie hebben om in hun dorp van oorsprong bij nul te beginnen, daar waar relatief weinig hulp is.

Langzaamaan gaan hier wat scholen dicht die speciaal voor de Arabischtalige IDP’s (Iraakse Inlandse Vluchtelingen) waren opgezet, en dan moeten de ouders toch besluiten wat nu… Voor hen die geen eigen huis hadden, of dat huis in puin vonden, of té beschadigd om er nog wat van te maken, of in die dorpen horen die direct naast loopgraven liggen – voor al die families is de grote onzekerheid aangebroken. Wat te doen? En welk besluit zal het goede blijken? Hoeveel wil je gokken als je kleine kinderen hebt? Veel onzekerheid. Het is inmiddels merkbaar aan afnemende concentratie, ook bij de kinderen. Aldus zr. Bath. Verantwoordelijke voor twee kleuterscholen!

In Sulaymaniyah in het klooster maak ik vooral een plek mee waar christenen en moslims vanzelfsprekend mengen, en alle denkbare en ondenkbare groepen die verder nog bestaan in deze regio. Buiten de poort kom ik zelden. Het is dagelijks een komen en gaan van vele mensen, voor lessen, voor andere happenings. Waar zinvol/mogelijk doe ik mee in het huishouden. En ik hoor achterzijden van het nieuws. Dat huishouden is hier feitelijk een ramp, het klooster moet zijn formule van gastvrijheid gaan herzien om het leefbaar te houden. Ze vragen aan niemand geld, betalen wel de leraren, en wat gratis is heeft geen waarde. Daar ga je zeker niet helpen schoonmaken. Het vergt ook een een goede coördinatie, naast het charisma om mensen het gevoel te gaan geven dat het hun huis is, dus gezamenlijk ook leuk gehouden moet worden. Pater Jens is vertrokken naar Europa, Pater Jacques neemt de kans om diens kantoor uit te mesten, en samen filosoferen we over die materiële kant van de toekomst… Een beetje help ik mee uitmesten, maar ik wil mijn eigen werk wel af hebben voordat ik morgen op het vliegtuig stap: 25 reisuren tegemoet.

In Kirkuk dient de wereld zich (voor mij) het meest gevarieerd aan, inmiddels word ik overal naar toe gesleept. Feitelijk wordt daar mijn agenda bepaald, daar wordt het best begrepen hoe ik inzetbaar ben, daar is de informatie het meest gevarieerd. Aan tafel hoorde ik bisschop Mirkis tegen iemand anders zeggen dat hij mij had meegenomen naar het condoleance-bezoek, zodat door mijn aanwezigheid in de mannelijke bezoekersgroep ook de vrouwen zich zouden kunnen laten zien en hij de weduwe persoonlijk kon toespreken en bemoedigen. Nu begrijp ik waarom ik mee moest en aan zijn rechterzijde zitting nemen.

Met name in deze nieuwe verkenningsreis, overal alles anders terwijl het „gewone leven” ook gewoon doorgaat, iedereen aan het inschatten hoe de nabije toekomst zal zijn, in deze reis wordt het multikarakter van Kirkuk zeer ervaarbaar, op vele wijzen. Oude traditie, eeuwenoud vier hoofdgroepen die redelijk goed samenleven. Karam, bisschoppelijk chauffeur, meldt me dat hij vier talen spreekt: Assyrian, Koerdisch, Turkmeens en Arabisch; zoals iedereen die in Kirkuk is geboren en getogen. Sinds een eeuw, sinds hier de eerste en grootste olievoorraad in die zandbak Midden Oosten werd ontdekt, Engeland en Frankrijk dwars door een Eerste Wereldoorlog heen hier hun strepen trokken aan de biertafel en zo Koerdistan in vieren deelden, sindsdien komt hier de hele wereld aanwaaien in alle gestalten: van gastarbeider tot veroveraar. Allen willen een stukje van de taart en sommigen willen de hele taart. Dat geeft soms veldslagen. Investeerders om deze oliestad zo glansrijk te maken als zeg Dubai, die gaan dus liever naar Dubai. Veiliger. Kirkuk is politiek-economisch gesproken onrust. Daar is olie dus niemand hoeft te helpen; daar is olie dus iedereen staat er te dringen; dat kan in iedereen het slechtste bovenhalen op den duur. Zoals besmuikte jaloezie waarmee alle waarneming vertekend wordt. Dat heb ik ondervonden met de Diocesane Raad.

Er kwam hier bij de bisschop een Franse groep langs, mesopatamiaheritage. Ze hebben een website onder die naam (.org) en verzamelen digitaal alle culturele geschiedenis van christenen en Yezidi in dit gebied, omdat die twee groepen zeer zwak gemaakt zijn, en hulp gebruiken kunnen bij het veiligstellen van het culturele erfgoed, van belang voor de eigen identiteitsbeleving. Een aanbod vanuit die groep, na bezoeken van enkelen hier. Een redelijke groep Fransen is vrij trouw aan Irak, zij kennen hun historische relatie met Irak.

Een bijzonder verhaal van het laatste studentenhuis voor mannen dat hier in Kirkuk is: er was een oude man, keelkanker, geopereerd, maar ging duidelijk dood. Had geen familie. De studenten wilden hem wel in huis hebben om samen voor hem te zorgen. Daar is hij uiteindelijk gestorven. Een kleine groep van de kathedrale parochie: ‚Mission for live’ organiseerde dat. Juist in het contrast met die olieslurpers komt ook het beste boven in een gemeenschap.

Politieke inschattingen:

Met minder spanning dan voor het Koerdische Referendum wacht men nu af wat de verkiezingen in mei gaan brengen. Dat zijn kamerbreed de reacties als ik naar toekomst vraag. Waar ik doorvraag, is meer of minder aarzelend de toon, dat men hoop heeft dat het beter gaat worden; er gloort hoop in Irak. Maar fluister dat, voordat het je ontglipt. Eerder gaf ik het aan, er wordt aan alle zijden gewerkt om de streek van groen te voorzien. Dat gebeurde zelfs in Caracosh. En ja, er is meer stabiliteit, zegt ook Sami, moslimKoerd in Sulaymaniyah. Ook al ziet Koerdistan er ineens behoorlijk gemilitariseerd uit, ik tref weinig mensen die vrezen dat de volgende veldslag in aantocht is. Als boventoon heerst (bij niet Koerden) de opluchting dat het in oktober niet tot een echte veldslag kwam. „Nauwelijks geschoten, Kirkuk ging in twee uur over in andere handen.”

Mogelijk schatten veel Koerden het anders in, die likken hun wonden. Het is in Iraaks Koerdistan moeilijker gewordend dan het was. In Kirkuk hoor ik iedereen zeggen dat alles nu een stuk beter georganiseerd is dan „onder de Koerden”, die ook maar heel informeel de baas waren. Nu zijn er wetten, soms lastige, dat wel, maar je weet in ieder geval wat kan en wat niet. Zo kun je wel grond kopen, maar grond verkopen is bijzonder lastig. Pech voor de bisschop: het bisdom blijkt veel lapjes ongebruikte grond te hebben, historisch ontstaan; daarin was hij aan het saneren. Waar zinvol wordt er nu iets gebouwd om geld te genereren, zoals een markthalletje van vier etages, om te verhuren. Andere lapjes grond kan hij niet kwijt door die wet.

Er lijkt veel overeenstemming over, dat zowel regering en parlement in Bagdad als in Erbil sterk onder invloed zijn gekomen van corrupte krachten. Men is benieuwd of volk een beetje gaat kiezen op de goede kandidaten, die (nog) buiten het circuit van corruptie staan. Tegelijk meen ik ook te begrijpen, dat clanvorming meer aan de orde is dan pakweg vijftien (2003) of zevenentwintig jaar (1991) geleden, omdat overleven in dit land de mensenterugwierp op de grote familierelaties. De politici die geheel los van die clan-invloed kunnen opereren moeten meen ik nog worden uitgevonden. Familiebanden maken de kandidaat, meer dan de partij. Het systeem laat dan wel op kandidaten stemmen, je hebt daarmee de clan in huis. Het kan ook de partij zijn waardoor de politicus wordt bestuurd of verlamd. Hoezeer clan en partij elkaar overlappen weet ik niet. Vaak wel.

