Kerkgebouw

Sint Augustinus leefde van 354 tot 430. Bekeerling, bisschop, geleerde, maar vooral een onrustig zoeker naar waarheid. Hij heeft een meer dan gewone invloed uitgeoefend op het ideaal van het religieuze leven door het schrijven van de oudste kloosterregel van het Westen. Ook de paters Augustijnen die al vele eeuwen zielzorg behartigen in Utrecht tot op de dag van vandaag in en vanuit de kerk, baseren hun leven op deze regel.

De kerk is een zogenaamde ´Waterstaatskerk´. Waterstaatskerken zijn kerken die – grofweg – de eerste zeventig jaar van de 19e eeuw tot stand kwamen onder auspiciën van de ingenieurs van het ministerie van Waterstaat. Aan het begin van die eeuw stonden de Noord-Nederlandse katholieken voor de opgave weer kerken te bouwen, terwijl er nauwelijks ervaring was op dit terrein. Bovendien ontbraken financiën en fondsen. De overheid werd betrokken bij deze sociaal culturele vraag naar kerkgebouwen.

In 1815 stelde Willem I het departement in van de Erediensten en het regende hier al spoedig van aanvragen om subsidies. Alleen al in Noord Brabant is het Ministerie van Waterstaat tot 1868 betrokken geweest bij de bouw of de restauratie van 230 katholieke kerken (nog afgezien dus van die van protestantse huize). Er trok een ware bouwgolf over het land. En het Ministerie van Waterstaat werd nauw betrokken bij de uitvoering van alle plannen omdat niet alle bouwmeesters technisch voldoende onderlegd waren. De goede ingenieurs zaten bij de Genie en bij Rijkswaterstaat. Zij maakten de ontwerpen en beoordeelden die van anderen.

De zogenaamde Waterstaatskerken zijn gebouwd in een stijl die men neo-classicisme ofwel barok-classicisme noemt. De klassiek oudheid gold als inspiratiebron. Kenmerken van deze kerken zijn een tempelachtige zuilenfront met timpaan (geveldriehoek), wit bepleisterde interieurs, boogramen en een veelhoekig torentje op het kerkdak.

Onder het pastoraat van pater Stas, Augustijn, wordt de kerk gebouwd door architekt K.G. Zocher en in 1840 gewijd door Mgr. Cornelis Baron van Wijkerslooth.

 

Rondleiding

Wij willen nu even met u door de kerk lopen en beginnen bij het hoofdaltaar. Het oorspronkelijke altaar is verdwenen. Voor het altaar dat er nu staat werden door een zekere J. Rijnbout uit Utrecht voorbereidende tekeningen gemaakt, architect F. Delanier uit Gent werkte deze uit tot op ware grootte en de Augustijner broeder Prosper Venneman uit Gent vervaardigde het in 1857. Het geheel is van hout. Het is geplaatst onder een baldakijn die rust op zes zuilen in een halve cirkel achter het altaar.

Boven het ‘Alziend Oog’ bekroont een pelikaan met jongen het geheel. Ook het tabernakel is van hout; de deur is voorzien van een koperen plaat met agaath-stenen en versierd met de symbolen van de vier evangelisten. Het kruisbeeld op het tabernakel is 18e-eeuws en afkomstig uit het Maagdenhuis in Amsterdam. Onder de baldakijn een beeld van Sint Augustinus als bisschop, met in zijn linkerhand een boek en in zijn rechterhand een vlammend hart. Het schilderij boven het tabernakel is van de hand van Ottomar Elliger II (1666-1735). Op de voorgrond ziet u vier soldaten die vluchten, vallen ofwel bedolven worden onder een grote steen. In het volle licht de verrijzende Christus. De schilder verbleef van 1679 tot het begin van de 18e eeuw in Amsterdam, en het ligt voor de hand dat het doek in deze periode is ontstaan. Vrijwel zeker is dat het rond 1794 aan het Maagdenhuis werd geschonken; in 1969 kwam het in onze kerk terecht.

Terzijde van het hoofdaltaar ziet u twee grote beelden, waarschijnlijk evenals het altaar zelf gemaakt door br. Prosper Venneman o.s.a. rond 1857. De een stelt de H. Thomas van Villanova voor, gekleed in Augustijner habijt. In zijn linkerhand houdt hij een geldbuidel vast terwijl zijn rechter een geldstuk geeft aan een klein kind. De heilige bisschop van Valencia staat bekend om zijn liefdadigheid jegens de armen. Het andere beeld stelt de H. Monica voor, de moeder van St. Augustinus. Haar leven was gevuld met bekommernis om haar zoon die zich uiteindelijk ‘door haar gebed’ bekeerde. Er lopen tranen over haar wangen, zoals u kunt zien.