Het verhaal gaat, dat ex-president Maliki (die met de Koerdische Barzani samen ISIS naar Mosul haalde) anderhalf miljoen dollar aan verkiezingen investeerde. Hij doet dus ook een gooi naar de macht. Bisschop Mirkis meent dat Barzani en Maliki niet voor een tribunaal te brengen zijn, omdat er te velen hebben meegewerkt in 2014. En we constateren, dat het voor hulporganisaties ook lastig uitleggen is dat je een land helpt opbouwen, als dit soort gelden worden vergooit aan te dwaze verkiezingen. Werd voor dat soort vertoning Irak platgebombardeerd in 2003?

De corruptie, daar had ik het over. Speelt een grote rol op politiek niveau, en men hoopt dat dat langzaamaan toch weer kan worden teruggedrongen. Vraag is natuurlijk, hoeveel corruptheid nog kan door druppelen naar lagere niveaus, voordat zorgzame mensen weer vat gaan krijgen op de totale overheidsstructuur. Op gewoon leefniveau hoor ik weinig van corruptie. Wel problemen erdoor, met name in Koerdistan, waar de salarissen te weinig worden uitbetaald. Nu is Koerdistan ook wel stevig geld kwijt aan de al jaren durende opvang van miljoenen vluchtelingen. Waaraan, zoals eerder gemeld, de Westerse regeringen minder bijdragen dan ooit beloofd… Lokaal kan dat allicht tot corruptie leiden…

Juist de economische relatie Bagdad-Erbil is complex, spannender dan de militaire die een gewapende stilstand is. In zijn door VN-besluit in 1991 verkregen autonome fase bleef Koerdistan buiten de scherpe boycot; kreeg daardoor toen al toeloop vanuit het zuiden; maar geen buitenlandse investeerders omdat toekomst vaag was; ging 2003 geweldig boomen door het einde van de boycot en Amerikanen in het land, kreeg daarmee ook Koerdische toeloop uit buurlanden, torens groeiden naar de hemel. Koerdistan ging overmoedig zelf olie verkopen, waarop Bagdad wat geldkranen dichtdraaide (de grootste oliemaatschappij is nationaal) , maar het boomen ging door dankzij buitenlandse investeerders. 2014 zette ISIS (via Barzani en Maliki!) plotseling een rem op alles, boomen gestopt, investeerders weg, vluchtelingen en IDP’s toegestroomd… Koerdisch Referendum om onafhankelijkheid betekende bij Arabieren vrees voor een nieuwe oorlog, bij Koerden hoop op een eigen Koerdische staat.

Nu is Koerdistan feitelijk weer Irak, Bagdad heeft een forse stem in de geldverdeling… Koerden op stadsniveau gunnen ook niet perse elkaar de winst (naar goed neoliberaal gebruik concurreren, een slechte basis voor opbouw in dit soort situatie)… Buitenlandse investeerders hebben het vertrouwen verloren. Hoe lang gaat het duren om dat ‚investeringsklimaat’ te herstellen? Is het daarom, dat in gangbaar Europees nieuws Irak van de kaart lijkt geveegd? Er hooguit over bericht wordt als een enkele „christelijke” groepering in Europa pleit voor een zelfstandige christelijke staat zuidelijk van Mosul? Wat pleiten is voor uiteenvallen van een staat met vier buurlanden die onmiddellijk zouden binnenstormen. Irak kan dus maar beter Irak blijven. Boomen in Koerdistan is voorbij, maar er is wel meer stabiliteit dan sinds 1980 werd ervaren.

Intussen krijgt Mosul nauwelijks hulp. Een stad van 2 miljoen inwoners indertijd, grotendeels in puin. Ik signaleerde al de strijd Koerdistan-Bagdad op het niveau van regeringsbegroting, naar informatie van Abuna Kais. Daarin wil ik iets aanvullen: Al Abadi lijkt meer nog dan me gemeld was beperkt te worden door zeg maar zijn clan: er wordt weinig extra geld uitgetrokken voor Noord Irak: niet om Koerdistan te helpen met de vluchtelingen, niet om Mosul te helpen opbouwen. In welke mate daarin de factor „niet gunnen” speelt, moeten we gissen: „wij dit niet dan jullie dat niet”.

Wat van dit alles na de verkiezingen mogelijk gaat veranderen, daarover wil niemand speculeren.

Inmiddels vallen veel particuliere hulpbronnen uit buitenlanden droog omdat men meent dat met het verdrijven van ISIS alle problemen voorbij zijn. Er zijn vooral kleinere NGO’s die volhouden, en er zijn de Christian Peacemaker Teams.

Er zijn ook tien Nederlandse hulporganisaties, verenigd door onze staat, om noodhulp te bieden: levens redden, voedsel uitdelen, noodzakelijke medische zorg bieden. Aan betalende Nederlanders melden hoeveel personen ze precies bereikten met verband en bonen en rijst. Er is een ingang gevonden om over steun aan de Yezidi na te denken!

Gewapende stilstand in dit noorden. Stilstand, en die heeft uiteindelijk nu vooral een economisch gezicht; de militaire controles langs de weg zijn minder indrukwekkend dan stagnerende opbouw of stagnerende economie op salarisniveau. Erbil en Sulaymaniyah zien er nog boomend uit. Het is de rijkdom die van 2003 tot 2014 werd opgebouwd, met name in winkelstraten en koopcentra nogal breed uitgehangen. In augustus hoorde ik dat in Koerdistan de overheid maar mondjesmaat salarissen uitkeert, in een van de demonstraties daartegen liep de auto die mij vervoerde vast. Onlangs constateerde ik samen met Pater Jens, dat je bijna beter als Syrisch vluchteling in Koerdistan kunt zijn dan als Koerd daar wonen. De Koerden hebben (doorgaans) hun huis, maar nauwelijks uitbetaling voor het dagelijkse leven. De vluchtelingen zitten in kampen, maar krijgen wel eten uitgereikt. Wraaknemend Bagdad helpt dan niet helemaal, vliegvelden blokkeren ook niet.

Zoals ik duidelijk merkte bij de Diocesane Raad, is de gedachte bij Kirkuks Arabieren en Assyriërs dat die Koerden daar in Sulaymaniyah in het Walhalla leven. Nadere informatie maakt helder, dat het boomen in 2014 met dank aan ISIS stopte en nog helemaal niet is hervat; wat wel werd beweerd. Vraag is of de torens in aanbouw ooit zullen worden afgebouwd…

Irak gaat niet uiteenvallen langs etnische of religieuze lijnen. Dat ligt volgens mij niet in de aard van dit land. Daarvoor leeft er op teveel plekken al gemend, daarvoor werd er te vaak in crisistijd samen overleefd. Wat de saamhorigheid danig zou kunnen gaan verstoren lijkt me het economische circus. Corruptie op hoog niveau; diepste ontreddering op volksniveau; steden die rijk lijken maar het niet meer zijn; scherpe ongelijkheid in wederopbouw tussen diverse platgewalste dorpen;  Koerden en Sjiieten die nu staatsgeld moeten verdelen maar in gewapende stilstand leven… dat geheel kan een explosieve cocktail worden als toekomstige politieke leiders daarin geen balans gaan vinden. De verkiezingen zullen iets opleveren dat tijd nodig heeft om tot balans te komen… als dat er al inzit.

Irak moet het hebben van lokale wijsheid, zag ik al in 2003. Een dinkytoy bisdom dat meer Yezidi helpt dan het aankan; een Chaldeeuwse jongerengroep die een dag lang bakt voor die Yezidi studenten; een bejaardenhuis in aanbouw voor moslims en christenen samen; een klooster waar alles en iedereen rondloopt als in eigen huis; een lagere school met een zuster dominicanes als hoofd en 12 moslima’s als leerkrachten. Zou dat volk niet beter af zijn zonder regering?