Naast het priesterkoor treft u nog twee beelden aan, het een is de heilige Jozef, het ander stelt het Heilige Hart van Jezus present; beiden zijn 19e-eeuws. Het beeld links achter in de kerk stelt de H. Antonius van Padua voor. Boven het altaarbaldakijn, bijna in de nok van de kerk, treft u een muurschildering aan van Harrie Sterk (geb. Utrecht 1913). De prachtige Godslamp, altijd brandend om ons eraan te herinneren in Wiens aanwezigheid we ons bevinden, is van de hand van A.P. Hermans uit Eindhoven (1871).

Boven het rechter zijaltaar staat een beeld dat de H. Nicolaas van Tolentijn voorstelt. In zijn linkerhand houdt hij een kruisbeeld vast, terwijl hij de rechter geopend vooruitsteekt. Aan weerszijden van de heilige ziet u engelen met een broodmand. Hij was een Augustijner monnik uit de 13e eeuw, rond wie zich een grote volksdevotie heeft geuit door het gebruik van ter zijner eer gewijd brood, tot opbeuring en genezing van de zieken; een gebruik dat hier en daar nog gepraktiseerd wordt. Boven het linker zijaltaar staat Maria als Onze Lieve Vrouw van Troost afgebeeld, staande op de wereldbol met slang en maansikkel. Zij en haar kind zijn gekroond. U ziet engelen met de riem van de Augustijner orde in de hand. Onder deze titel is zij altijd bijzonder vereerd in de orde.

Als we de kerk zelf ingaan, vallen de veertien staties van de kruisweg direct op. Deze zijn niet gesigneerd en de maker is dan ook onbekend. Zij moeten uit de tijd rond 1865 stammen. Het zijn grote composities met telkens vijf personen in een vaag weergegeven omgeving.

De preekstoel van eikenhout stamt uit 1860. Oorspronkelijk stond hij midden in de kerk, wat voor zowel de predikant als de toehoorders niet de plezierigste plek zal zijn geweest. Men heeft hem dan ook op een gegeven moment naar voren geplaatst. Op de drie panelen ziet u medaillons waarop resp. staan afgebeeld: Maria met de kinderen Jezus en Johannes (= de liefde), St. Augustinus met het brandende hart in de linkerhand, terwijl hij met de andere ‘Tolle lege’ (neemt en leest) in het boek vóór hem schrijft (= het geloof), en een vrouwenfiguur, zittend op een anker waarbij nog een vogeltje met een takje in de bek (= de hoop). Op de dorsaal een engel en de naam ‘St. Augustinus’, uiteraard weer met brandend hart.

Op het priesterkoor staat een grote lezenaar, uit het laatste kwartaal van de 19e eeuw. Op de hoeken van het voetstuk zijn drie evangelisten gezeten (Marcus, Mattheus, Lukas), terwijl boven de cartouches met hun naam hun symbolen staan afgebeeld. De adelaar, die het leesblad op zijn rug draagt, is het symbool van de vierde evangelist, Johannes.

Midden in de kerk ziet u een grote luchter hangen, vijf meter in doorsnede, waarvan er vroeger nog een in de kerk hing. Het enige wat we weten is dat zij een geschenk zijn van een zekere familie van Niekerken. Waar de tweede luchter is gebleven zal wel altijd een raadsel blijven…

Voordat u de Mariakapel bereikt treft u aan weerszijden van de kerk op een zuil twee engelen aan. Ze zijn afkomstig van de in 1940 afgebroken Sint Dominicus in Utrecht.

In de Mariakapel staat het doopvont van de kerk, van rond 1805-1810. Pater J. de Carnoncle was pastoor van de Augustijnenstatie in de Jerusalemsteeg van 1795 tot 1815. Maar hij was eveneens hofkapelaan aan het hof van koning Lodewijk Napoleon. Deze zou het vont, afkomstig uit de koninklijke kapel, aan de parochie hebben geschonken.

Het Mariabeeld, Spaans en 17e eeuws, is voorzover is na te gaan, in 1954 door een liefdadigheidsorganisatie aan de parochie geschonken bij gelegenheid van de bouw en in gebruikname van deze kapel (zoals u op de gedenksteen kunt lezen onder het pastoraat van pater I. Seroe)

Het grote schilderij (1807/1808) is van de hand van Gerardus de San (1754-1830) en oorspronkelijk afkomstig van de Augustijnenstatie in de Oude Ebbingestraat te Groningen. In de jaren ´60 bevond het zich in het Augustijnenklooster Mariënhage te Eindhoven, dat het in bruikleen afstond aan onze parochie.