Intussen groeien de bomen, vandaag regende het ook nog stevig. En als Iran en Turkije met al hun stuwdammen de Iraakse rivieren helemaal droog gekregen hebben, dan zit er op 1000 meter in de grond nog een belt uitstekend water voor de komende tweehonderd jaar. Dus waarom de moed verliezen? Irak blijft verrassen.

Kloosterkerk/ruïne bij Bazyan, 6de eeuw  ~  Een toegift

Kort voor de controlepost Sulaymaniyah

Langs de weg Kirkuk-Sulaymaniyah, vlak naast een fraaie „stadsmuur” over de weg en de twee aanpalende berghellingen heen, is een ruine van een oude kerk, 6de eeuw. Vanaf mijn eerste bezoek aan Irak word ik daar telkens als er weer gasten zijn heen geleid. Ditmaal werd de hele Diocesane Raad erheen geleid, met uitvoerige toelichtingen van bisschop Yousif Thomas (aanspreekvorm hier), Mirkis (bij ons). Hij is niet enkel leraar in hart en ziel, hij is ook een podiumdier. En bouwmeester, en snelle creatieve planner in noodsituaties: een brandweerman zogezegd.

De ruïne geeft hem het podium, en hij weet nu meer dan vier jaar geleden. Midden 19de eeuw, toen de eerste Europese rijkelingen met dank aan stoomtrein en stoomboot op root avontuur konden gaan, werd door een Franse avontuur al gesignaleerd dat er daar „iets” was. Pas na 1980, vanwege graafwerkzaamheden voor de aanleg van een watersysteem, werd de site opengelegd, direct naast de grote weg. Losse voorwerpen kwamen in het museum van Sulaymaniyah, en deels in Bagdad. Daaronder ook teruggevonden steenhouwwerken als muurversiering. Hier op de „site” is de basisstructuur van het historische bouwwerk blootgelegd, en het laat zoveel toegangen zien, dat er geraadseld werd wat het was. Op dit moment gaat men ervan uit dat het om een Nestoriaanse kloosterkerk ging, die uiteindelijk werd uitgebouwd tot een vesting vanwege langdurige belegering door een vijandige mogendheid.

S1120068

Op weg naar de Yezidi

De weg van de distributieauto naar de Yezidi is tegenwoordig lang. Abudoreit, de man die het transport onder zijn hoede heeft, en die eigenlijk altijd alles onder zijn hoede heeft, ook de bisschop, wil het daarom combineren met familiebezoek. Ik moet mee in zijn auto en kan wel even logeren bij de zusters dominicanessen in Ankawa vindt de bisschop. Zoals ik al ervaren heb, met het Iraakse hoofd achter het stuur, zijn collega naast hem, ik verstopt op de achterbank, bijna onder de bank, gaat het zonder problemen. Niemand wil mijn pas zien. Heb ik daarvoor viermaal een reis gemaakt naar Den Haag om dat stempel te verwerven!

Om 16.00 uur sta ik aan de poort bij de zusters dominicanessen in Ankawa/Erbil. Voor hen een overval, niemand heeft ze gewaarschuwd. Ik ben hier principieel zonder telefoon, afspraken maken is lastig in vreemde talen, en zo vaak hebben anderen plotseling programma voor me, dat ik niets meer zelf wens te regelen. De enkele keer dat ik die afspraak met mezelf vergeet gaat het doorgaans mis.

Eindelijk leven ze hier in dit convent weer met 16 zusters, ongeveer waarvoor het huis was gebouwd. In 2014 waren ze ineens met 60 zusters, allemaal hierheen gevlucht. In de schok van die tijd stierven er binnen zes weken ik vijf zusters. Ik maakte de zesde mee, kort erna nog een zevende… Al zag ik in die decembermaand 2014 de geest van ISIS als het ware wegtrekken uit hun zielen, meer rust in de gemeenschap komen, er was altijd een bepaalde spanning van een te grote groep in een te kleine ruimte; en iedereen lopen rennen om de mensen buiten te helpen. Er is nu een diepe rust weergekeerd, maar ook de onzekerheid is er nog wel. En er is een soort moeheid, de moeheid van een beginnende herstelperiode. Dat althans hopen we.

Niet dat alles voorbij is, integendeel. Hier leven de zusters die uit al die dorpen en stadjes komen rondom Mosul, en dus dicht bij die geschiedenis leven. Zuster Nibras vindt dat ik zou moeten gaan kijken in Telesquf, Bakofa, Batnaya, Telkef. Zeer verwoest. En dat is een nieuw oorlogsverhaal. In oktober heeft het Iraakse leger inderdaad geen schot gelost, aldus Nibras, maar in deze regio, noordelijk van Mosul, hebben de Peshmerga wél geschoten. En ze hebben zich ingegraven, daartoe over een brede linie een diepe loopgraaf gemaakt zodat het Iraaks leger niet verder kon. Daarmee hebben de Peshmerga een deel van de Nineve-vlakte, wat Irak is, bezet. Twee dorpjes helemaal vernield, de mensen kunnen niet terug, leven nu weer in Telesquf als ontheemden. Hier is een gebiedje door Peshmerga bezet die het niet zomaar willen loslaten. Net zoals in Oost Mosul nog ISIS huizen, daarom is de stad te gevaarlijk. Zo klinkt het verhaal vanuit degenen die hun huis kwijt zijn. Politiek gesproken is de aanwezigheid van de Peshmerga wel een andere; ze hielpen ISIS bestrijden, werden zelfs voor dat werk in het niet-Koerdische gebied door Bagdad betaald. Maar goed, dat was allemaal vóór het Referendum. Sindsdien is veel anders geworden, het meeste weet ik nog niet, dat lijkt wel helder.

De zusters dominicanessen hadden in Mosul hun grootste convent, dat is nu geheel weg door bombardementen. Ze zijn vooralsnog niet van plan terug te keren, ze concentreren zich op Caracosh. Mosul hadden ze vanaf 2006 in drie stappen moeten verlaten: eerst de jongeren, toen de ouderen, toen tenslotte allen; dat ging toch om ruim 40 zusters die invoegden in Caracosh. In 2014 waren ze een heel groot convent aan het bouwen, tevens als kloosterbejaardenoord. Dat moest ineens worden achtergelaten toen ISIS kwam. Die bouw zetten ze niet door, is geen geld voor. Aan het andere, door ISIS verwoeste klooster wordt hard gewerkt. Een bezoek aan de stad maakt zichtbaar hoeveel deze zusters verloren. In Caracosh staan wel meer huizen in aanbouw uit 2014. Waar niemand meer aan werkt.

Vrijdagmorgen vroeg gaan we op pad naar Bashiqa. Het werd de rit van elke 10 minuten een militaire controlepost passeren. Het constante recept: Abudorait maakt een grapje, in de buurt gekomen van Bashiqa geeft hij zelfs bij twee posten een pakje zelfgebakken koekjes af.

Bij een Syrisch katholieke kerk stoppen we, op het grasveld staan al enkele honderden studenten te wachten. Het zullen er in de loop van de ochtend 650 worden. Denk ik. Later hoor ik dat er een kleine duizend zijn gepasseerd, ruim 300 meer dan verwacht. De distributie van voedsel voor de diverse groepen is daar niet geheel op berekend. En de distributie van reisgeld voor de universiteit al helemaal niet. Met dank aan een zeer precies registratiesysteem, al maanden werken op deze wijze van maandelijkse distributie, zeker 15 mensen die zorgen dat het geheel zeer geregeld verloopt, komt het toch goed. Niet dat iedereen geld kreeg, dat zat er niet in. Zakje rijst kun je delen met meer mensen. Om 17.00 uur is het laatste reisgeld weggegeven, vellen vol met namen en vingerafdruk – iedereen had studentenpas en bewijs van deelname op de universiteit moeten tonen – en word ik naar een huis gebracht met 16 Yezidi vrouwen die er studeren. De enige die genoeg Engels spreekt om me echt een beetje te informeren, vertelt dat haar man in Dohuk werkt, hun dochtertje van twee jaar bij zijn moeder is, en zij haar dochtertje al twee maanden niet heeft gezien. Jawel, via de telefoon, dat wel. Nog even twee maanden vol houden, dan is het vakantie. Ze moet nog een jaar.

Het huis is niet kapot, het heeft zelfs deuren. Dat is al heel mooi in Bashiqa. Veel deuren zijn door ISIS gesloopt (zelfde recept als Caracosh waar ik in augustus de ellende mocht aanschouwen). In Bashiqa ligt veel meer gewoon helemaal plat, hier schoot Turkije handgranaten af op ISIS en dan hebben de huizen het ook gehad. Veel huiseigenaren, groot deel Yezidi, hebben (nog) geen geld om aan wederopbouw te beginnen. De studenten mogen er zolang in groepen leven, van hieruit is in ieder geval de universiteit van Mosul bereikbaar.

Bisschop Mirkis had al helemaal geregeld in augustus 2017 dat de Yezidi aan de universiteit van Kirkuk zouden mogen verder studeren. Hij vond dat ze nog niet terug konden worden gestuurd. Maar de president van de universiteit Mosul eiste hun terugkeer, anders zouden ze een of meer jaren verliezen. De bisschop besloot wel hen niet aan hun lot over te laten, dus hij laat nu maandelijks eten brengen, en betaalt hun reisgeld naar de universiteit. Meer zit er niet in. In Kirkuk heeft hij op 2 na alle andere huizen afgestoten, en Abudoreit heeft de mensen gevonden die de hele inboedel wel wilden kopen. Eigenaren vergoedden deels de spijkervaste investeringen.

In dit huis in Bashiqa zitten de vrouwen kosteloos, er is één huis waar huur wordt betaald, door studenten die dat kunnen. Twee verdiepingen en binnenplaats en natuurlijk dakterras. Alles ongeverfd beton. Eén Frans toilet, twee voetstappen plus gat in de grond. Eén douche, nu ja, douche…. en eén wasbak voor tanden poetsen. (in brokken hoor ik, dat Mirkis’ zijn mensen de Yezidi naar Caracosh had willen verhuizen, maar de Syrisch Katholieke bisschop van Mosul heeft dat verboden. Géén Yezidi in Caracosh!)

De keuken heeft een aanrechtje met water en butagasvlam, heeft ook een soort metalen tafelmontuur, gammel, maar het draagt alles dat erop staat. Nergens in huis een tafel, kast of stoel. In de slaapkamers liggen 3 of 4 schuimrubbers van 2 cm op de grond, een enkel kussen. Per kamer een haak in de wand, of een staande kapstok, verder de bagage in een koffer.

Als ik kom zit iemand op zo’n matras op de binnenplaats, ik mag daar bij zitten. Op het dakterras lopen studentes te leren (stampen zeg maar), ergens in een hoekje zit er een diep in haar aantekeningen gekeerd.

We eten op de grond, tafelzeil. Dat is hier overigens nog een wijd verbreide gewoonte, zoals ook eten met de handen (met brood pak je wat je verder nog wilt) en samen je bedienen uit dezelfde schaal. In El Salvador werd ik ooit uitgelachen toen ik met een vork kwam aansjouwen…)
De stemming is goed, met vertaalprogramma’s op de telefoons komen we een stief eindje verder in de algemene informatie. Ja, ja, dat Arabisch van mij… ik blijf maar beter in veilige handen.

Die nacht slaap ik in een kamer met drie personen, parterre. In de vroeg ochtend hebben de meesten al ontbeten als ik wakker wordt: in de keuken: thee en brood. Oud brood. Hééél oud brood. Erger ik me wel eens aan het gemak waarmee resten brood weggaan, hier schokt me dat ook zo oud brood nog gegeten wordt. Ze halen voor mij dan speciaal yoghurt, maar die laat ik aan hen. En ik geef de coördinator zichtbaar voor allen toch maar geld als ik vertrek. Het was aangenaam vertoeven, met meer Arabisch wil ik nog eens terugkeren. Samen op de grond zitten verbindt meer dan aan weerszijden van een tafel. We hebben zelfs samen gedanst, op een telefoontje met muziek.

En dit zijn dan de 650 (of duizend?) studenten die bisschop Mirkis kan bereiken. In Sinjar zitten er 244 vast, die vandaar niet naar Mosul kunnen heen en weer reizen. Die wil hij per sé voor het komende studiejaar naar Bashiqa halen, zodat ze niet nog een jaar verliezen. Zoals hij de komende twee maanden dit hier nog gaat betalen al heeft hij het geld niet, omdat anders deze studenten ondanks de inspanningen ook een jaar gaan verliezen.

Mirkis: „Ik zal per sé de Yezidi helpen, minstens die 244. De christenen krijgen hulp genoeg, die hebben mij niet nodig.”

S1160034

De Diocesane Raad op werkbezoek

Vrijdag, begin van het weekend. De Diocesane Raad zover woonachtig in Kirkuk, gaat een dag op werkbezoek in Sulaymaniyah. Natuurlijk ga ik mee, want er zal verder niemand hier in huis zijn. Niemand. De kok gaat het dagje mee, en de Nepalese dame voor de huishouding wordt naar haar „familie” gebracht: in Sulaymaniyah zit een heel nest Nepalezen als gastarbeiders. Ze wil een paar dagen onder elkaar zijn, al heeft ze het heel goed in het bisschopshuis. Eigenlijk heb ik geen tijd, er is film in zes talen bij mij besteld, en ja, dat monteren duurt…

Ik mag om 7.00 uur mee in de bus. Het is de sfeer van een schoolreisje op weg naar Sulaymaniyah. Daar krijgen we Syrisch ontbijt in het klooster Mariam Aladhra, want Jacques Mourad heeft gekookt. Pan tuinbonen voor een leger, uien, knoflook, tomaat, en het heerlijke brood dat ze hier hebben. Hoog tempo, want vervolgens gaan we ook in hoog tempo door alle nieuwbouw en in aanbouw. De Diocesane Raad is een stevige generatie ouder dan de jongeren waarmee ik verleden jaar op pad was. Overigens is de helft vrouw! Maar allen stappen dapper door het in aanbouw zijnde vrouwenhuis, dat het einde van de bouw nadert. Het andere nieuwe huis is inmiddels schoon.

Daarna snel weer in de bus, op naar het Bejaardenhuis in aanbouw. Die aanbouw, dat blijkt wat optimistisch. Het bergje dat het bisdom cadeau kreeg van de stad, dat is voor de helft afgegraven. In het afgegraven deel geeft de krijtstreep aan waar het huis zal zijn. Daarmee is ook de bergtuin helder. Een geweldig project, ontwerp kreeg de bisschop cadeau van een vriend. Nu het geld voor de bouw. Want het is wel een project op een van de nieuwe noden in Irak. Het huis zal onderdak bieden aan moslim en christenen Alzheimerpatiënten, en ouderen die werkelijk alle kinderen in buitenlanden hebben. Dat zijn dan vermoedelijk christenen, want die kinderen komen veel makkelijker naar buitenlanden dan de moslimkinderen. En er komt een kleuterschooltje in, omdat ouderen zo graag naar kinderen kijken. De bisschop meent dat de komende maand de fundering begint.