Als u omhoog kijkt vóór in de kapel en naar de achterwand van de kapel ziet u twee gebrandschilderde ramen van Charles van Eyck, uit 1954. Het een stelt de doop voor van Christus in de Jordaan (terwijl we temidden van de menigte onder het dooptafereel Mozes herkennen, die water uit de rots slaat), terwijl het andere Noach toont, die vanuit zijn ark een duif loslaat.

Tenslotte, om de rondgang door de kerk af te sluiten, nog iets over het fraaie orgel, hoog boven in de kerk achter de tweede balustrade. Het stamt uit 1844. Het is gebouwd door de Utrechtse orgelbouwer H.D. Lindsen, van wie in Nederland bv. in de kerk te Beek bij Nijmegen en in de kerk te Maarssen ook orgels staan. In het muziektijdschrift ´Caecilia´ uit 1845 wordt het instrument zeer bekritiseerd. Die kritiek geeft echter de indruk niet objectief te zijn. Er waren in die tijd veel orgelbouwers in Utrecht gevestigd en waarschijnlijk kwam de kritiek dan ook uit de hoek van de concurrentie. Men vond het mogelijk niet ´modern´ genoeg. In de tweede helft van de 19e eeuw is het instrument dan ook ingrijpend gewijzigd door fa. Maarschalkerweerd en ook in het begin van de 20e eeuw is nogmaals aan het orgel gesleuteld. Bij een ingrijpende restauratie in 1972 is het voor grote delen weer in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht.

Mocht u het treffen dat tijdens uw rondgang door de kerk de klokken luiden, dan luistert u naar de vier in 1949/1950 door fa. Petit & Fritsen geleverde klokken. De oorspronkelijke klokken waren in 1943 door de Duitse bezetters uit de kerk verwijderd. De grootste (994 kg.) heeft dan ook als opschrift: ´Quod furor bellicus triste abstulit largitas fidelium laeta retulit, a.d. 1949. Sancte pater Augustinus, ora pro nobis.´ (Wat de oorlog deed verdwijnen heeft de goedheid van de gelovigen weer hersteld, a.d. 1949. Heilige vader Augustinus, bid voor ons). De andere klokken vragen in hun opschrift, in aansluiting op Augustinus op de grootste, dat resp. ook Monica, Josef en Maria voor ons bidden.

Wekelijkse Vieringen

Maandag
8:00 uurKlooster Cenakel
19.00 uurCatharina
1e maandag van de maand: 10:00 uur: Kapel Barbarabegraafplaats
Dinsdag
8:00 uurAloysius
8:00 uur
9.00 uur
Klooster Cenakel
Rafaëlkerk
10:00 uurAloysius
19.00 uurCatharina
Woensdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:30 uurJoseph
18:30 uurCatharina: Rozenkrans
19:00 uurCatharina
19:00 uurGertrudis
19:00 uurAntonius: Vesper (vervalt in juni, juli en augustus)
Op de woensdagen in de 40-dagentijd is er een Oecumenische vesper om 19:00 uur afwisselend voorgegaan door een dominee en pastor Hans Harmsen.
3e woensdag van de maand: Rozenkrans om 19.00 uur in de Johannes-Bernardus.
Donderdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurRafael
19.00 uurCatharina
1e en 3e van de maand: 19:30 uur: San’Egidio Kapel zusters Waterstraat
Vrijdag
8:00 uurAloysius
8:00 uurKlooster Cenakel
9:00 uurWederkomst des Heren – ochtendgebed
10:00 uurAloysius
10:00 uurDominicus – wereldwake
18:00 uurAntonius: gregoriaanse vesper
19.00 uurCatharina
1e vrijdag van de maand
10:30 uurJacobus
10:00 uurJohannes Bernardus
10:30 uurJoseph
10:00 uurDominicus
3e en 5e van de maand: 10:00 uur: Johannes Bernardus
2e van de maand: 16:00 uur, kleine viering Josephkerk
Zaterdag
8:00 uurKlooster Cenakel
11:15 uurNoodkapel Voorportaal: Rozenkrans
18.30 uurCatharina
1e zaterdag van de maand: eucharistieviering opgedragen aan Fatima om 9.00 uur in de Josephkerk.

Algemeen Contact

Parochiesecretariaat Utrecht

Adriaan van Ostadelaan 4
3581 AJ Utrecht

Openingstijden:
Maandag – Donderdag: 09.00 – 16.00 uur
Vrijdag: 09.00 – 12.00 uur
Tel: 030 – 254 6147
E-mail: secretariaat@katholiekutrecht.nl