Dan weer de bus in, komen we bij een kerkhof. Het christelijke kerkhof, en het lijkt nieuw. Dan het verhaal: het ligt op een bergje en is al geruime tijd christelijke begraafplaats, maar wel slecht onderhouden. Het was een plek geworden waar dronkaards zich verzamelden, er gebeurde zelfs een moord. Bisschop Mirkis heeft er een muur omheen laten zetten, met af te sluiten toegang. Poortwachterhuis erbij, pad naar de graven vernieuwd, een kleine kapel. Deze kleine projecten zijn uit te voeren met het zakgeld van het bisdom. Gebeurt gewoon, hebben we het niet over. In de vier jaar van de ontheemden is op goede wijze gebruik gemaakt van de situatie. Zij kregen onderdak en eten. Voor extra zakgeld waren ze inzetbaar bij dit soort projecten; allemaal vakmensen tenslotte in die vluchtelingenkampen. Zolang je met steen bouwt zijn dat hier ook niet de kosten, die stenen slingeren in alle heuvels rond.

Daarna naar de Jozefkerk. Die ik nu eens bij daglicht kon bekijken. En ja, dan heeft bisschop Mirkis wel helemaal gelijk. Zo mooi als die van binnen is (vind ik) zo lelijk is die van buiten. Het had ook een opslagloods kunnen zijn. Door de wijze van „aanvliegen” – de heuvel bestijgen – krijg je daar weinig van mee als je er niet omheen loopt. De toren, die blijft fraai, is ook van verre te zien. Fascinerend als je weet dat die door moslims is ontworpen en gebouwd: een prachtig gestileerd samenspel van kruisen op een ingehouden wijze.

Goed, daar worden we door de nieuwbouw gevoerd achter de kerk: ook terrein dat de kerk al bezat, lag braak. Is een groot gebouw neergezet met woning voor de priester en zijn gezien, appartementje voor de bisschop die vaak langs komt, gastenkamers. Parochiezaal, ruimten voor groepen, en een kleuterschool. Tegen een berghelling waar tuin van gemaakt is. En de achterkant van die berg is dus de CIA-afluisterpost voor de hele grote regio.

Shoppen

Daar krijgen we een middagmaal, het eerste onderdeel dat in een rustig tempo verloopt. Korte vesper daarna in de kerk, en dan gaat de bus terug. Ik mee, want ook Abuna Kais zal weer teruggaan, dus ik zal niet alleen zijn. Maar we gaan nog niet naar huis, nog lange niet.

Eerst moet er worden ingekocht. Shopping. Want we zijn wel in Sulaymaniyah. Daar zijn heel grote moderne winkelcentra, Station Utrecht met aanpalend Hoog Catharijne wordt hier bijna overtroffen. Ik mag met Rayan mee, ik had hier niet op gerekend dus geen geld bij me. Mijn koffie krijg ik cadeau. Turks: drie slokjes en dan ben je bij het drab. Toch 4 dollar. Dat is hier heel veel.

We hebben uitzicht op een van de twee lange bergketens waartussen Sulaymaniyah een dal ligt te wezen. Daartegenaan staan al een paar enorme appartemententorens, er zijn er tevens een aantal in aanbouw. Ook Fadi, de fotograaf, is bij ons. Beiden ken ik van het jongerenkamp verleden jaar. Ik constateer dus hardop, net nog vragend, of daar gebouwd wordt voor de vele Syrische vluchtelingen die hier in de kampen zitten. Ze lachen, nee, dat is te naïf. Hier wordt geboomd. Buitenlandse investeerders komen hier verdienen. Bulgaren, Chinezen, wie maar wil. Wie het betalen kan, koopt hier zijn tweede woning. Zoals Nederlanders dat in Frankrijk hebben, hebben Irakezen dat in Sulaymaniyah. Of in Erbil, hoofdstad van Koerdistaans Irak. Iraniërs ook, het is vlakbij tenslotte. Turken. Hier is een heerlijk klimaat, kan 10 – 15 graden schelen met Bagdad.

Ik vraag naar het winkelcentrum waarin we zitten en het shoppen. Is Kirkuk zoveel kleiner dan Sulaymaniyah, dat hier geshopt moet worden? Het doet me namelijk denken aan de jaren tachtig, als we een vredesconferentie in het westen hadden, dan wensten al die Oost-Europeanen een dagje te kunnen shoppen. Werd ook altijd gepland, behalve bij de theologen.

Goed, dat shoppen. Erbil en Sul. boomen dus weer. Hier wordt stevig geïnvesteerd door de neoliberale wereld. Kirkuk is daarvoor toch te riskant, dus daar wordt niet geïnvesteerd. Dat maakt dat Irak in werelden uiteen valt. En dat schept een situatie die zo schrijnend is als ik ditmaal telkens te zien krijg: de contrasten verscherpen.

Erbil boomt, enorm veel bouwwerk, waar je maar kijkt. Voor die tweede woningen. Een half uur rijden dan begint dat landschap waar oorlog was, waar alles in puin ligt of uitgebrand is. Waar Ik de Yezidi ontmoette, die minimaal leven en minimaal geholpen worden tot op heden.

Op weg naar hoop

En dan zie ik voor het restaurant twee vlaggen naast elkaar wapperen: Iraaks en Koerdisch. Is dit een grap? Zorgt neoliberaal belang uiteindelijk voor vrede? Ze lachen. „Hier wordt verdiend, hier komen veel Arabieren shoppen, dus hier mag je gewoon „shukeran” zeggen, in plaats van het Koerdische „spas”. Beide betekent dank je wel. Ik had voor de koffie tegen de ober Shukeran gezegd, en „o nee, sorry, spas”. Hij had lachend gereageerd: „Very good!”

We gaan politiek, aanvullend op wat ik al wist van Mirkis. In Koerdistan doen ditmaal ook Arabieren mee in de verkiezingen, dat is voor het eerst. Zit ook een verhaal van belangen achter, maar toch… Verdere krijg ik opgediend wat de democratie is die Bus hier heeft gebracht. Ze lachen er ontspannen bij. 325 Parlementszetels heeft Bagdad te vergeven. 240 Partijen vechten om die zetels, en daarvoor is veel materiaal uit de kast gerukt, dat alle straten en grote gebouwen versiert in alle steden en dorpen. 8000 Kandidaten verdringen zich rond die 325 stoelen, dus het gaat een fascinerende stoelendans worden. Niemand weet hoe het zal eindigen. Met minder angst dan in augustus is er eenzelfde soort houding: afwachten hoe de verkiezingen uitvallen, daarna zien we hoe het veder zal gaan. Er is daar in Caracosh wel angst, in dat hele gebied, natuurlijk. Maar hier zelfs bij de mensen uit Kirkuk is er meer een onzeker afwachten. De mogelijkheden om toekomst te maken hangen wel mede af van wie er uiteindelijk op die stoelen komen.

En o ja, er zijn vijf zetels voor christenen gereserveerd. Het parement werkt ook met quota: 20 % voor vrouwen, 5 zetels voor christenen, verdere getallen ken ik niet. Dit om te zorgen dat werkelijk alle groepen die Irak kent wel in dat parlement te horen zijn. In verhoudingen die passen bij het moment. Het verrast me, dit systeem had de DDR ook; er werd zelfs tussen partijen uitgewisseld om samen de quota te halen voor kunstenaars, boeren, vrouwen, christenen, maatschappelijke organisaties etc. („Hebben jullie nog een vrouw? Dan hebben wij nog een boer”.) Bij de verkiezingen kiest men hier in Irak een kandidaat, niet een partij.

Goed, die vijf zetels voor christenen, daarvoor staan 74 christelijke kandidaten te dringen. Ook dat wordt een feest van verrassing.

’s Avonds bij het late avondmaal kom ik er op terug bij Abuna Kais: de jeugd in het bisschopshuis. Hij gaat op een moslimman stemmen, een van de betere politici. „Die vijf zetels van de christenen komen wel rond, daar hoeven we niet op te stemmen; we moeten zorgen dat we ook goede moslims aan het stuur krijgen”. Ook hij heeft het weer even over de wijd verspreide corruptie onder politici, en ik vraag hem naar de oorsprong. In 2004 meldde Mirkis me, dat de Amerikanen de corruptie hadden gebracht. Dat klopt wel, met een wat verdergaande analyse nu van Kais: „De boycot 1991-2003 heeft iedereen zo arm gemaakt, zo aan de rand van het (niet) overleven gebracht, dat bijna iedereen te koop was. Iedereen had geld nodig om de eigen familie in leven te houden. De Amerikanen betaalden voor diensten. Maar ze stuurden ook het hele staatsapparaat naar huis en gingen dat nieuw opbouwen, van laagste ambtenaar (vuilnisman) tot hoogste chef. Dat waren allemaal banen waarmee je je gezin kon redden. En als de baan hoger was, beter betaald, kon je ook nog het gezin van je broer redden. En zo voort. Dat heeft de corruptie in de politieke arena gebracht. En het dreigt nu een cultuur te worden, het is echt de vraag hoe we dat er weer uit krijgen. Het speelt vooral in de politiek: als je zo’n zetel wint, dan heb je geld en invloed en eventueel dus ook echt macht. En er zijn er ook die denken dat dan het staatsgeld hun eigen geld is. Onder die 8000 kandidaten zit vrees ik een meerderheid die voor het geld gaat, om de eigen situatie te verbeteren. Er zit een minderheid die ervoor gaat om de Iraakse situatie te verbeteren. Die minderheid, dat zijn er voldoende voor die zetels, maar de vraag is hoe gekozen gaat worden. Al Abadi, premier van Irak, is relatief goed. Maar ook hij kan zich niet helemaal losmaken uit de dwang van de eigen partij op die zetels  en de verwachtingen daarbij.”

Zo begon Al Abadi een discussie over de gangbare toelagen vanuit Bagdad aan steden. Dat ging naar quota, per persoon gerekend, zonder aanzien des persoons. Allen gelijk behandelen, pietje precies om volgende oorlogen te vermijden. Zoals verzuild Nederland in een gemeente alle scholen hetzelfde betaalde per leerling, uitgaande van de openbare behoefte – een nieuwe rk school kon dan geld overhouden, als de openbare school krakkemikkig was en veel onderhoud behoefde….

Al Abadi is nu aan het strijden om dat te veranderen. Boomend Erbil en Sulaymaniyah heeft echt niet hetzelfde nodig als Mosul dat eruitziet als Rotterdam in 1940. Al Abadi wil voor Mosul veel meer geld dan voor die twee boomende steden. Er zijn Koerdische politici uit boosheid uit het parlement gestapt! Een interessant politiek detail, nu het referendum voorlopig de autonomie van Koerdistan beëindigde.

Als er ooit de laatste veertig jaar hoop was voor Irak, dan is het wel nu. Als ik dat zo stel, wordt het aarzelend maar wel bevestigd. Eerst de verkiezingen afwachten, maar jawel, er is nu meer dan lange tijd kans op toekomst.

Ik geef aan dat ik het zie langs de wegen. Overal worden bomen geplant. En die verleden jaar geplant werden zijn zichtbaar gegroeid. Sulaymaniyah is elk jaar groener. Ook in Caracosh stonden overal in de stoep jonge boompjes. Saddam Hoessein heeft de Koerdische bergen laten kaal scheren, om de Peshmerga te kunnen zien.  Bush heeft met zijn bombardementen vele bomen doen verbranden. ISIS heeft bewust bomen verbrand en huizen. De brede streek rond Mosul is plat, natuur incluis. De boycot had de hele landbouwsector onderuitgehaald.

Het groen komt op. Het wordt aan alle kanten geplant, het groeit aan alle kanten. Er moet water gegeven worden in de droge tijden, maar dan boomt ook dat groen. Het is politiek zowel van gemeenten als van bisschoppen om bomen te planten. De snelheid waarmee dat planten nu gaat, lijkt me meer dan die opschietende torenflats een teken van hoop voor dit land en voor dit volk. Inshalla.

Yosé Höhne-Sparborth

S1160008

Oorlog in een huiskamer

Plotseling vraagt bisschop Mirkis of ik meekom; ja, wel even snel omkleden, want we gaan naar een condoleance. Er is een grote tragedie gebeurd in een Turkmeense moslimfamilie. Een familie met 11 volwassen dochters waarvan er slechts vier gehuwd zijn, de enige zoon/broer huwde niet omdat hij zijn moeder, weduwe, hielp voor haar dochters te zorgen. Het gaat om een arme familie. De zoon had mogen studeren, landbouw. Maar na 12 jaar boycot die de hele landbouw nagenoeg kapotmaakte, daarna Busch en balanceren op afgronden van burgeroorlogen waar men net niet in terecht kwam, daarna ISIS die nog eens veel vernielde, is landbouw weliswaar nu een groeisector, maar die levert nog niet voldoende werkplek; zo’n studie betekent investeren in toekomst, maar die kan nog duren. Dus de zoon, 27 jaar oud, is taxichauffeur geworden.

Irak en haar steden zijn in de roes van verkiezingen volgende maand. Sinds de democratie werd gebracht door Bush kent Irak inmiddels 217 partijen. In Kirkuk leven vier taalgemeenschappen: Arabieren, Armeniërs, Turkmenen en Koerden. Er is spanning tussen de Koerden en Arabieren, maar ze houden het sinds het referendum op gewapende stilstand, zoals ik schreef. Je weet het nooit natuurlijk, ook Erdogan kan zomaar de lont worden. Maar de verwachting is dat Iraaks en Koerdisch leger niet gaan vechten, al is de vrees daarvoor nog niet voorbij. Met een auto door deze streek rijden maakt wel helder dat de stellingen zijn betrokken, met de intentie om ze niet meer zomaar te verlaten. Gewapende stilstand. Dat ziet er vlak bij de ingang van Kirkuk, aan de weg vanaf Erbil als volgt uit: sinds twee jaar een 25 meter hoge Peshmerga van steen langs de weg, om goed aan te geven dat hier de Koerden de dienst uitmaken; dat althans tot dat referendum en daarna veranderde alles. Nu staat die Peshmerga er met een Iraakse vlag in zijn hand. Ook humor kan dit volk redden! De autoritten van de afgelopen dagen namen veel tijd in beslag, en ik moest op veel plekken komen en zien hoe er geleefd werd. Soera! Foto! Film! Verslaglegging was er dus niet bij. Filmmontage tot midden in de nacht, de nachten zijn te kort.

De ritten. Van Sulaymaniyah tot Kirkuk beschreef ik, en dat is kort samen te vatten: drie stevige militaire controleposten, Iraakse inspectie die met aarden wallen en uitkijktorens van alle kanten wordt beschermd, plus een tank. Iraakse gezichten mogen na even stoppen doorrijden, de rit met een Zwitserse pater, „Amerikaans” hoofd net als ik, betekende drie maal lange tijd om onze passen en visa te laten bestuderen.

Toen de rit van Kirkuk naar Ankawa/Erbil, waar ik even bij de zusters Dominicanessen te logeren werd gelegd – o pardon, iemand had vergeten me aan te kondigen -. De gebruikelijke weg is om allerlei redenen van veiligheid niet in gebruik, we maken een omweg, zuidelijk, langs wegen die deels vooral geweest asfalt zijn, en deels redelijk asfalt maar als een lint over de lieflijke glooiingen van de heuvels gelegd, zodat het voelt als een achtbaan. Wel prachtige landbouwheuvels, volop groeiende granen. Het bijzondere: elk kwartier ongeveer een militaire controlepost. Met een Iraaks hoofd aan het stuur werd dat telkens even een grapje maken, en dan konden we verder. Toen van Ankawa naar Bashiqa, wat al meer richting Mosul is. In Bashiqa wonen veel Yezidi. Over hen had nu mijn bericht moeten gaan, maar er kwam iets tussen, dus dat komt nog. Ankawa-Bashiqa: elke tien minuten een militaire controlepost. Irakezen, nadat we formeel weg zijn uit Koerdistan. Het controlepostje heeft een huisje als vroeger onze plees, niet groter. Maar door aarden wal omgeven, soms ook nog een loopgraaf. Verder blijft het recept hetzelfde: grapje maken, en doorrijden. Het landschap heeft al meer weg van een grasveld waar een mol doorheen is gekropen: veel aarden wal door de velden heen. Dan, na een nacht overblijven in Bashiqa, op naar Caracosh. Dat is een boogje om Oostelijk Mosul heen. Elke vijf minuten een militaire controlepost, werkelijk op elk kruispunt van veldwegen, goed kijken, jawel echt een kruispunt.

In  Caracosh, waar driftig wordt wederopgebouwd – ook een later bericht – leven hoop en onzekerheid en angst als een drieling bijeen. De lagere school heeft een groot scherm waarop 16 camera’s voortdurend alles laten zien: alle klassen in beeld, de ingang, speelplein, sportveld. Dat is de aanwinst na ISIS. Kirkuk is daarbij vergeleken een rustoord.

En gisteren sloeg dáár het noodlot toe. De 27 jarige Turkmeense taxichauffeur vervoerde een Turkmeense politicus die aan de verkiezingen meedoet. Is er ineens een bom, en baf, chauffeur dood. De politicus ligt in het ziekenhuis. De bom werd gemaakt en gegooid door een Koerdische hoge officier, die nu voortvluchtig is. Er woedt een soort politieke oorlog tussen Turkmeense en Koerdische politieke kringen. Jonge hardwerkende taxichauffeur en zijn arme familie betalen de rekening. de inschatting van Mirkis is, dat die officier behoort tot het slag dat goed wil laten weten dat het onder de Koerden beter was dan nu: dus nu chaos en angst zaaien. Hij kent de man, niet als vriend.

Bisschop Mirkis ging op condoleance bij de familie, en geld brengen. Het is een statement: op dit moment zijn we allemaal samen, van welke groep of welk geloof ook. Bij het eenvoudige huis gekomen trokken we allemaal onze schoenen uit, in de eenvoudige kamer lag het eetzeil nog op de grond, de aanwezige mannen hadden net gegeten. Zodra we binnen waren, staande tegen de muur, baden we met vier personen het Onze Vader in het Arabisch, dat kan ik in ieder geval intussen vlekkeloos. Daarna snel drie plastic stoeltjes neergezet, voor de bisschop, voor Abuna Ayad die mee was, en voor mij aan de rechterzijde van de bisschop. Een ander ruimde snel borden van tien personen en tafelzeil weg. Ik bleek gevolg van de bisschop te zijn; ik was ook concoleancebezoek; maar of ik ook wel wilde filmen en foto maken, want dit brengt het Kirkukse en Iraakse leven in beeld. En dat allemaal op een halve meter in het vierkant! Er was ook een tv-camera, een meter van ons vandaan want groter was de ruimte niet. En ik mocht filmen als ik niet in dat beeld zat. En mijn emotie tonen door bedrukt te luisteren toen de bisschop zijn condoleance tot de mannen uitsprak.

Daarna ging de deur van een nevenvertrek open, en kwamen zeven in het zwart gehulde vrouwen binnen, tegenover ons op de grond zitten. De moeder klaagde met geheven armen dat ze haar enige zoon kwijt was, hij was nog zo jong. Bisschop Mirkis vertaalde besmuikt voor mij. Camera op de vrouwen; sommigen huilden, anderen boodschapten in de camera, er waren twee papieren portretten en er was een portret op een smartphone, de camera registreerde het allemaal.

Daarna sprak de bisschop nog eens tot de vrouwen, vervolgens stonden we op en vertrokken weer. Groot verdriet achterlatend, ook deze mannen werkten bedrukt.

In minder dramatische varianten ken ik dit al van Irak. Als er iets bijzonders is, feest of gedenkdag of drama als dit, dan laten leiders van groepen onmiddellijk weten aan „de anderen” dat ze mee vieren of mee treuren. Zo hebben de Irakezen hun land en volk bijeen gehouden sinds 1991 en vermoedelijk al veel langer, en steviger naarmate de krachten om hen uiteen te drijven sterker werden. Sinds 2003 mocht ik hiervan getuige zijn. Zo is Irak nog steeds ontkomen aan een echte burgeroorlog, waar het buurland nu in wegzinkt.

Als ik het vraag heet het: „Nee, we denken niet dat er nu gevechten komen rond Koerdistan, iedereen is moe van alles wat geweest is.” Maar er zijn wel enkele buurlanden met ongeleide projectielen als „leiders”, en de Koerden zijn wel gefrustreerd na dat referendum, dus het vermogen om hoop levend te houden is wel een gevraagde kwaliteit in deze regio. Er wordt veel gebouwd. Dat is pastoraal werk, het geeft de mensen hoop. Maar een drama als nu met deze Turkmeense familie, niemand weet goed hoe dat voldoende kan worden opgevangen, er is nu zoveel tegelijk te doen overal in een situatie van alle denkbare en ondenkbare ongelijktijdigheid.

De nervositeit heeft wel een andere grondtoon gekregen. Een diepe bas, als de rust van geloof in toekomst. Aan alle kanten tegelijk willen opbouwen om ISIS en Bush achter zich te laten; als nerveuze violen. Grapjes maken met de militaire posten, want je kunt ze maar het beste een ontspannen klimaat aanbieden; als een hoge dwarsfluit. Feest vieren en met elkaar meeleven, anders is het leven niet vol te houden; als trompetten en een klarinet. En daartussendoor allerlei triangels met eigen ritmen, die niet overstemmen maar als een voortdurend zoemen zijn waarvan je hoopt dat het een bromvlieg is en niet een aanstormend aangestoken lont.

En het gewone leven heeft dan toch de regie. Brood halen, brood eten, brood delen. Diepe menselijkheid leven door alle bevolkingslagen heen. Gister zei de Gouverneur, waar de bisschop een Frans bezoek liet ontvangen en ik als slippendrager mee mocht, dat Kirkuk vier bevolkingsgroepen kent, en dat de hoofdtaak van de politiek is om te zorgen dat de gemeenschappen zowel als etnische groep als dwars erdoorheen als religieuze groepen allen gelijkelijk ruimte mogen ervaren om samen te leven. Een zeer goed mens, jammer dat er over een maand verkiezingen zijn. Maar met zo’n gouverneur, zo’n man als Mirkis, een zuster Clara of Maria Theresa of Maria, is dit volk veel kans gegeven.

En ik herinner me de woorden die Mirkis, nog gewoon Pater, in 2003 tegen me zei, mijn eerste echte bezoek aan hem. Ik had verteld hoe men in Nederland dacht dat Irakezen nu moesten worden ontwikkeld om te begrijpen hoe een ‚civil society’ werkt. Hij zei toen: „Wij zijn niet dom. Mensen die dom zijn overleven niet wat wij overleefden. Wij hebben een rijkdom aan ervaring opgebouwd, wij zijn niet meer stuk te krijgen.”

Wat ook bij Irak hoort: de warme menselijke emotie, het diepe nadenken, bedachtzaamheid, en in brede geopolitieke streken beschrijven wat de ingrediënten van het actuele leven zijn. Velen kunnen dat binnen één gesprekje. Kom daar in Nederland eens om.

Yosé hne-Sparborth

18 april 2018

IMG_3733

Het Klooster Maria Aladhra

Het is vrijdagmorgen,  6 april. Vandaag zijn er geen lesgroepen, zoals die alle dagen het klooster bevolken. Want vrijdag is hier de Dag van Allah; gebed in de moskee, en vrij van betaalde banen. Ik verwachte een rustige ochtend, alleen de twee paters en ik voor het ontbijt. Al lang voordat het ontbijt begon (kloosterritme kun je hier vergeten) was er een grote groep mensen, enkele gezichten bekend. Blijkt dat het Christian Peacemaker team drie zondagen op rij hier een soort retraite doet. Het betekent ook dat ze een kok meebrengen die kookt en dan schuiven wij aan voor het middageten. En de groep  kinderen voor Engels heeft examen.

Het klooster is een externe nederzetting van de Orde van Mar Musa, Syrië, in de jaren Tachtig gesticht door een Italiaanse priester, Paolo Dall’Oglio. Vrouwen en mannen, Liefde voor de Islam als spiritualiteit. Een woestijnorde. In 2012 kwamen Pater Jens en zuster Friederike hierheen; aartsbisschop Sako van Kirkuk (nu Patriarch Sako) had hen uitgenodigd om een oude kerk in het oude centrum van Sulaymaniyah, die overbodig was geworden door een nieuwe kerk, te gaan inrichten als retraitecentrum en ontmoetingsplek voor iedereen. Omdat door de oorlog Syrië te gevaarlijk was geworden voor de buitenlandse leden van de orde, kwam de vraag als geroepen en gingen deze twee personen het retraitehuis opzetten. Kerk en pastorie behoefden reparaties, ze stonden al een paar jaar leeg. Dat was net zo’n beetje rond, toen zomer 2014 de Ninive-vlakte leegliep omdat ISIS de regio onveilig maakte. In oktober 2014 zaten er 14 ‚families’ in het klooster, zo’n 140 personen; familie betekent opa en oma, gehuwde kinderen en de kleinkinderen. In de kapel werden zeven families ondergebracht, in de bibliotheek drie, de rest in andere ruimten. Ze leefden gescheiden door eenvoudige doeken die aan waslijnen hingen. Overdag de matrassen op een stapel, in de nacht matrassen tegen elkaar op de grond en iedereen slapen.

Tussen april en december 2015 werden kapel en bibliotheek ontruimd en de families in wooncontainers geplaatst. Bij de VN zijn die voor $ 5000 per stuk te koop. Daartoe werden drie kleine lapjes grond rond het klooster geleend van de eigenaren, geëgaliseerd, stenen bases gebouwd om de containers op te zetten, elektra aangelegd, water. Zo ontstonden drie hofjes met containers rond een boom telkens. De VN betaalde het voedsel, beetje energie, alle andere kosten moesten bij fondsen bijeen gebedeld worden. Midden 2016 was het klooster vrij van families, en begonnen herstelwerkzaamheden: het was nogal uitgewoond door de intensieve bewoning.

Augustus 2017 begon de grote uittocht van families terug naar Caracosh en andere dorpen nu ISIS was verdreven. Ook de terugkeer kwam op kosten van het klooster, een pick-up plus een chauffeur reed twee maal per week een gezin. Voor die arbeid zijn er geen hulpfondsen. De families vonden alle hun huizen nogal onbewoonbaar gemaakt, meubels en huisraad kapot of verbrand. Maar men ging aan de slag, het eigen terrein heroveren.

Inmiddels is er nog één bewoonde containerhof. Eén familie is gebleven, ze hebben geen eigen huis en de man heeft hier werk. De andere containers worden nu bewoond door een paar Syrische families die liever hier zijn dan in de grote kampen. In de tweede containerhof heeft UPP, een Italiaanse NGO, nu een kantoor, en enkele containers worden gebruikt voor leslokaal. De derde, kleinste hof is ontmanteld, die drie containers dienen nu als bouwkeet bij de bouw van het bejaardenhuis voor christelijke en moslim-Alzheimerpatiënten, plus kleuterschool; een project van bisschop Mirkis hier in Sulaymaniyah. Deels omdat het zwaar is met Alzheimer-patiënten samen te leven, deels omdat veel ouderen hun kinderen in buitenlanden hebben.

Sinds augustus 2017 zijn er twee huizen bij het klooster bijgebouwd. Het ene voor leslokalen, twee kleine bureau’s waar de leraren voorbereidend werk kunnen doen, en een leefruimte voor de bewaking. Het andere wordt een vrouwenhuis. In deze cultuur kan men niet mannen en vrouwen onder één dak laten slapen. Het vrouwenhuis is voorwaarde om met retraite-groepen te kunnen beginnen. Nog dit jaar hoopt men eindelijk te kunnen beginnen met dat eigenlijke doel.

Intussen is de kloosterhof dagelijks vol met mensen voor allerlei lessen: Engels, Koerdisch, Arabisch, boekhouding in de drie talen, IT, naaicursus, loodgieterscursus. Het zijn vooral moslims, daartussen ok christenen. De leraren krijgen een kleine betaling, de cursisten betalen niets. Ook gasten zal geen geld gevraagd worden. De tweede term van de spiritualiteit van het klooster is gastvrijheid. Men leeft van wat gasten vrijwillig geven. Als eenmaal de opbouw klaar is, zal dat lukken. Maar opbouw, herstel, uitbouw, vluchtelingen, dat was allemaal te veel van het goede. Het klooster heeft schulden en hoopt die ooit kwijt te raken. Schulden bij vrienden, dus zonder rente. Maar toch.

Over een uur begint de eerste bruiloft in deze kapel sinds het kloosterkapel is: een Chinees en een Filippijnse huwen elkaar,  de Chinese man is daartoe in deze kapel gedoopt enkele weken geleden. Burgerlijk huwelijk bestaat hier niet, de priester of een imam tekenen de verbintenis en dat wordt dan door de gemeente ingeschreven. Beide personen zijn hier als gastarbeiders, de viering zal in het Engels zijn maar naar Chaldeeuwse ritus.

Voor de korte termijn dient zich nog een behoefte aan: een tweede kloosterhof, aanpalend, om zowel een ontmoetingshof te hebben als een stiltehof, waar geconcentreerd kan worden gestudeerd en retraite gehouden. Daartoe moet een kleine strook land naast de kapel gekocht worden. Ook het onderhoud van de kapel zou dan eenvoudiger zijn. Het meest bijzonder aan het klooster is, dat het in de oude binnenstad ligt en smalle straatjes dus langs en dwars door dit complex aan huizen lopen, de dagelijkse weg van de moslimburen en anderen. De twee werelden grijpen zo heel natuurlijk ineen. Daartussen de Peshmerga die het klooster dag en nacht bewaken: wat sinds 2002 in heel Irak gebeurt met woningen van belangrijke personen en huizen waar groepen samenkomen. Nieuwe groepen – onbekende gezichten- worden alle gefouilleerd. Zoals nu de bruiloftsgasten. Veel leven van veel niveaus tegelijk in dit stadsklooster.

Wekelijkse Vieringen

Maandag
8:00 uurKlooster Cenakel
19.00 uurCatharina
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel Barbarabegraafplaats
Dinsdag
8:00 uurAloysius
8:00 uur
9.00 uur
Klooster Cenakel
Rafaëlkerk
10:00 uurAloysius
19.00 uurCatharina
Woensdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:30 uurJoseph
18:30 uurCatharina: Rozenkrans
19:00 uurCatharina
19:00 uurGertrudis
19:00 uurAntonius: Vesper (vervalt in juni, juli en augustus)
Op de woensdagen in de 40-dagentijd is er een Oecumenische vesper om 19:00 uur afwisselend voorgegaan door een dominee en pastor Hans Harmsen.
3e woensdag van de maand: Rozenkrans om 19.00 uur in de Johannes-Bernardus.
Donderdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurRafael
19.00 uurCatharina
1e en 3e van de maand: 19:30 uur: San’Egidio Kapel zusters Waterstraat
Vrijdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurWederkomst des Heren – ochtendgebed
10:00 uurAloysius
10:00 uurDominicus – wereldwake
18:00 uurAntonius: gregoriaanse vesper
19.00 uurCatharina
1e vrijdag van de maand
10:30 uurJacobus
10:00 uurJohannes Bernardus
10:30 uurJoseph
10:00 uurDominicus
3e en 5e van de maand: 10:00 uur: Johannes Bernardus
2e van de maand: 16:00 uur, kleine viering Josephkerk
Zaterdag
8:00 uurKlooster Cenakel
11:15 uurNoodkapel Voorportaal: Rozenkrans
18.30 uurCatharina
1e zaterdag van de maand: eucharistieviering opgedragen aan Fatima om 9.00 uur in de Josephkerk.

Algemeen Contact

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaan van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag – Donderdag: 09.00 – 16.00 uur
Vrijdag: 09.00 – 12.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl